Tag archief arbeidsovereenkomst

door100% Salarisverwerking B.V.

Salarisverwerking & WAB?

Vanaf 1 januari treedt de wet WAB (Wet Arbeidsmarkt in Balans)​ in werking.

              

Na een lange periode van overleg, is het eindelijk zover: de WAB is door de Eerste Kamer. Het komende half jaar kan uw organisatie zich voorbereiden op nieuwe regels voor ontslag, flexwerk en het WW-premiestelsel.

 
De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) , arbeidsmarkt, werknemer - werkgevers, werkgeverschap, WAB,
 
De naam van de WAB (Wet Arbeidsmarkt in Balans) is niet voor niets gekozen. De wet streeft namelijk naar meer balans tussen vaste en flexibele contracten op de arbeidsmarkt. Daarvan zijn een aantal punten kort samengevat:

  • Werknemers krijgen pas weer na 3 jaar recht op een vast contract;
  • de transitievergoeding wordt voortaan anders berekend;
  • bij een ontslagaanvraag kunnen meerdere ontslaggronden worden aangevoerd;
  • werkgevers worden verplicht om oproepkrachten (met een 0-urencontract of een min/max contract) een aanbod te doen voor een vaste arbeidsomvang;
  • werkgevers worden verplicht om oproepkrachten ten minste 4 dagen van tevoren op te roepen;
  • payrollers vallen niet langer onder het uitzendregime;
  • voor werknemers met een vast contract hoeft minder WW-premie te worden afgedragen dan voor flexwerkers;
  • de afspraken voor een pensioenvoorziening voor payrollers worden uitgesteld.

 

Na 3 jaar recht op vast contract bij WAB

Op dit moment hebben werknemers recht op een vast contract als zij 2 jaar voor dezelfde werkgever werken of als zij 3 tijdelijke contracten hebben gehad (ketenbepaling). Het vierde contract is dan een vast contract. Vanaf 1 januari 2020 wordt dit anders. Dan hebben werknemers recht op een vast contract na 3 jaar of na 3 tijdelijke contracten. De tussenpoos om de keten van tijdelijke contracten te doorbreken blijft op 6 maanden (26 weken) staan, maar in een cao mag worden geregeld dat die keten wordt verkort naar minimaal 3 maanden. Dat kan bijvoorbeeld als terugkerend werk voor een periode van een aantal maanden per jaar kan worden verricht, zoals seizoenswerk. In het basisonderwijs worden tijdelijke contracten voor invalskrachten in verband met vervanging wegens ziekte uitgezonderd van de ketenbepaling.

Er komt geen overgangsregeling voor deze maatregel. Werknemers die voor 1 januari 2020 hun vierde contract krijgen of 2 jaar in dienst zijn, moeten dus nog een vast contract krijgen. Werknemers die daarna 2 jaar in dienst zijn, hoeven dus geen vast contract te krijgen. Maar medewerkers die na 1 januari 2020 aan hun vierde contract toe zijn, moeten wél een vast contract krijgen.
 

Nieuwe regels rond transitievergoeding

Per 1 januari 2020 worden de regels rond de transitievergoeding veranderd. Ten eerste krijgen alle werknemers, ongeacht hun type arbeidsovereenkomst, recht op een transitievergoeding vanaf de eerste dag van hun arbeidsovereenkomst. Ook mensen die in hun proeftijd worden ontslagen en mensen die korter dan 2 jaar in dienst zijn hebben dus recht op een transitievergoeding bij ontslag. De transitievergoeding wordt straks ook anders berekend. Er wordt niet meer gekeken naar volledig gewerkte halve jaren, maar alle losse maanden en dagen tellen ook mee. Wel komt er een maximumperiode van 10 jaar waarover de vergoeding wordt berekend. Alle halve jaren boven de 10 jaar tellen niet meer mee voor de transitievergoeding.
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,
 

Nieuwe grond voor ontslagaanvragen

Met de komst van de WAB komt er ook een nieuwe ontslaggrond bij:

  • de i-grond.
  • de cummulatiegrond.

Daarin kan de werkgever meerdere ontslaggronden met elkaar combineren. Als de arbeidsovereenkomst op basis van de i-grond wordt ontbonden, kan de werknemer aanspraak maken op een extra vergoeding. Deze wordt opgeteld bij de transitievergoeding, maar mag niet meer bedragen dan de helft van de transitievergoeding.
 

Een aantrekkelijk vast contract

Werkgevers zijn vanaf 1 januari 2020 verplicht om werknemers met een oproepcontract (0-uren) en/of een min/max contract elk jaar een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst met een vast aantal uren. Daarbij moeten zij het gemiddeld aantal gewerkte uren van het afgelopen jaar nemen. Dat betekent niet dat dat ook meteen een contract voor onbepaalde tijd moet zijn. Er mag ook worden gekozen voor een andere periode.
 

Op tijd oproepen

Ook moeten werkgevers hun werknemers ten minste 4 dagen van tevoren oproepen. Als de werkgever de oproep binnen deze 4 dagen intrekt, heeft de werknemer alsnog recht op loonbetaling over de periode waarvoor hij was opgeroepen. In de cao mogen daar echter nog andere afspraken over worden gemaakt, maar de periode mag nooit korter zijn dan 24 uur. Bovendien blijft de werkgever verplicht zijn medewerkers voor ten minste 3 uur op te roepen.
 

Langere proeftijd

Om het bieden van een vast contract aantrekkelijker te maken voor werkgevers, wilde de wetgever een langere proeftijd mogelijk maken. Als de werknemer direct een vast contract krijgt aangeboden, mocht de proeftijd worden verlengd naar maximaal 5 maanden. Dit voorstel heeft het niet gehaald in de Tweede Kamer en is dus ook geen onderdeel van de WAB. Bij contracten langer dan 2 jaar is de maximale proeftijd 3 maanden. De overige regels rond de proeftijd veranderen niet. Voor contracten korter dan 6 maanden mag dus geen proeftijd worden afgesproken en voor contracten tussen de 6 maanden en 2 jaar mag maximaal 1 maand proeftijd worden afgesproken.
 

Payrollers zijn geen uitzendkrachten

Met de komst van de WAB vallen payrollmedewerkers niet meer onder de regels voor uitzendkrachten. Payrollbedrijven mogen dus geen uitzendbeding hanteren en de ketenbepaling voor uitzendmedewerkers is niet van toepassing op payrollers. Ook krijgen payrollmedewerkers recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die bij de werkgever in dienst zijn.
 

Pensioen voor payrollmedewerkers

De enige uitzondering op de gelijkgetrokken arbeidsvoorwaarden zijn de pensioenvoorwaarden. Payrollbedrijven zijn pas vanaf 1 januari 2021 verplicht om een ‘adequate pensioenvoorziening’ te treffen. Dan moeten de pensioenvoorwaarden van de payroller vergelijkbaar zijn met die van werknemers in dienst bij de werkgever of die van werknemers in dezelfde sector. De pensioenregeling is in ieder geval passend als de payrollwerknemer deelneemt aan de pensioenregeling van de inlener. Neemt de payroller geen deel aan de pensioenregeling van de werkgever (inlener), dan zijn er vaste voorwaarden waar het payroll pensioen aan moet voldoen. Zo wordt voorkomen dat er wordt geconcurreerd op pensioen. De exacte voorwaarden staan in het Besluit voorwaarden adequate pensioenregeling payrollkrachten.
 

Lagere WW-premie voor vast contract

Voor werknemers met een vast contract hoeft minder WW-premie te worden afgedragen dan voor flexwerkers. Met de komst van de WAB op 1 januari 2020 zullen de sectorpremies en de algemene Awf-premie vervallen. Dan bestaan alleen nog een lage en een hoge (+5 procent) WW-premie voor alle werkgevers. De lage premie hangt dan samen met de WW-instroom vanuit vaste contracten en de hoge premie met een WW-instroom vanuit tijdelijk contracten. Smokkelen met de definitie van een vast contract, door bijvoorbeeld een vast 0-urencontract aan te bieden, gaat niet werken. De WAB omschrijft het vaste contract als een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die de omvang van de te verrichten arbeid eenduidig vastlegt. Ook geldt de lage premie niet als de werkgever het vaste contract binnen de proeftijd van 5 maanden beëindigt.
 
 

Zie ook:

 
preventie ziekteverzuim, verzuimkosten verlagen, verzuimverzekering, ziekteverzuimverzekering, ziekteverzuimverzekeringen,ziekteverzuim, verzuim, ziekteverzuimkosten,verzuimkosten,langdurig ziek, langdurig zieken, langdurig ziekteverzuim, terugdringen ziekteverzuim,

door100% Salarisverwerking B.V.

WAB (wet Arbeidsmarkt in balans) door de kamers?

De Eerste Kamer heeft de wet Arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen.

              

Deze wet verkleint de kosten en risico’s tussen vast werk en flexwerk. Hierdoor krijgen mensen in een kwetsbare positie meer perspectief terwijl tegelijkertijd flexwerk mogelijk blijft. ‘Met het aannemen van de WAB in de Eerste en Tweede Kamer is een belangrijke stap gezet naar een sterke en goed functionerende arbeidsmarkt’, stelt minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 
hr beleid, hr management, personeelszaken, hrm personeel, loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking,
 
Vaste contracten bieden werknemers met de huidige regels veel bescherming, terwijl flexcontracten dat nauwelijks bieden. Dit verschil in kosten en risico’s maakt dat werkgevers vaak terughoudend zijn om werknemers in vaste dienst te nemen. Groepen werkenden belanden zo onnodig vaak in flexbanen en hebben nauwelijks perspectief op zekerheid.

De wet treedt definitief op 1 januari 2020 in werking. Dit betekent dat uw organisatie vanaf die datum te maken krijgt met nieuwe regels voor ontslag, flexwerk en het stelsel voor de WW-premie.

Een meerderheid van de Eerste Kamer is akkoord gegaan met de wet die moet zorgen voor meer evenwicht op de arbeidsmarkt tussen vaste en flexibele contracten. In de WAB zijn de volgende maatregelen opgenomen:

  • Werknemers krijgen weer na drie (in plaats van twee) jaar recht op een vast contract. Het aantal tijdelijke contracten dat een werkgever binnen die periode met een werknemer mag afspreken voordat er recht op een vast contract ontstaat blijft drie. De tussenpoos om de keten van tijdelijke contracten te doorbreken is en blijft onder de WAB minimaal zes maanden. Wel wordt in de cao de mogelijkheid verruimd om de tussenpoos te verkorten naar drie maanden.
  • De berekening van de transitievergoeding wijzigt:
    • Een werknemer hoeft straks niet meer minimaal twee jaar in dienst te zijn om recht te hebben op de transitievergoeding bij ontslag. Hij krijgt dit recht van het begin van zijn arbeidsovereenkomst.
    • Een werknemer bouwt geen hogere transitievergoeding meer op als hij langer dan tien jaar in dienst is geweest.
    • Een werknemer bouwt de transitievergoeding op over de feitelijke duur van zijn arbeidsovereenkomst. De transitievergoeding wordt dus niet meer afgerond op halve dienstjaren.
  • Door de introductie van de cumulatiegrond (de i-grond) kan een werkgever bij het indienen van een ontbindingsverzoek bij de rechter straks verschillende ontslaggronden met elkaar combineren.
  • De werkgever moet jaarlijks een aanbod doen voor een vaste arbeidsomvang aan oproepkrachten met een nulurencontract of min-maxcontract. Dit aanbod is gebaseerd op de gemiddelde gewerkte arbeidsduur in de voorgaande twaalf maanden. Daarnaast moet de werkgever een oproepkracht straks minimaal vier dagen van tevoren oproepen (in de cao kan hiervan worden afgeweken).
  • Payrollwerknemers vallen straks niet meer onder het uitzendregime. Hierdoor kunnen payrollbedrijven straks geen uitzendbeding en ruimere ketenbepaling meer hanteren voor payrollwerknemers. Daarnaast krijgen payrollwerknemers recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers die bij de werkgever in dienst zijn.
  • Werkgevers gaan een lage WW-premie betalen voor werknemers met een vast contract en een hoge WW-premie voor werknemers met een flexibel contract.

 

Pensioenregeling voor payrollwerknemers?

De verplichting voor payrollbedrijven om voor een adequate pensioenregeling te zorgen voor payrollwerknemers is uitgesteld naar 1 januari 2021. Vanaf die datum moet een payrollwerknemer een adequate pensioenregeling krijgen als deze ook geregeld is voor vergelijkbare werknemers van de inlenende werkgever of in de betreffende sector. De pensioenregeling is in ieder geval passend als de payrollwerknemer deelneemt aan de pensioenregeling van de inlener.
Neemt de payrollwerknemer niet deel aan deze pensioenregeling van de inlener, dan zullen er vaste voorwaarden gelden voor de pensioenregeling van de payrollwerkgever zelf.
 
 
Gerelateerd:

 
wet en regelgeving zakelijk, lonen bedrijven, salarissen wereldwijd, zakelijke afspraken, contract afspraken,

door100% Salarisverwerking B.V.

Vakantiegeld

Het vakantiegeld, vakantiebijslag of vakantietoeslag wordt binnenkort uitbetaald bij de meeste werkzame mensen.

       

Maar hoe wordt dat bedrag eigenlijk in de administratie verwerkt? En hoe zit het met de belastingdienst?

berekening,rekenen, vakantiegeld loonheffingen, vakantiebijslag, vakantie toeslag, vakantie uren,

Wanneer berekent u vakantiegeld?

De meeste salarisverwerking software berekent het vakantiegeld automatisch. Wettelijk gezien bedraagt het vakantiegeld ten minste 8 procent van het loon, maar het mag natuurlijk ook meer zijn. Aan de salarisadministratie alleen nog de taak om te controleren of het allemaal goed is gedaan.

Toch? Welnee!

Als salarisverwerker kunt u controle’s maandelijks doen. De meesten hebben immers het gereserveerde bedrag maandelijks op hun loonstrook staan en die gereserveerde bedragen tellen ook mee voor de aangifte loonheffing.
Op basis van die heffingen wordt voor de werknemer ook de WIA, WW, pensioen en zelfs zijn maximum hypotheekbedrag berekend. Als daar het hele jaar een fout in zat, en die nu pas bij controle naar bovenkomt, is er duidelijk een proces onvoldoende geborgd en wordt werknemer óf werkgever benadeeld. Wat de salarisverwerker wel pas in deze periode doet, is berekenen hoeveel er op het vakantiegeld moet worden ingehouden aan belastingen en premies.

Wat telt mee bij de berekening van vakantiegeld?

Er is in de Wet minimumloon en vakantiebijslag vastgelegd hoe het vakantiegeld moet worden berekend. Elke werknemer ontvangt ten minste 8 procent van het brutoloon aan vakantiegeld, bij cao kan dat percentage hoger zijn of er kan een vast, minimumbedrag zijn afgesproken.
Maar wat is het brutoloon? Want tot 1 januari 2018 mocht overwerk bijvoorbeeld niet worden meegenomen in de berekening van vakantiegeld. Inmiddels is dat anders. Nu moet het juist wel worden meegenomen, tenzij anders is vastgelegd in de cao.
Voor de loonadministratie begint de berekening dus bij de begripsbepaling van ‘loon’ uit de geldende cao. Bonussen, onkostenvergoedingen, jubileumuitkeringen en nog een aantal andere bijzondere bedragen zijn overigens nog altijd uitgesloten van de berekening.
Andere emolumenten (vaste extra uren, nabetalingen, uitgekeerde boven wettelijke vakantiedagen, etc.) tellen juist weer wel mee voor het brutoloon.

Verdient de medewerker meer dan 3 maal het minimumloon (op 1 juli is dat 4906,80 euro per maand), dan mag met de medewerker worden afgesproken dat over het bedrag boven die 4906,80 geen vakantiegeld meer wordt berekend.
Het is aan de medewerker zelf om wel of niet akkoord te gaan met die bepaling in zijn of haar arbeidsovereenkomst.

Als loonadministrateur zal u dus moeten nagaan of het brutoloon juist is berekend en welk bedrag wettelijk of per cao ten minste moet worden uitbetaald.

Welke belastingen worden geheven op het vakantiegeld?

In elk geval wordt er op vakantiegeld loonbelasting en de premies voor de volksverzekeringen ingehouden volgens de tabellen voor bijzondere beloningen. Er wordt rekening gehouden met de afbouw van de heffings- en arbeidskortingen.
De hoogte van de in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen wordt bovendien ook bepaald op basis van het jaarloon van het voorafgaande jaar.
Raadpleeg dus altijd de tabellen voor een exact percentage en laat uw werk controleren. Doet u dit niet kan u of de werknemer geconfronteerd worden met een naheffing.

Het is zeer nadrukkelijk niet toegestaan om, zodra de salarisadministrateur vermoedt dat er een bijbetaling volgt, zelf het jaarloon aan te passen, zodat er meer loonbelasting en premies volksverzekeringen worden ingehouden.
Het jaarloon moet worden bepaald op basis van het loon van het voorafgaande jaar. Daar mag alleen van worden afgeweken als de werknemer hier zelf om vraagt.

Let op met de Cafetariaregeling en vakantiegeld

Vakantiegeld wordt berekend aan de hand van het verlaagde loon, als er bijvoorbeeld een fiets is gekocht van het brutoloon of de fiscale ruimte wordt benut voor de reiskostenvergoeding.
Dat kan problemen geven als het brutoloon van het jaar er voor hoger was. Want de werknemer heeft recht op 8 procent van dat jaar.
Als het vakantiegeld wordt verlaagd met de bijdrage voor de fiets of de reiskosten, komt het bedrag onder het minimum van 8 procent. Dat mag niet.

Dit zelfde probleem treedt op als de cao een minimumuitkering aan vakantiegeld heeft bepaald. Controleer dus altijd of de werknemer ten minste 8 procent van het brutoloon ontvangt.

Gerelateerd:

Wettelijke vakantiedagen, vakantiedagen die de werknemer in 2017 opbouwt, vervallen op 1 juli 2018 vakantiedagen,

door100% Salarisverwerking B.V.

0-urencontract toch doorbetaling van loon!

Uitspraak rechtbank Noord Holland

                    

In een recente kort geding heeft de rechtbank een bedrijf, waar een vrouw aanvankelijk in de zomervakantie 40 uur per week werkte als assistent accountant, veroordeeld tot doorbetaling van haar volledige salaris.

 
personeelszaken, hr management, loonadministrateurs,salarisadministrateurs, salarisverwerking, salarisverwerker, salarisverwerkers, loonadministratie, loonadministrateurs, loonverwerkers, loonverwerker, salarisadministratie, salaris, loon, salarisverwerking online, salarisverwerker online,
 

Het begin

Een 21-jarige vrouw begint in de zomer van 2018 als assistent-accountant. Ze krijgt een 0-urencontract tegen minimumloon voor de duur van een jaar, maar werkt in de praktijk 40 uur per week. Bij haar sollicitatie had de vrouw aangegeven graag een opleiding Accountancy te willen gaan volgen. Maar hier komt in de maanden daarop niets van terecht. De werkgever is teleurgesteld en wil van de vrouw af. Daarom stoppen zij per 31 oktober met oproepen. Ook vraagt de werkgever de vrouw een vaststellingsovereenkomst te tekenen, maar dat weigert zij. Vervolgens vordert de werkneemster op 6 november doorbetaling van haar loon en geeft ze aan beschikbaar te zijn voor arbeid. Eind december spreken de vrouw en het bedrijf elkaar en stuurt het bedrijf een brief waarin zij aangeven dat zij de hoeveelheid uren van de vrouw naar beneden (4 uur per week) willen bijstellen. Als reden voeren zij aan dat ze een nieuw boekhoudprogramma hebben aangeschaft waardoor het werk van de vrouw niet meer nodig is. Bovendien kan de vrouw niet worden ingezet voor écht accountantswerk, omdat ze de opleiding niet is gaan volgen. De advocaat van de vrouw sommeert betaling van het achterstallige salaris, dat vervolgens gedeeltelijk wordt overgemaakt voor de maanden november en december. Toch treffen de twee bedrijven elkaar in een kort geding voor de rechter.
 

Bij de rechter

De vrouw eist (door)betaling van het salaris van 1.320,65 euro netto per maand over de periode van 1 november 2018 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd. Daarnaast wil ze een nettobedrag van 1.120,23 euro aan achterstallig salaris en reiskostenvergoeding, plus nog eens 1.139,38 euro aan vertragingsrente. Ook de kosten van het geding en de kosten voor het buitenrechtelijke incassotraject worden gevorderd op de werkgever. Zij wijst ter onderbouwing op het rechtsvermoeden dat is ontstaan op basis van de loonstroken van augustus, september en oktober. Daar blijkt uit dat zij in die maanden steeds 40 uur heeft gewerkt.
Ter verdediging voert de werkgever aan dat de vrouw een 0-urencontract heeft en dus geen recht heeft om opgeroepen te worden. Maar zij weerleggen niet dat de vrouw in de drie maanden steeds 40 uur heeft gewerkt. Wel stellen zij dat zij per 1 januari haar uren naar beneden hebben bijgesteld, conform een eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst. De werkzaamheden van de vrouw zijn nu niet meer nodig, vanwege het nieuwe boekhoudprogramma. Ook voeren zij aan dat zij niet verder met de vrouw willen omdat zij haar werkzaamheden niet op het verwachte, (toekomstige) niveau uitvoert, omdat zij niet aan de opleiding tot accountant is begonnen. Het werk dat zij wel uitvoerde is bovendien overgenomen door (goedkopere) stagiaires.
De vrouw betwist dit. Zij stelt dat zij altijd naar tevredenheid heeft gefunctioneerd en zij al voordat ze in haar functie begon heeft aangegeven niet aan de opleiding te gaan beginnen. De werkgever was daar akkoord mee. Bovendien is er blijkbaar wel degelijk werk voorhanden, alleen wordt dat dus door stagiairs gedaan.
 

Het oordeel

De vrouw wordt in het kort geding in het gelijk gesteld. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en reiskostenvergoeding. De rente heeft voor het kort geding geen spoedeisend belang en wordt dus niet toegewezen. De kosten voor buitenrechtelijke incasso bestonden enkel uit het verzenden van een brief en worden niet toegewezen, maar de gerechtelijke kosten wel. Of er per 1 januari rechtmatig een verandering is ontstaan in de hoeveelheid uren die de vrouw nog werkt, wordt overgelaten aan de bodemprocedure.
 
Uitspraak: rechtbank Noord Holland
 
 
hr beleid, hr management, personeelszaken, hrm personeel, loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking,

door100% Salarisverwerking B.V.

Elke werknemer heeft recht op een minimumbeloning

Bijzonderheden van de Wet minimumloon (WML) en minimumvakantiebijslag.

              
minimumloon 2019, wettelijkminimumloon wml 2019, 2019 minimumlonen, loon minimaal, 2019 salaris minimaal, vastgesteld loon minimaal 2019, loon, salaris

De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) speelt in elke organisatie een rol. Het belangrijkste doel van deze wet is om iedereen die arbeid verricht van een sociaal aanvaardbare beloning te voorzien en oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. In de praktijk betekent dit dat werkgevers met ondergrenzen qua beloning te maken hebben, maar ook qua vakantiebijslag.
In een serie whitepapers komen verschillende aspecten van de WML uitgebreider aan bod. In deze whitepaper staan de bijzonderheden van het minimumloon centraal.

 

Elke werknemer heeft recht op een minimumbeloning

 

De bijzonderheden van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Zowel de HR-medewerker als de salarisadministrateur krijgt te maken met het loon van werknemers en daarmee ook met het minimumloon. Elke werknemer heeft recht op een sociaal aanvaardbare beloning voor zijn arbeid en in de wet is bepaald welk loon een werknemer minimaal moet ontvangen. Dit loon wordt elk halfjaar aangepast aan de ontwikkelingen van de cao-lonen. Voor wie het loon nu precies geldt en om welke loonbedragen het gaat, leest u verderop.

Attentie!

De afgelopen jaren heeft het kabinet een aantal wijzigingen doorgevoerd in de WML met betrekking tot de leeftijdsgrens voor het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon voor werknemers van 18 jaar en ouder.
 

Minimum van het loon

Er bestaan meerdere minimumlonen: de minimumbedragen die in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomsten zijn afgesproken en het wettelijk minimum. De werkgever moet goed in de gaten te houden voor wie welk minimumloon precies van toepassing is.
 

Op grond van de arbeidsovereenkomst

In de individuele arbeidsovereenkomst kunnen verwijzingen staan naar de loonschalen van de onderneming. Deze loonschalen bepalen in feite de minimumlonen voor bijvoorbeeld bepaalde functies of leeftijden. Ook collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) kunnen minimumbedragen aan loon voorschrijven. Die minimumbedragen zijn afhankelijk van wat de cao-partijen hierover precies zijn overeengekomen. Als de onderneming onder een cao valt, moet de werkgever zich aan de daarin opgenomen minimumlonen houden.

Attentie!

De in een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen minimumbedragen mogen nooit lager zijn dan die in de wet, maar doorgaans wordt in (collectieve) arbeidsovereenkomsten juist een hoger minimumloon voorgeschreven.
 

Op grond van de wet

Het minimumloon waar elke onderneming zich op grond van de wet aan moet houden, is vastgelegd in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) in samenhang met het Besluit minimumjeugdloon. Welke precieze bedragen er gelden, leest u verderop.

“In de individuele arbeidsovereenkomst kunnen verwijzingen staan naar de loonschalen van de onderneming.”

 

Voor wie geldt de WML nu precies?

Het wettelijk minimumloon is in eerste instantie van toepassing voor werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij een onderneming werkzaam zijn. In de praktijk betekent het dat de volgende personen recht hebben op dat wettelijk minimum:

    • werknemers met een vaste arbeidsovereenkomst
    • werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst
    • werknemers met een tewerkstellingsvergunning
    • oproepkrachten
    • payrollkrachten
    • uitzendkrachten
    • werknemers van (onder)aannemers.

 

Zelfstandige opdrachtnemers

Sinds 2018 geldt het wettelijk minimumloon ook voor zelfstandig opdrachtnemers die op basis van een overeenkomst van opdracht of andere overeenkomst tegen beloning werken – maar dus niet op basis van een arbeidsovereenkomst.

Attentie!

Het wettelijk minimumloon geldt echter niet voor opdrachtnemers die (fiscaal) als zelfstandig ondernemer kwalificeren, zoals zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Voor wie geldt de WML nu precies?

Wie worden gekwalificeerd als opdrachtnemer?

Onder meer de volgende opdrachtnemers hebben recht op het wettelijk minimumloon:

    • accountants
    • advocaten
    • architecten
    • deurwaarders
    • dierenartsen
    • incassomedewerkers
    • makelaars
    • notarissen
    • pakket- of postbezorgers
    • veilinghouders.

 

Het minimumloon per maand, dag en uur

Het minimumloon geldt sinds 1 juli 2017 voor werknemers vanaf 22 jaar in plaats van 23 jaar. Inmiddels eindigt dat recht niet langer bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor werknemers van 15 tot en met 21 jaar geldt het minimumjeugdloon, dat een vast percentage van het minimumloon is. Meer daarover leest u verderop.

Attentie!

Het is de bedoeling dat het minimumloon per 1 juli 2019 voor werknemers vanaf 21 jaar gaat gelden. Dan stijgt ook het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 20-jarigen opnieuw.
 

Bedragen

Het wettelijk minimumloon is een brutobedrag en geldt voor een volledige werkweek. Afhankelijk van de sector en cao-afspraken bedraagt een volledige werkweek 36, 38 of 40 uur. Het minimumbrutoloon per maand, per week en per dag staan hieronder aangegeven. De bedragen gelden per 1 januari 2019.
minimum uurloon is berekend voor 36-urige, 38-urige en 40-urige werkweek,minimumloon per uur 2019, wettelijkminimumloon per uur, wml 2019 per uur, 2019 minimumlonen per uur, loon minimaal per uur, 2019 salaris minimaal per uur, vastgesteld loon. minimaal 2019 per uur, 21 jaar minimumloon per uur, 20 jaar minimumloon per uur, 19 jaar minimumloon per uur, 18 jaar minimumloon per uur, 17 jaar minimumloon per uur, 16 jaar minimumloon per uur, 15 jaar minimumloon per uur,

Attentie!

Heeft een onderneming geen arbeidsduur met de werknemer afgesproken, dan bepaalt zijn feitelijke arbeidsduur zijn minimumloon. Is die arbeidsduur minder dan de normale arbeidsduur bij de onderneming, dan berekent de werkgever het minimumloon naar rato.
 

Parttime werknemer

Voor parttime werknemers gelden de wettelijke minimumloonbedragen naar rato van de afgesproken arbeidsduur per week in verhouding tot de normale arbeidsduur. Voor de gebruikelijke arbeidsduur mag de werkgever uitgaan van maximaal 40 uur per week.
 

Voorbeeld

Stel dat een werknemer van 38 jaar een maandloon heeft afgesproken met zijn werkgever en 24 uur per week werkt, terwijl de normale werkweek 40 uur bedraagt, dan heeft hij recht op een maandloon van minstens:

    24/40 x € 1.615,80 = € 969,48

Zou de gebruikelijke werkweek 36 uur zijn, dan is het maandloon van deze parttimer minstens:

    24/36 x € 1.615,80 = € 1.077,20

 

Minimumloon per uur


Er bestaat geen standaard wettelijk minimumloon per uur. De overheid heeft wel de bedragen van het wettelijk minimumloon per week voor het gemak omgerekend naar minimumuurloonbedragen bij verschillende arbeidsduren per fulltime werkweek. De bedragen hieronder gelden per 1 januari 2019.

Tabel: minimumloon per uur voor fulltime werkweek van 36, 38 en 40 uur (bruto bedragen per 1 januari 2019)

Fulltime werkweek

22 jaar & ouder

21 jaar

20 jaar

19 jaar

18 jaar

17 jaar

16 jaar

15 jaar

36 uur

€ 10,36

€ 8,81

€ 7,26

€ 5,70

€ 4,93

€ 4,10

€ 3,58

€ 3,11

38 uur

€ 9,82

€ 8,35

€ 6,87

€ 5,40

€ 4,67

€ 3,88

€ 3,39

€ 2,95

40 uur

€ 9,33

€ 7,93

€ 6,53

€ 5,13

€ 4,43

€ 3,69

€ 3,22

€ 2,80

 

Niet elke beloning is onderdeel van het minimumloon

Het minimumloon lijkt rechttoe rechtaan: dat wat de werknemer elke maand op zijn rekening gestort krijgt, moet voldoen aan de WML. Toch is dat bij de toetsing of het brutoloon voldoet aan het wettelijke minimum niet voldoende, want dat bedrag kan loonbestanddelen bevatten die de werkgever niet mag meerekenen.

De volgende loonbestanddelen moet de werkgever buiten beschouwing laten:

    • bijzondere vergoedingen voor kostwinners en gezinshoofden
    • eindejaarsuitkeringen
    • kostenvergoedingen (ter dekking van voor het werk noodzakelijkerwijs gemaakte kosten)
    • uitkeringen bij bijzondere gelegenheden
    • uitkeringen op grond van aanspraken om na verloop van tijd of onder voorwaarden één of meer uitkeringen te ontvangen
    • uitkeringen op grond van een spaarloonregeling
    • vakantiebijslag
    • werkgeversbijdragen in de premie voor de ziektekostenverzekering
    • winstuitkeringen.

Attentie!

Sinds 2018 mag de werkgever meerwerk en overwerk niet langer uitzonderen van het loonbegrip voor de WML. Met andere woorden: de door werknemers gemaakte extra uren tellen mee bij het bepalen of de onderneming voldoende betaalt.
 

Cafetariaregeling

De werkgever moet extra goed opletten bij een cafetariasysteem. Door het uitruilen van belast loon voor een onbelast loonbestanddeel op grond van een cafetariasysteem mag een werknemer namelijk niet minder dan het minimumloon overhouden. Het is dus belangrijk dat de werkgever vóór zo’n uitruil goed controleert of hij hiermee niet in de knel komt met de WML!

“Er bestaat geen standaard wettelijk minimumloon per uur.”

 
 

minimumloon, minimumlonen, minimumuurloon, minimumjeugdloon,minimum(jeugd)lonen, minimum wettelijk loon, wml 2018, het wettelijk minimumloon 2018

close

Veel lees plezier? Delen mag.