Tag archief Belastingdienst

door100% Salarisverwerking B.V.

Beslagvrije voet gegarandeerd!

UWV en Belastingdienst moeten beslagvrije voet garanderen

                             

Het UWV en de Belastingdienst moeten er door goede samenwerking gezamenlijk voor zorgen dat mensen met schulden over een inkomen ter hoogte van het bestaansminimum kunnen blijven beschikken als er beslag wordt gelegd op hun uitkering. Dat schrijft de Nationale ombudsman, Reinier van Zutphen, in een rapport.

Doordat de Belastingdienst en het UWV niet voldeden aan het vereiste van goede samenwerking, moest een uitkeringsgerechtigde meerdere maanden onder het bestaansminimum leven.

Geen beslag op beslagvrije voet

Bij mensen met schulden mag de overheid beslag leggen op het inkomen. In de wet is geregeld dat de schuldenaar dan wel beschikking moet blijven houden over het deel van zijn inkomen dat hij minimaal nodig heeft voor levensonderhoud. Op deze beslagvrije voet mag geen beslag worden gelegd.

De beslagvrije voet is geen vast bedrag: beslagleggers berekenen dit aan de hand van de persoonlijke situatie van de schuldenaar.

UWV gaat uit van de laagste beslagvrije voet

In de zaak van het rapport legden eerst de Belastingdienst en later ook andere schuldeisers beslag op een uitkering. Elke instantie berekende daarbij een andere beslagvrije voet en de bedragen liepen ruim 600 euro uiteen. Het beleid van het UWV is dan om uit te gaan van de laagste beslagvrije voet en het deel daarboven aan de beslagleggers te betalen.
minimumloon 2018,loonbelasting,belastingdienst,loon,salaris,loonadministratie,salarisverwerking,salarisverwerker,loonverwerkers

Belastingdienst ontving meer dan eigen berekening

Omdat de Belastingdienst de eerste beslaglegger was, ging al het ingehouden geld naar deze instantie. Dat gold dus ook voor het deel boven de door de Belastingdienst berekende beslagvrije voet. De Belastingdienst ontving daardoor meer dan de dienst volgens de eigen berekening zou moeten ontvangen.

Onder bestaansminimum

De uitkeringsgerechtigde leefde hierdoor lange tijd onder het bestaansminimum. Toch was de Belastingdienst niet bereid om het te veel ontvangen geld terug te betalen. Daarop heeft de uitkeringsgerechtigde de Nationale ombudsman ingeschakeld.

Ombudsman: respecteer beslagvrije voet

Mensen komen in financiële nood als de beslagvrije voet niet wordt gerespecteerd. Al langer vindt de ombudsman daarom dat overheidsinstanties er alles aan moeten doen om burgers een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet te garanderen. Door dit na te laten hebben zowel het UWV als de Belastingdienst gehandeld in strijd met het vereiste van goede samenwerking.
belastingdienst,belastingen, salaris,loon,salarisverwerking,loonadministratie,100%salarisverwerking,belastingzaken,

Terugbetalen

De Nationale ombudsman doet als aanbeveling aan de Belastingdienst om een schuldenaar het bedrag dat onder de beslagvrije voet ligt terug te betalen als de dienst meer geld uit een beslaglegging krijgt dan op basis van de beslagvrije voet had gemoeten.

In gesprek met UWV

Het beleid van het UWV om uit te gaan van de laagste beslagvrije voet leidt volgens de ombudsman tot ongewenste situaties leidt. De ombudsman wil hierover met het UWV in gesprek.

door100% Salarisverwerking B.V.

Zvw bij afkoop pensioen eigen beheer?

Deze vragen zijn gemaakt & verstrekt door belastingdienst

 
      
Belastingdienst, belasting,overheid, 
           

Veelgestelde vragen Pensioen eigen beheer (PEB) en bijdrage zorgverzekeringswet (Zvw)

 
 

1. Welk tarief voor de Zvw is op de afkoop van PEB van toepassing?

De werkgeversheffing Zvw is van toepassing als de dga de afkoopsom van het PEB geniet tot en met de maand waarin deze de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Geniet de dga de afkoop van het PEB ná de maand van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, dan houdt u de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw in.

2. Is de bijdrage Zvw verschuldigd als de dga alleen de afkoopsom van PEB geniet?

Als de dga uitsluitend een afkoopsom van het PEB geniet dan zijn er geen loontijdvakken en bent u geen werkgeversheffing Zvw verschuldigd. U houdt dan ook niet de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw in.

3. Een dga, jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, geniet naast regulier loon van de bv ook de afkoopsom van PEB. Is bijdrage Zvw over de afkoopsom van het PEB verschuldigd?

a. De dga is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen
U bent op de afkoopsom PEB de werkgeversheffing niet verschuldigd omdat er geen loontijdvakken zijn te onderkennen. De loontijdvakken van het reguliere loon, waarop u de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw moet inhouden, werken niet door naar de afkoopsom van het PEB.
b. De dga is wel verzekerd voor de werknemersverzekeringen
U bent over de afkoopsom PEB de werkgeversheffing Zvw verschuldigd. Op het reguliere loon van de dga bent u ook de werkgeversheffing Zvw verschuldigd. De afkoopsom van het PEB en het reguliere loon vallen onder hetzelfde regime voor de Zvw.
Daarom moet u deze loonbestanddelen bij elkaar optellen. De loontijdvakken van het reguliere loon werken door naar de afkoopsom van het PEB. Over het totaal van de loonbestanddelen moet u de werkgeversheffing Zvw berekenen.
Als gevolg van voortschrijdend cumulatief rekenen is nooit meer dan het maximum aan werkgeversheffing Zvw verschuldigd.

4. Een dga, ouder dan de AOW-gerechtigde leeftijd, geniet naast regulier loon van de bv ook de afkoopsom van het PEB.

Is bijdrage Zvw over de afkoopsom van het PEB verschuldigd?
a. De dga is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen
Op de afkoopsom PEB moet u de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw inhouden. Ook op het reguliere loon van de dga moet u de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw inhouden.
Omdat de afkoopsom van het PEB en het reguliere loon onder hetzelfde regime voor de Zvw vallen, telt u deze loonbestanddelen bij elkaar op. De loontijdvakken van het reguliere loon werken dan door naar de afkoopsom van het PEB.
Op het totaal van de loonbestanddelen moet u de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw inhouden. Als gevolg van voortschrijdend cumulatief rekenen houdt u nooit meer dan het maximum aan inkomensafhankelijke bijdrage Zvw in.
b. De dga is wel verzekerd voor de werknemersverzekeringen (ZW)
U hoeft op de afkoopsom PEB de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw niet in te houden omdat er geen loontijdvakken zijn te onderkennen. De loontijdvakken van het reguliere loon, waarover de werkgeversheffing Zvw is verschuldigd, werken niet door naar de afkoopsom van het PEB.

5. Welke code aard inkomstenverhouding is op de afkoopsom van PEB van toepassing?

Voor de afkoopsom PEB gebruikt u de code 56 (pensioenen).
Let op! U vermeldt code 56 ook als er geen bijdrage Zvw is verschuldigd.
6. Welke code verzekeringsplicht Zvw moet worden vermeld?
Voor de werkgeversheffing Zvw geldt code K. Voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vermeldt u code M.

Let op! U vermeldt deze codes ook als er geen bijdrage Zvw is verschuldigd.

7. Ontvangt de dga een aanslag Zvw over de afkoopsom van PEB als de werkgever geen werkgeversheffing Zvw verschuldigd is over de afkoopsom van het PEB?

Nee, op aanslag is geen bijdrage Zvw verschuldigd over de afkoopsom van PEB. De Zvw kent gescheiden heffingssystemen. Als de afkoopsom van het PEB een loonbestanddeel is waarop de werkgeversheffing Zvw van toepassing is, ook al is geen werkgeversheffing verschuldigd vanwege het ontbreken van loontijdvakken, dan kan hierover geen aanslag Zvw worden opgelegd.
Geniet de dga nog winst, row of bepaalde periodieke uitkeringen waarover wel op aanslag Zvw is verschuldigd, dan verlaagt de afkoopsom van het PEB wel de heffingsruimte op aanslag.

8. Ontvangt de dga een aanslag Zvw over de afkoopsom van het PEB als op de afkoopsom geen inkomensafhankelijk bijdrage Zvw ingehouden moet worden?

Nee, op aanslag is geen bijdrage Zvw verschuldigd over de afkoopsom van PEB. De Zvw
kent gescheiden heffingssystemen. Als de afkoopsom van het PEB een loonbestanddeel is waarop de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw moet worden ingehouden, ook al is geen inkomensafhankelijke bijdrage Zvw ingehouden vanwege het ontbreken van loontijdvakken, dan kan hierover geen aanslag Zvw worden opgelegd.
Geniet de dga nog winst, row of bepaalde periodieke uitkeringen waarover wel op aanslag Zvw is verschuldigd, dan verlaagt de afkoopsom van het PEB wel de heffingsruimte op aanslag.

9. Een dga geniet een afkoopsom PEB en regulier loon van dezelfde bv en regulier loon van een andere BV waarvan hij ook dga is.

Betaalt de Belastingdienst de teveel betaalde bijdrage Zvw terug?
a. De dga is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen
De werkgeversheffing Zvw is verschuldigd als de dga de afkoopsom PEB uiterlijk in de maand van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd geniet. Maar omdat loontijdvakken ontbreken is geen werkgeversheffing Zvw over de afkoopsom PEB verschuldigd.
Over het reguliere loon houdt u de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw in. De loontijdvakken van het reguliere loon werken niet door naar de afkoopsom PEB, omdat op het reguliere loon een ander regime voor de Zvw van toepassing is.
Op het reguliere loon uit beide bvs houdt u de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw in. In totaal kan dat meer zijn dan het maximum aan inkomensafhankelijke bijdrage Zvw.
De Belastingdienst betaalt de te veel betaalde inkomensafhankelijke bijdrage Zvw aan de dga terug. De dga hoeft hiervoor niets te doen.

b. De dga is wel verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
De werkgeversheffing Zvw is verschuldigd als de dga de afkoopsom PEB uiterlijk in de maand van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd geniet.
Over het reguliere loon is eveneens de werkgeversheffing Zvw verschuldigd. De loontijdvakken van het reguliere loon werken door naar de afkoopsom PEB, omdat op het reguliere loon hetzelfde regime voor de Zvw van toepassing is. In totaal kan dan meer dan het maximum aan werkgeversheffing Zvw verschuldigd zijn.

De Belastingdienst betaalt de te veel betaalde werkgeversheffing Zvw niet terug.
 
stagiair – dienstbetrekking ,loonbelasting,belastingdienst,loonheffing,inhoudingsplichtig stageverlener,stagiairs en loonbelastingen, salarisverwerking,salarisverwerkers,loonadministratie,salaris,loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Aanpassing 30% regeling!

Deskundigen & Organisaties uit het vakgebied zijn gevraagd om hun reactie te geven op de 30%-regeling.
         
Zij geven in hun commentaar aan waarom ze de 30%-regeling willen handhaven, willen versoberen of willen afschaffen. Tevens geven zij mogelijke aanpassingen aan.

De vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer heeft op 11 juli 2017 20 personen en organisaties uitgenodigd tot het inzenden van een schriftelijke reactie op de evaluatie van de 30%-regeling, uitgevoerd door Dialogic. Zij hadden tot 7 september 17.00 uur tijd om te reageren.
salarisverwerking uitbesteden , salarisverwerking online, online salarisverwerker, verwerkers salaris, loonadministratie,

Verzoek om schriftelijk commentaar evaluatie 30%-regeling

In de vergadering van 13 september 2017 zal de vaste commissie voor Financiën, op basis van de ontvangen reacties, besluiten over de verdere behandeling van de evaluatie van de 30%-regeling.

Staatssecretaris Wiebes van Financiën stuurt het rapport Evaluatie 30%-regeling naar de Tweede Kamer. Het kabinetsstandpunt wordt door het volgende kabinet opgesteld. Is deze regeling voor werknemers uit het buitenland doelmatig en doeltreffend?

De 30%-regeling biedt werkgevers de mogelijkheid om een deel van het loon aan te wijzen als onbelaste vergoeding aan bepaalde werknemers die tijdelijk buiten het land van herkomst werken. Dit is een forfaitaire vergoeding voor de extraterritoriale kosten (ETK) die werknemers maken om hun werk uit te kunnen voeren.

loonkostensubsidie, loondispensatie, participatiewet, minimumloon, loonwaarde, loonkostensubsidie niet vervangen,

Doelen regeling

De doelen van de regeling zijn:

1. het aantrekken van werknemers uit het buitenland met een specifieke deskundigheid die in Nederland niet of schaars aanwezig is;
2. een bijdrage leveren aan het aantrekkelijk en competitief houden van het Nederlandse vestigingsklimaat en
3. het verminderen van de administratieve lasten voor werkgevers en werknemers.

Op verzoek van het ministerie van Financiën heeft Dialogic de 30%-regeling geëvalueerd. In het rapport Evaluatie 30%-regeling worden de uitkomsten van deze evaluatie gepresenteerd.

De 30%-regeling is volgens het onderzoek een regeling die eenvoudig is uit te voeren door de Belastingdienst. Het voorkomt in hoge mate controles, discussies en rechtszaken over welke kosten daadwerkelijk extraterritoriaal zijn.

Kleine uitdagingen

Er zijn volgens de onderzoekers enkele kleine uitdagingen in de uitvoering aangaande:

1. de digitalisering van dossiers,
2. bepaling van de woonplaats van de (eventuele) gebruiker en
3. bepaling van geclassificeerde onderzoeksinstellingen.

In dit rapport wordt ingeschat dat de 30%-regeling een doeltreffende en doelmatige regeling is.

Mogelijke aanpassingen

De onderzoekers denken dat enkele aanpassingen mogelijk een positief effect hebben op de doeltreffendheid, doelmatigheid en/of de passendheid van het forfait:

1. verkorting van de looptijd naar vijf of zes jaar;
2. vergroten van de 150-km-grens;
3. verlaging van het forfait bij inkomens boven de €100.000.

Er zijn andere aanpassingen (zoals een andere vaste forfaithoogte dan 30 procent) geanalyseerd, maar die liggen minder voor de hand.
Het zou volgens de onderzoekers goed zijn om een discussie te voeren over de scope van de extraterritoriale kosten. Vooral het feit dat de (veel) hogere kosten voor het levensonderhoud in Nederland wel worden meegenomen, maar geen rekening wordt gehouden met (veel) hogere inkomsten in Nederland vinden ze opmerkelijk.

Wie gebruikt de 30%-regeling?

Het aantal gebruikers van de 30%-regeling lag in 2015 op ruim 56.000 en groeide in de periode 2009-2015 met circa 7% per jaar.

Circa 80% van de gebruikers gebruikte de regeling 5 jaar of minder. Gebruikers van de regeling zijn relatief vaak man (75%) en zijn aanzienlijk jonger dan de Nederlandse beroepsbevolking. De meest voorkomende nationaliteit in 2015 was de Indiase, gevolgd door de Britse, Amerikaanse en Italiaanse.

Circa 90% van de gebruikers van de 30%-regeling blijkt hoger opgeleid.

Het gemiddelde brutoloon ligt rond de €84.000 per jaar (exclusief vergoeding), maar varieert sterk per sector.

30%-forfait en werkelijke extraterritoriale kosten (ETK)

Het forfait lijkt te krap voor werknemers met lage inkomens en/of afkomstig uit een land met (relatief) weinig welvaart, zoals wetenschappelijk onderzoekers of ICT’ers uit India. Het forfait lijkt te hoog voor werknemers met hoge inkomens en afkomstig uit welvarende landen, zoals engineers uit de VS of managers uit Duitsland.

De onderzoekers hebben sterke indicaties dat werknemers en werkgevers zelden kiezen voor de mogelijkheid om de werkelijke ETK te vergoeden, wanneer de werknemer in aanmerking komt voor de 30%-regeling.

De werknemer ondervindt in negentig tot vijfennegentig procent van de gevallen een bepaalde mate van voordeel door het toepassen van de regeling.

In plaats van het verantwoorden en bijhouden van de gemaakte extraterritoriale kosten, biedt het forfait eenvoud, transparantie en voorspelbaarheid voor zowel werkgevers als werknemers.

Doeltreffendheid

De 30%-regeling is doeltreffend met betrekking tot het doel om de administratieve lasten te reduceren.
De 30%-regeling is doeltreffend met betrekking tot het doel om werknemers met een specifieke deskundigheid waar schaarste voor bestaat op de Nederlandse arbeidsmarkt aan te trekken.
De schatting is dat er door de forfaitaire 30%- regeling circa 1.765-5.575 additionele buitenlandse werknemers (doorgaans met een schaarse specifieke deskundigheid) in Nederland werkzaam zijn. Hiervan zitten er naar schatting 1.000-4.000 in de inkomensgroep onder de €100.000, 750-1.500 in de inkomensgroep tussen de €100.000 en €500.000, en 15-75 in de inkomensgroep boven de €500.000.

Geen verdringing ook niet voor lagere inkomens

Op basis van het onderzoek zijn er geen indicaties dat de 30%-regeling leidt tot verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt. Experts geven aan dat verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt een rol speelt bij de lagere inkomens. Voor de lagere inkomens geldt echter dat de 30%-regeling beperkt fiscaal voordeel biedt, vanwege de hoge ETK (extraterritoriale kosten) die deze buitenlandse werknemers maken.

Als er al verdringing is in deze inkomensgroepen, dan wordt dat niet of nauwelijks veroorzaakt door de 30%-regeling. Daarnaast biedt de 30%- regeling vooral fiscaal voordeel aan ingekomen werknemers uit landen met een hoge koopkracht (VK, Frankrijk, et cetera), terwijl verdringing typisch zal komen van werknemers uit landen met een lage koopkracht (India, China, etc.).

Vestigingsplaatsfactor

De regeling is voor een deel van de werkgevers een relevante factor binnen het Nederlandse vestigingsklimaat. Het gaat met name om (grote) internationaal georiënteerde werkgevers, die relatief arbeidsintensief zijn en/of relatief veel te maken hebben met hoogwaardige schaarse arbeid, zoals het geval is bij hoofdkantoorfuncties, ICT-werkzaamheden, onderzoek en ontwikkeling, internationale marketing en internationale sales. De 30%-regeling lijkt dus vooral een relevante vestigingsplaatsfactor te zijn voor (grote) bedrijven in Nederland die op het internationale toneel actief zijn.

Meer opbrengsten dan kosten

De 30%-regeling kent circa €5 tot €15 miljoen aan administratieve lasten in 2015.
De uitvoeringskosten van de betrokken ministeries en de Belastingdienst zijn circa €1 miljoen in 2015.
Tegen kosten van de 30%-regeling van circa €20 miljoen tot €320 miljoen (en de extra kosten omtrent het gebruik van publieke voorzieningen) staan de volgende opbrengsten:

• Reductie van administratieve lasten van €25 miljoen tot €70 miljoen.
• Aantrekken van circa 1.765-5.575 buitenlandse werknemers, die doorgaans een specifieke deskundigheid hebben die schaars of niet aanwezig is op de Nederlandse arbeidsmarkt.
• Een positief, maar niet te kwantificeren, effect op het aantrekkelijk en competitief houden van het Nederlands vestigingsklimaat.
• Productiviteitswinst van Nederlandse bedrijven en spillovers op het gebied van kennis, innovatie en (internationale) netwerken.
• Meer opbrengsten uit de belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen door ingekomen werknemers: circa €7 miljoen tot €22 miljoen.
• Meer opbrengsten uit de vennootschapsbelasting doordat werkgevers ingekomen werknemers niet hoeven te compenseren met een hoger bruto-inkomen en hierdoor een hogere winst hebben: circa €25 miljoen tot €50 miljoen.

Ondanks de behoorlijke mate van onzekerheid in de geschatte opbrengsten en kosten van de 30%-regeling, schatten de onderzoekers in dat de 30%-regeling een doelmatig beleidsinstrument is; de opbrengsten zijn naar hun oordeel groter dan de kosten.

30 regeling 2018,regeling eu 30% overheid,looncriteria kennismigranten 2018,

door100% Salarisverwerking B.V.

Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Hebt u in 2017 werknemers in dienst met een laag loon? Dan kunt u recht hebben op een tegemoetkoming in de loonkosten: het Lage-inkomensvoordeel (LIV).
Deze regeling lijkt op de vroegere afdrachtsvermindering Lage lonen die per 1 januari 2006 is afgeschaft.

De LIV gaat uit van de gegevens in de loonaangifte. Het LIV over 2017 betaalt de Belastingdienst in
2018 aan u uit.

Hoe werkt de regeling?

Het LIV geldt voor een werknemer die op basis van de gegevens uit de loonaangiften in een kalenderjaar:
 1. een gemiddeld uurloon verdient van minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon* (WML)
 2. ten minste 1248 verloonde uren heeft
 3. de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt

* Onder het wettelijk minimumloon wordt verstaan het wettelijk minimumloon zoals geldt voor een werknemer van 23 jaar of ouder.
Het gemiddeld uurloon van een werknemer wordt berekent door het fiscale jaarloon te delen door het aantal verloonde uren.

Werkt een werknemer slechts een deel van het kalenderjaar? Ook dan geldt de voorwaarde van ten minste 1248 verloonde uren. Een medewerker die het gemiddelde uurloon verdient maar bijvoorbeeld maar 6 maanden voor u heeft gewerkt komt dus niet in aanmerking voor het LIV.

Heeft een werknemer bij u meerdere dienstbetrekkingen? Alle verloonde uren worden dan bij elkaar geteld waarna de eis van ten minste 1248 verloonde uren wordt getoetst.

Er is geen maximum aan de duur van het LIV. Zolang de werknemer per kalenderjaar aan de voorwaarden voldoet, hebt u recht op de tegemoetkoming voor die werknemer.

Ook voor een werknemer jonger dan 23 jaar, met een gemiddeld uurloon van minimaal 100% en maximaal 125% van het WML voor een 23-jarige of ouder, komt u in aanmerking voor het LIV.

Loonkostensubsidie, Loonkostenvoordelen, lage-inkomensvoordeel, loonkostensubsidie calculator, Regelhulp loonkostenvoordelen, Aanvragen lage-inkomensvoordeel, Loonkostenvoordelen & LIV,

Wat zijn verloonde uren?

Verloonde uren zijn uren waarover u loon betaalt.
Hieronder vallen:

 1. de contracturen, dat wil zeggen de uren die u met de werknemer bent overeengekomen daaronder vallen ook niet-gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren. Bijvoorbeeld bij verlof of ziekte
 2. de uitbetaalde extra uren die een werknemer werkt, zoals uitbetaalde overuren
 3. niet-opgenomen, maar wel volledig uitbetaalde verlofuren

Welke uren zijn geen verloonde uren?

De volgende uren vallen niet onder verloonde uren:

 1. niet-gewerkte onbetaalde uren, bijvoorbeeld onbetaald verlof
 2. wel gewerkte, maar onbetaalde uren bijvoorbeeld adv-uren (arbeidsduurverkorting) of onbetaalde overwerkuren

Hoogte van het LIV

Voor 2017 gelden de volgende bedragen:

 # Voor werknemers met een gemiddeld uurloon van ten minste € 9,54 en niet meer dan € 10,49 ontvangt u € 1,01 per uur. Met een maximum van € 2.000 per werknemer per jaar.
 # Voor werknemers met een gemiddeld uurloon van ten minste € 10,50 en niet meer dan € 11,92 ontvangt u € 0,51 per uur. Met een maximum van € 1.000 per werknemer per jaar.

Hoe komt u in aanmerking voor het LIV?

U hoeft zelf geen verzoek te doen. UWV haalt de benodigde gegevens uit uw ingediende loonaangiften over 2017 en uit de polisadministratie.
Voor 15 maart 2018 ontvangt u van UWV een voorlopig overzicht van het LIV waarop u recht hebt.
Eventuele fouten kunt u tot en met 1 mei 2018 herstellen door het insturen van correcties. De hoogte van het LIV berekent UWV aan de hand van de gegevens zoals deze op 1 mei 2018 in de polisadministratie staan.
De belastingdienst stuurt u voor 1 augustus 2018 een beschikking met het definitieve bedrag aan LIV.
In de maand september 2018 wordt de eerste LIV uitbetaald.

Lage Inkomens Voordeel,liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting,belastingzaken,afdrachtsvermindering, Lage lonen. lage salaris, lage-inkomensvoordeel, Minimumloon, werknemersverzekeringen, wettelijk minimumloon,

close

Veel lees plezier? Delen mag.