Tag archief codes aangifte loonheffingen

door100% Salarisverwerking B.V.

Opname levenslooptegoed in aangifte

In de handreiking kunt u lezen hoe u een opname van levenslooptegoed verwerkt in de aangifte loonheffingen?

        
Hoe u moet omgaan met de opname van het levenslooptegoed hangt af van de leeftijd van de werknemer die het tegoed opneemt:

    1. De werknemer is geboren na 1959.
    2. De werknemer is geboren in 1959 of daarvoor (en dus 61 jaar of ouder op 1 januari 2021).

Ad 1.

De werknemer is geboren na 1959

De opname van het tegoed is loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. U telt de opname bij het reguliere loon. Deze opname wordt dus op dezelfde wijze belast als het reguliere loon. Wel mag u de opgebouwde levensloopverlofkorting verrekenen.

Ad 2.

De werknemer is geboren in 1959 of daarvoor

De opname van het tegoed is loon uit vroegere dienstbetrekking. De werkgever betaalt geen premies werknemersverzekeringen maar wel werkgeversheffing Zvw. Dat geldt ook voor een dga die niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.

Let op!
Gebruik altijd een nieuw nummer inkomstenverhouding.

 

Werknemer blijft werken

Als de werknemer naast zijn levensloopverlof bij de werkgever blijft werken, moet u hem 2 keer in de aangifte loonheffingen opnemen. U gebruikt voor deze werknemer dan 2 verschillende nummers inkomstenverhouding. Het nummer dat u al voor deze werknemer gebruikte, blijft u gebruiken voor het loon dat hij verdient. Voor de opnames uit het levenslooptegoed gebruikt u het nieuwe nummer.
 

Werknemer stopt met werken

Stopt de werknemer met werken als zijn levensloopverlof ingaat? Dan moet u voor de opnames uit het levenslooptegoed ook een nieuw nummer inkomstenverhouding gebruiken. De oude inkomstenverhouding voor het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt dan beëindigd.
 

Codes aangifte loonheffingen

Voor de opname van levenslooptegoed voor een werknemer die op 1 januari 61 jaar of ouder is, gebruikt u code soort inkomstenverhouding 54. De code aard arbeidsverhouding is code 1 ‘arbeidsovereenkomst’.
 

Levensloopverlofkorting

Als de werknemer levenslooptegoed opneemt, dan krijgt hij levensloopverlofkorting. U mag de levensloopverlofkorting in mindering brengen op de loonbelasting/premie volksverzekeringen. De werknemer moet de werkgever daar wel schriftelijk om vragen.

Als de werknemer doorspaart in de levensloopregeling, bouwt hij vanaf 2012 geen levensloopverlofkorting meer op. De levensloopverlofkorting is in 2021 maximaal € 223 per jaar dat de werknemer heeft gespaard in de periode 2006 tot en met 2011.

De werknemer mag zelf kiezen wanneer u zijn opgebouwde levensloopverlofkorting verrekent. U vermindert de korting met de levensloopverlofkorting die de werknemer in eerdere jaren kreeg. De korting is nooit hoger dan het bedrag dat de werknemer opneemt uit de levensloopregeling.

De levensloopverlofkorting is niet in de tabellen verwerkt. U moet de korting zelf per tijdvak berekenen en aftrekken van het bedrag dat u volgens de tabel moet inhouden.

Voorbeeld

Een 62-jarige werknemer neemt in augustus 2021 levenslooptegoed op van € 4.000. Hij blijft voor zijn bv werken.

De werknemer is in 2008 gestart met sparen in de levensloopregeling. Hij heeft ieder jaar gespaard. Zijn opgebouwde levensloopverlofkorting is daarom € 892 ( € 223 per jaar voor de jaren 2008 tot en met 2011). Hij heeft nog niet eerder gebruik gemaakt van de levensloopverlofkorting.

Hoe verwerkt u de opname in de aangifte van augustus?
De opname van het levenslooptegoed is loon uit vroegere dienstbetrekking. Hierover betaalt de bv geen premies werknemersnemersverzekeringen maar wel de werkgeversheffing Zvw.

Let op!
Het bovenstaande geldt ook voor een dga die niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.
 

Verwerking levensloop vanaf 1 november 2021

Staat op 1 november 2021 nog levenslooptegoed op de levenslooprekening van de werknemer? Dan wordt de werknemer geacht op dat moment het levenslooptegoed te genieten. Het fictieve genietingsmoment is dan 1 november. Niet de werkgever, maar de levensloopinstelling verwerkt dit in de aangifte loonheffingen. U leest meer in de handreiking Levenslooptegoed 2021 via levensloopinstelling.
 
 

Meer informatie

Levensloopregeling hoofdstuk 24 Handboek Loonheffingen
Levensloopverlofkorting hoofdstuk 25.1.6 Handboek Loonheffingen
 
 

Gerelateerde handreiking

Geen groen en wit loon in één inkomstenverhouding

 
 
Bron: ‘Handboek Loonheffingen 2021
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wijzigingen in de aangifte loonheffingen 2021

In de 3e uitgave van de ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2021‘ vindt u de nieuwe wijzigingen.
         
In de nieuwsbrief vindt u informatie over de nieuwe regels vanaf 1 januari 2021 voor het inhouden en betalen van loonheffingen. Hieronder een kleine indicatie wat er in uw aanlevering verwacht wordt.

 

Aanleveren contractindicaties

Vanaf 2020 zijn er in het kader van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) 3 zogenoemde ‘contractindicaties’:

  • Indicatie arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
  • Indicatie schriftelijke arbeidsovereenkomst
  • Indicatie oproepovereenkomst

In 2020 moest u de contractindicaties altijd aanleveren (met ‘Ja’ of ‘Nee’) bij de volgende codes soort inkomstenverhouding (inkomenscode):

  • 11 Loon of salaris ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet
  • 13 Loon of salaris directeuren van een nv/bv, wel verzekerd voor de werknemersverzekeringen
  • 15 Loon of salaris niet onder te brengen onder 11, 13 of 17

De contractindicaties zijn voor de Wab alleen nodig als er sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW. Vanaf 2021 levert u de 3 contractindicaties alleen nog maar aan als er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat is het geval bij de volgende codes aard arbeidsverhouding:

  • 1 Arbeidsovereenkomst (exclusief BBL)
    1. – Toelichting: vanaf 2020 geldt deze code ook voor overheidswerknemers (code soort inkomstenverhouding 11) met een arbeidsovereenkomst.
  • 10 Wet sociale werkvoorziening (WSW)
  • 11 Uitzendkracht
  • 82 Payrolling
  • 83 Beroepspraktijkopleiding van de BBL

U levert de contractindicaties vanaf 2021 niet meer aan (ook niet met ‘Nee’) bij de volgende codes aard arbeidsverhouding:

  • 4 Deelvisser
  • 6 Musicus / artiest
  • 7 Stagiair
  • 18 Publiekrechtelijke aanstelling
  • 79 Opting-in regeling
  • 81 Overige fictieve dienstbetrekkingen

 

Toelichting begrip ‘deelvisser’.

Het bleek dat er onduidelijkheid bestond over wat wij bedoelen met ‘deelvisser’ bij de code aard arbeidsverhouding. Met ‘deelvisser’ bedoelen wij het lid van de bemanning dat als beloning aanspraak heeft op een deel van de opbrengt van de visvangst, maar alleen voor zover hij in fictieve dienstbetrekking is op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel f van de Ziektewet. Dus niet voor personen met een arbeidsovereenkomst. Daarvoor gebruikt u code 1.

 

Nieuwe rubriek: Indicatie publiekrechtelijke aanstelling voor onbepaalde tijd

Hiervóór kunt u lezen dat u bij code aard arbeidsverhouding 18 (Publiekrechtelijke aanstelling) geen contractindicaties meer hoeft aan te leveren. Daarmee zou met name het CBS informatie ontberen. Daarom treft u met ingang van 2021 een nieuwe rubriek aan: ‘Indicatie publiekrechtelijke aanstelling voor onbepaalde tijd’. Alleen als u code aard arbeidsverhouding 18 hebt ingevuld, vult u deze rubriek in met ‘Ja’ of ‘Nee’. In andere gevallen vult u niets in.
 
 
Bron:Belastingdienst ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2021 – Uitgave 328 januari 2021
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Codes werknemersgegevens 2021

De Belastingdienst heeft de ‘Codes voor de aangifte loonheffingen 2021’ gepubliceerd.
           
Deze codes hebt u nodig voor het invullen van de werknemersgegevens in de aangifte loonheffingen.

De ‘Codes voor de aangifte loonheffingen 2021’ kunt u downloaden van de internetsite van de Belastingdienst.

 

Codes voor de aangifte loonheffingen 2021

Codes voor de aangifte loonheffingen 2021, BelastingdienstPDF downloadKlik op pdf of afbeelding boven voor informatie.
 
 
 
Bron: Belastingdienst
 
 
2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking opting-in

Onder voorwaarden kunt u samen met de opdrachtnemer een arbeidsrelatie aanmerken als fictieve dienstbetrekking.
       
Dit is de regeling opting-in. De opdrachtnemer wordt dan ‘pseudowerknemer ‘ genoemd. In deze handreiking leest u meer over de voorwaarden.

Bij opting-in brengt u de arbeidsrelatie vrijwillig onder de loonbelasting/volksverzekeringen. U houdt dan loonbelasting/premie volksverzekeringen en bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) in. Opting-in geldt niet voor de werknemersverzekeringen.

 

Voorwaarden

Om te kiezen voor opting-in moet de opdrachtnemer voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Hij krijgt van de opdrachtgever een vergoeding voor de werkzaamheden.
  • Hij is niet in echte of fictieve dienstbetrekking bij de opdrachtgever.
  • Hij verricht de werkzaamheden niet als ondernemer.

 

Melden bij Belastingdienst

Als u en de pseudowerknemer de regeling willen toepassen, dan geeft u dit door aan de Belastingdienst. Hiervoor kunt u het formulier ‘Verklaring Loonheffingen Opting-in ‘ gebruiken. Met dit formulier verklaren u en de pseudowerknemer dat u samen kiest voor opting-in. De regeling geldt alleen voor de werkzaamheden die u op het formulier vermeldt.

Hebt u nog geen loonheffingennummer, dan meldt u zich ook aan als werkgever. Hiervoor gebruikt u het formulier ‘Melding Loonheffingen Aanmelden Werkgever ’. U ontvangt dan binnen 6 weken een loonheffingennummer van de Belastingdienst.

 

Gegevens pseudowerknemer

Voordat de pseudowerknemer bij u gaat werken, moet u voldoen aan de volgende verplichtingen:

  • U moet de identiteit van de pseudowerknemer vaststellen en een kopie van het identiteitsbewijs in de loonadministratie opnemen.
  • De pseudowerknemer moet zijn gegevens aan u geven. Hiervoor kan hij het formulier ‘Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ gebruiken.
  • De gegevens voor de loonheffingen bewaart u ook bij de loonadministratie.

De werknemer geeft deze gegevens door vóór de 1e werkdag. Of als u de werknemer op de 1e werkdag aanneemt, op de 1e werkdag vóór aanvang van de werkzaamheden.
In paragraaf 2.2 en 2.3 Handboek Loonheffingen leest u hier meer over.

 

Gewone regels voor loonheffingen

Na de melding moet u loonheffingen inhouden en betalen, en gelden de gewone regels voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen. Dit betekent bijvoorbeeld dat u de pseudowerknemer de mogelijkheid kunt geven om deel te nemen aan een pensioenregeling. Ook mag u de werkkostenregeling gebruiken om onbelaste vergoedingen en/of verstrekkingen te geven.

Op de beloning van de pseudowerknemer moet u bijdrage Zvw inhouden.
De pseudowerknemer is geen werknemer voor de werknemersverzekeringen, dus u bent geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

 

Codes in de aangifte loonheffingen

Voor de pseudowerknemer gebruikt u in de aangifte de volgende codes:

  • Code aard arbeidsverhouding = 79
  • Code invloed verzekeringsplicht = niet invullen
  • Code soort inkomstenverhouding = 15
  • Verzekeringsindicaties = N
  • Contractindicaties = N (er is geen sprake van een arbeidsovereenkomst)
  • Loon SV = 0
  • Code Zorgverzekeringswet = M (met uitzondering van internationale SV-situaties)

 

Geen arbeidsrechtelijke gevolgen

De keuze voor opting-in heeft geen arbeidsrechtelijke gevolgen. Er ontstaat bijvoorbeeld geen ontslagbescherming.

 

Stopzetten opting-in

U kunt op ieder moment stoppen met toepassen van opting-in. Dit geldt ook voor de werknemer. In beide gevallen moet u dit schriftelijk doorgeven aan de Belastingdienst.

 

Geen terugwerkende kracht

U kunt niet met terugwerkende kracht voor opting-in kiezen. Heeft u voor bepaalde werkzaamheden voor opting-in gekozen, dan kunt u dat niet met terugwerkende kracht ongedaan maken.

 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen

  • paragraaf 16.14 Pseudowerknemers (opting-in)
  • paragraaf 2.2 Identiteit vaststellen
  • paragraaf 2.3 Gegevens voor de loonheffingen
  • paragraaf 6.6.2 Bijdrage Zvw

 
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020

 

Formulieren op belastingdienst.nl

Verklaring Loonheffingen Opting-in
Melding Loonheffingen Aanmelding Werkgever
Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen
 
 

Wetsartikelen

Artikel 4 letter f Wet op de loonbelasting
Artikel 2g Uitvoeringsbesluit loonbelasting
 
 
2021 Overheid, 2021 kabinet, 2021 regering, 2021 wet en regelgeving, 2021 besluiten, 2021 regels, 2021 maatregelen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Werkgeversbetaling in aangifte loonheffingen

Ontvangt een werknemer een uitkering van de UWV dit via de werkgever?
              
En ontvangt hij ook loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van deze werkgever? Dan is sprake van een werkgeversbetaling. In deze handreiking leest u hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen.

Deze handreiking geldt voor de situatie dat de werknemer in dienstbetrekking is bij de werkgever.

 

Werkgeversbetaling

Een werkgever en werknemer kunnen afspreken dat de werknemer de uitkering van UWV via de werkgever ontvangt. De werknemer moet UWV daarvoor machtigen.

UWV kan die uitkering aan de werkgever betalen in de vorm van een werkgeversbetaling of instantiebetaling.

De instantiebetaling gebruikt u voor de situatie waarin de werknemer geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking meer van u krijgt, maar u hem nog wel een aanvulling op zijn uitkering betaalt.

Deze handreiking gaat over de werkgeversbetaling. De werkgeversbetaling geldt voor de situatie dat de werkgever de uitkering doorbetaalt en de werknemer nog loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van dezelfde werkgever krijgt.

Bij een werkgeversbetaling betaalt UWV aan de werkgever, behalve de uitkering, ook de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw over de uitkering.

 

Samenvoegingsregels en witte tabel

Voor de berekening van de loonheffingen telt u de uitkering van UWV, het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en een eventuele aanvulling op de uitkering bij elkaar op. Dit zijn de samenvoegingsregels. Op het totaal past u de witte tabel toe. Ook berekent u over het totaal de premies werknemersverzekeringen.

 

WW-premie

Voor een werkgeversbetaling geldt altijd de lage WW-premie.

Voor een eventuele aanvulling op de uitkering gebruikt u dezelfde WW-premie als voor het reguliere loon.

Inkomstenverhouding

In 2020 en 2021 kunt u kiezen hoe u een werkgeversbetaling in de aangifte verwerkt:

    1. in een aparte inkomstenverhouding
    2. in dezelfde inkomstenverhouding als het loon

 

1. In een aparte inkomstenverhouding

Onderstaande informatie is van toepassing als u de werkgeversbetaling aangeeft in een aparte inkomstenverhouding.

Code soort inkomstenverhouding
U gebruikt de Code soort inkomstenverhouding die bij de werkgeversbetaling hoort:

Tabel code soort inkomstenverhouding bij een soort uitkering

Tabel code soort inkomstenverhouding bij een soort uitkering

Contractloon, contracturen en contractindicaties
U vult deze rubrieken bij deze inkomstenverhouding niet in.

WW-premie
U geeft de lage WW-premie aan.

Verloonde uren
De hoogte van de verloonde uren die u invult in de aparte inkomstenverhouding, hangt af van de soort uitkering die de werkgever doorbetaalt.

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

 

2. In dezelfde inkomstenverhouding als het loon

Onderstaande informatie is van toepassing als u de werkgeversbetaling aangeeft in dezelfde inkomstenverhouding als het loon.

Code soort inkomstenverhouding
U gebruikt de Code soort inkomstenverhouding die geldt voor het reguliere loon.

Contractloon, contracturen en contractindicaties
U vermeldt het contractloon, de contracturen en de contractindicaties die gelden voor het reguliere loon.

WW-premie
Gebruikt u voor het reguliere loon de hoge WW-premie en geeft u de werkgeversbetaling aan in dezelfde inkomstenverhouding als het reguliere loon? Dan vult u de WW-premie als volgt in:

  • U vermeldt de hoge en lage grondslagaanwas gezamenlijk in de rubriek Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog.
  • U vermeldt de hoge en lage WW-premie gezamenlijk in de rubriek Premie AWf hoog.

Aandachtspunt bij LIV, Jeugd-LIV en sommige loonkostenvoordelen
Een uitkering uit de werknemersverzekeringen telt niet mee als jaarloon voor de bepaling van het (jeugd-)LIV en sommige loonkostenvoordelen. Als u de werkgeversbetaling en het reguliere loon opgeeft in één inkomstenverhouding, kan UWV de werkgeversbetaling toch bij het jaarloon tellen. Hierdoor wordt het jaarloon hoger en stelt UWV het (jeugd-)LIV of het loonkostenvoordeel misschien verkeerd vast.

Verloonde uren

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

Tabel verloonde uren bij een soort uitkering

 

Genietingsmoment werkgeversbetaling

U verwerkt de werkgeversbetaling in de aangifte over het tijdvak waarin de werkgever de uitkering doorbetaalt. Wanneer de werkgever de uitkering van UWV ontvangt, is niet van belang.

 

Aanvulling op uitkering

Soms betaalt de werkgever een aanvulling op de uitkering uit werknemersverzekeringen. Deze aanvulling vermeldt u in de inkomstenverhouding die u gebruikt voor het reguliere loon.

U geeft het bedrag van de aanvulling aan in de rubriek ‘Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekering‘.

 

Voorbeeld

Een werknemer heeft een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Het maandloon is € 1000. Daarnaast ontvangt de werknemer van de werkgever een WIA-uitkering van € 500 (werkgeversbetaling). Ook ontvangt de werknemer een aanvulling van € 100.

Voor het reguliere loon en de aanvulling geldt de hoge WW-premie. Voor de werkgeversbetaling geldt de lage WW-premie.

 

Uitwerking

U gebruikt 2 inkomstenverhoudingen.

Tabel inkomstenverhouding 1 (regulier loon en aanvulling)

Tabel inkomstenverhouding 1 (regulier loon en aanvulling)

 Tabel inkomstenverhouding 2

Tabel inkomstenverhouding 2 (uitkering)

U gebruikt 1 inkomstenverhouding.

Tabel inkomstenverhouding

Tabel inkomstenverhouding

In dit voorbeeld doet u dit als volgt:

  • U telt de aanwas van de grondslag voor de hoge en lage premie bij elkaar op. Deze aanwas is het bedrag waarover de premies moeten worden berekend. Het totaal geeft u aan in de rubriek ‘Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog’.
  • U telt de lage en hoge WW-premie bij elkaar op. Het totaal geeft u aan in de rubriek ‘Premie AWf hoog’.

 
 

Meer informatie

Paragraaf 7.6.2 Handboek Loonheffingen
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Kennisdocument premiedifferentiatie WW
Memo verloonde uren
 
 

Wetsartikelen

artikel 33 lid 2, letter a Wet loonbelasting
artikel 9.1 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
artikel 9.4 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
 
 

2019, 2020, LIV, jeugd LIV,LKV, jeugd liv, jeugd Lage Inkomens Voordeel,liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting,belastingzaken,lage salaris,loonverwerkers,salarisverwerker,salaris,LKV,