Tag archief basisuurloon

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe wetgeving minimumloon – miljoenen Europeanen gaan meer verdienen

Zeker 24 miljoen werknemers in 25 van de 27 EU – lidstaten gaan over uiterlijk twee jaar een klap meer verdienen.
        
Dat komt omdat heel Europa tegen die tijd een fatsoenlijk minimumloon zal hebben.

 
Eu werknemers, minimumloon in de Eu, Europese werknemers, Europa wet en regelgeving, wetgeving arbeidsrecht EU, wet werkgevers EU, Wetgeving werkgevers EU, Europese wet en regelgeving werkgevers, Europese werkgevers regels

De twee grootste fracties in Europa, van christen- en sociaaldemocraten, hebben daarover een akkoord bereikt dat ze vandaag naar de rest van het Europees Parlement sturen. Ook de lidstaten, onder leiding van de Portugese socialist António Costa, hebben haast. Premier Costa wil de lidstaten op één lijn hebben voor hij op 1 juli zijn voorzitterschap overdraagt aan zijn Sloveense collega, de conservatieve Janez Jansa.

De twee Parlementsrapporteurs, Agnes Jongerius (PvdA) en haar Duitse collega Dennis Radtke (EVP), gaan uit van een minimumloon dat Europabreed aan een dubbele drempel voldoet: minimaal 60 procent van het mediaan- (de helft is dan lager, de helft hoger) en 50 procent van het gemiddelde loon. Voor Nederland, aldus Jongerius, komt dat neer op een verhoging van het minimum uurloon naar 14 euro. Nu is dat 9,72 euro (40-urige werkweek) of 10,80 euro (bij 36 uur).

 

Achteruitgang

De ingreep moet een einde maken aan een periode van dertig jaar waarin het minimumloon alleen maar achteruit is gegaan. “Costa heeft na de bankencrisis al laten zien dat de economie er wel bij vaart als je het minimumloon verhoogt”, meent Jongerius. “Griekenland bewandelde onder druk van Europa de omgekeerde weg en kreeg alleen maar extra ellende.”

Ze wil een minimumloon ‘waarvan je normaal je gezin kunt onderhouden met af en toe een extraatje: een laptop voor de kinderen of een vakantie’. Maar daar zitten we nog ver vandaan. In zeker negen lidstaten zakken minimumloners door de armoededrempel, in nog veel meer lidstaten vallen hele groepen erbuiten. Jongerius: “Corona heeft dat nog verergerd, zeker in slechtbetaalde sectoren als retail en toerisme. De jongeren die in supermarkten voor ons bleven rennen, deden dat zwaar onderbetaald.”

 

Fatsoenlijk uurloon

Jongerius en Radtke beperken zich in hun voorstellen niet tot een fatsoenlijk uurloon. Het moet er één worden zonder aftrek van werkkleding, fooien, eindejaarspremies of vakantiegeld. Daarnaast moet het niet alleen gelden voor ‘gewone’ werknemers, maar ook voor jongeren (nu nog minimumjeugdloon), thuiswerkers, seizoensarbeiders, platformwerkers en ‘valse’ zzp’ers. Dikke studies wijzen uit dat het baanverlies marginaal is (minder dan 0,5 procent) en zeker het MKB (door groeiende koopkracht) er wel bij vaart. De arbeidsmigratie zou licht afnemen.

Jongerius: “De loodgieter kan een paar duppies duurder worden, maar als dat de prijs is voor de afschaffing van uitbuiting, moeten we dat graag betalen. Intussen zie je de Duitse auto-industrie steigeren: die is bang dat ze straks goedkope arbeid in Oost-Europa verliest.” Onder meer in Nederland zijn de werkgevers dan weer wel vóór.” Die begrijpen dat te veel ongelijkheid tot groeiende spanningen leidt, en daarmee tot minder productiviteit.”

 
 
Bron: AD
 
 

Gerelateerd

Minimumlonen in de EU, grote verschillen
Minimumloon 2021
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Minimumloon in 2021, per leeftijd, per dag, per uur

Het minimumloon en jeugdloon is in 2021 iets hoger dan in 2020.
               
Bekijk het nieuwe minimumloon voor volwassenen vanaf 21 jaar en het minimum jeugdloon voor 20 jaar, 19 jaar, 18 jaar en jonger.

Het minimumloon 2021 voor volwassenen vanaf 21 jaar is € 1.684,80 per maand, € 388,80 per week en € 77,76 per dag. Dit minimumloon is geldig in de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021.

Het wettelijk minimumloon (WML) 2021

Het Minimumloon is het loon dat je minimaal moet betalen aan je werknemers. De hoogte van het minimumloon wordt ieder halfjaar aangepast.

Het wettelijk minimumloon geldt voor alle medewerkers van 21 jaar en ouder. Voor werknemers die jonger zijn is er het minimum jeugdloon. Dit is een percentage van het minimumloon.

Als werkgever bent u verplicht het minimumloon te betalen. De regels voor het minimumloon staan in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
 

Minimumloon 1 januari 2021 (brutoloon fulltime)

Volwassenen vanaf 21 jaar en minimum jeugdloon voor 20 jaar, 19 jaar, 18 jaar en jonger

Leeftijd: Per maand: Per week: Per dag:
Minimumloon 21 jaar en ouder € 1.684,80 € 388,00 € 77,76
Minimumloon 20 jaar € 1.347,85 € 311,05 € 62,21
Minimumloon 19 jaar € 1010,90 € 233,30 € 46,66
Minimumloon 18 jaar € 842,40 € 194,40 € 38,88
Minimumloon 17 jaar € 665,50 € 153,60 € 30,72
Minimumloon 16 jaar € 581,25 € 134,15 € 26,83
Minimumloon 15 jaar € 505,45 € 116,65 € 23,33

 

Minimumuurlonen per 36, 38 en 40 uur per week

LEEFTIJD 36 UUR PER WEEK 38 UUR PER WEEK 40 UUR PER WEEK
21 jaar en ouder 10,80 10,24 9,72
20 jaar 8,65 8,19 7,78
19 jaar 6,49 6,14 5,84
18 jaar 5,40 5,12 4,86
17 jaar 4,27 4,05 3,84
16 jaar 3,73 3,54 3,36
15 jaar 3,25 3,07 2,92

 

Minimumloon BBL 2021

Voor werknemers van 18, 19 of 20 jaar die een arbeids­overeenkomst hebben vanuit de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) gelden lagere minimumloonbedragen.

Dit zijn de BBL-bedragen vanaf 1 januari 2021:

Leeftijd: Per maand: Per week: Per dag:
20 jaar (BBL) € 1.036,15 € 239,10 € 47,82
19 jaar (BBL) € 884,50 € 204,10 € 40,82
18 jaar (BBL) € 766,60 € 176,90 € 35,38

 
 

Gerelateerd

Normenbrief 1 januari 2021 – online
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
Rekenregels per 1 januari 2021
Percentages Zvw 2021 en maximum bijdrage-inkomen bekend
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking gebruikelijkloonregeling vernieuwd

U bent een werknemer in een vennootschap of coöperatie waarin u een aanmerkelijk belang hebt?

           

Dan geldt voor u de gebruikelijkloonregeling. Ook is de opbouw van de handreiking gewijzigd.

belastingdienst, belastingen, loonbelasting,loon kortingen,loon regelingen,fiscale diensten, loonheffingen, loon, salaris, liv,lkv,

Wat is de gebruikelijkloonregeling?

De gebruikelijkloonregeling houdt in dat een aanmerkelijkbelanghouder wordt geacht een loon te krijgen dat normaal is voor het niveau en de duur van zijn arbeid. De gebruikelijkloonregeling geldt dus voor een persoon die werkt voor een vennootschap of een coöperatie waarin hij of zijn fiscale partner een aanmerkelijk belang heeft.
 

Het gebruikelijk loon moet minimaal het hoogste bedrag zijn van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking
  • het loon van de meestverdienende werknemer bij de vennootschap of van de meestverdienende werknemer van een verbonden vennootschap van de werkgever
  • ten minste € 45.000

 

Is uw gebruikelijk loon € 5.000 of lager?

Is het gebruikelijk loon € 5.000 of lager? En kunt u dat aantonen? Dan geeft u voor dat werk het loon aan dat u kreeg. De grens van € 5.000 geldt voor het totaal van uw werkzaamheden voor alle vennootschappen of coöperaties waarin u een aanmerkelijk belang hebt. De grens geldt dus niet per onderneming.
 

Hebben anderen een lager loon?

Is het gebruikelijk dat anderen bij de meest vergelijkbare werkzaamheden een lager loon krijgen? En kunt u dat aannemelijk maken? Dan stellen wij het loon op dat lagere bedrag. Daarbij moet u een vergelijking maken met de meest vergelijkbare werkzaamheden uit loondienst waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt.
 

Start-ups

Werkt u voor start-ups? Dan geldt een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling. U mag in dat geval het wettelijk minimumloon nemen als gebruikelijk loon. Of, als dat lager is, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit laatste moet u aannemelijk maken.

Om aangemerkt te kunnen worden als een start-up, moet uw werkgever voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Uw werkgever heeft in een kalenderjaar een S&O-verklaring.
  • Uw werkgever heeft in een kalenderjaar recht op het verhoogde starterspercentage (zie paragraaf 25.1.2 van het Handboek Loonheffingen).
  • Uw werkgever komt niet uit boven het ‘de minimis’-plafond voor wat betreft staatssteun volgens het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Voor werknemers die zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen, moet de werkgever een Verklaring De-minimissteun aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voor een directeur-grootaandeelhouder geldt deze voorwaarde niet (zie paragraaf 16.1.1 van het Handboek Loonheffingen).

Heeft uw werkgever voor slechts een deel van het kalenderjaar een S&O-verklaring en recht op het verhoogde starterspercentage? Dan geldt deze regeling toch voor het hele kalenderjaar.

U mag de start-upregeling maximaal 3 jaar toepassen. Daarna geldt weer de hoofdregel.
 

Handboek loonheffingen

Meer over de gebruikelijkloonregeling leest u in Handboek loonheffingen Thema’s
 
 

Gerelateerd:

 
personeelszaken, personeelsdiensten,financiën, geldzaken, personeelszaken, personeelsdiensten, kosten medewerkers, vergoedingen medewerkers, loonadministratie, salarisverwerking,

door100% Salarisverwerking B.V.

Loonstrook niet duidelijk!

All-in loon blijkt niet echt uit loonstrook – Recht op nabetaling?

                     

Mag een werkgever een all-in loon betalen aan een werkneemster en is dit op de juiste wijze gebeurd? Volgens de kantonrechter in Rotterdam is op de loonstroken niet voldoende duidelijk gespecificeerd waaruit het loon was samengesteld. De werkneemster heeft recht op vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen en achterstallige vakantiebijslag.

Een werkneemster vordert:

  1. een bedrag van € 3.283,63 aan vergoeding voor de niet genoten vakantiedagen in de periode vanaf 1 juli 2014 tot 1 juni 2018 en een bedrag van € 3.713,84 aan achterstallige vakantiebijslag over de periode vanaf 1 juni 2014 tot en met 31 mei 2018.
  2. de bruto/netto salarisspecificaties met betrekking tot de te verrichten betalingen aan vergoeding voor de niet genoten vakantiedagen en achterstallige vakantiebijslag.

De werkneemster geeft hiervoor de volgende redenen: zij ontving van de werkgever geen vakantiebijslag en kreeg feitelijk geen kans om op vakantie te gaan onder doorbetaling van salaris. Als zij vrij nam, dan kreeg zij over de vrije dagen geen loon uitbetaald. Daarnaast heeft zij over de periode vanaf 1 juni 2014 tot en met 31 mei 2018 de door werkgever aan haar verschuldigde vakantiebijslag niet, in ieder geval niet volledig, uitbetaald gekregen.

Wat zegt werkgever?

De werkgever stelt dat uit de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst blijkt dat uitdrukkelijk is afgesproken dat het overeengekomen salarisbedrag inclusief de uitbetaling van vakantie-uren en vakantiegeld is.

De werkgever heeft in de periode vanaf juli 2014 tot en met april 2017 het vakantiegeld en de vergoeding voor de vakantie-uren niet gespecificeerd op de loonstroken, maar dit betekent niet dat zij deze niet heeft uitbetaald. Sinds januari 2015 lag het uurloon van de werkneemster hoger dan het cao-loon én gold dat het uurloon inclusief het vakantiegeld en de vergoeding voor vakantiedagen was.

Wat zegt kantonrechter?

Artikel 5 uit de arbeidsovereenkomst tussen partijen luidt als volgt:

“Werknemer ontvangt een salaris volgens CAO (functie groep 1) door werkgever te voldoen aan het begin van iedere maand voor de maand ervoor. Vakantietoeslag, uitbetaalde vrije dagen en overige toeslagen zijn bij het salaris inbegrepen.”

De inhoud van deze bepaling is volgens de kantonrechter onduidelijk. Op de arbeidsovereenkomst is de Horeca-cao van toepassing. Uit deze cao blijkt niet dat conform deze cao een all-in loon wordt afgesproken. Uit voornoemde bepaling blijkt dat partijen met elkaar zouden hebben afgesproken dat het loon van de werkneemster een zogenoemd all-in loon zou zijn. Hoe hoog het uurloon of het maandloon van de werkneemster – inclusief en exclusief vakantietoeslag en vergoeding voor de vakantie-uren – zou zijn, blijkt niet uit deze bepaling.

Vakantiebijslag

Volgens artikel 17 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag moet de vakantiebijslag in de maand juni worden uitgekeerd, maar mag van dit tijdstip worden afgeweken, zolang de uitbetaling ten minste eenmaal per kalenderjaar gebeurt. De werkgever mocht dus afspreken dat de vakantiebijslag tegelijk met elke loonbetaling zou plaatsvinden. Voor de werkneemster moet wel voldoende duidelijk zijn dat de werkgever per loonbetaling ook de vakantiebijslag uitkeert, zodat de afspraak dat de vakantietoeslag inbegrepen is in het salaris niet per definitie veelzeggend is.

De werkgever is verplicht een schriftelijke specificatie van het uitbetaalde loon aan de werkneemster te verstrekken waaruit duidelijk moet blijken waaruit het loonbedrag is samengesteld. Uit geen van de overgelegde loonstroken uit de periode juli 2014 tot april 2017 blijkt dat het vakantiegeld tegelijk met het maandelijkse loon werd uitbetaald.

Er zijn geen verdere omstandigheden of feiten gesteld of gebleken waaruit blijkt of kan worden afgeleid dat voor de werkneemster voldoende duidelijk was dat zij de vakantiebijslag bij iedere salarisronde ontving en waaruit haar loon was samengesteld.

Het feit dat de werkneemster vanaf 2015 een hoger uurloon ontving dan het basisuurloon conform cao, zoals de werkgever stelde, betekent niet dat er daarom van moet worden uitgegaan dat de vakantiebijslag in dat hogere uurloon was opgenomen.

Wat betreft het loonstrookje uit april 2017 en de loonstroken daarna valt volgens de werkneemster af te leiden dat de werkgever het uurloon ad € 11,12 ineens had opgesplitst, terwijl partijen een dergelijk all-in uurloon niet zijn overeengekomen.

De werkgever heeft de kantonrechter er niet van overtuigd dat dit uurloon niet als basisuurloon exclusief vakantiebijslag en vergoeding voor de vakantiedagen mocht worden opgevat door de werkneemster. Hieruit volgt dat er niet van kan worden uitgegaan dat de werkgever vanaf april 2017 de vakantiebijslag waar de werkneemster recht op had volledig heeft betaald.

De werkgever is nog een bedrag van € 3.713,84 bruto aan de werkneemster verschuldigd.

Vakantiedagen

Het betalen van een loon, waarin een vergoeding voor de (opgebouwde) vakantiedagen inbegrepen is, is slechts toegestaan, indien dit niet belemmert dat de werknemer feitelijk vakantie opneemt én duidelijk gespecificeerd in de loonstroken vermeld staat welk gedeelte van het uitbetaalde loon de loonwaarde van de vakantiedagen behelst. In dit geval is hier geen sprake van geweest.

De werkneemster kreeg geen kans verlof op te nemen en in ieder geval tot april 2017 bleek uit de loonstroken niet dat een gedeelte van het loon zag op de vakantiedagen.

De werkneemster heeft nog recht op een bedrag van € 3.283,63 bruto over die periode aan vergoeding voor de niet genoten vakantiedagen toekomt.

De gevorderde bedragen aan achterstallige vakantiebijslag en vergoeding voor de niet genoten vakantiedagen van € 3.713,84 bruto respectievelijk € 3.283,63 bruto, berekend tot 1 juni 2018 wijst de kantonrechter toe.

De vordering tot het verstrekken van bruto-netto specificaties wijst de kantonrechter ook toe.

Uitspraak Rechtbank Rotterdam, 11 oktober 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:8427

salaris, loon, loonstroken, loonkosten, loonadministratie,loonverwerking, loonverwerkers,loonverwerker, verloning, salarisadministratie, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, salarissen,