Tag archief 2019

door100% Salarisverwerking B.V.

Overheid maakt de rekenregels bekend 2019

De aanpassingen vanaf 1 januari 2019

                                 
Deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2019 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

    1. Inleiding
    2. Aanpassing daglonen per 1 januari 2019
    3. Minimum(jeugd)lonen
    4. LIV en jeugd-LIV
    5. Uitkeringen op minimumniveau
    6. Toeslagenwet
    7. Gemiddelde premie Sectorfondsen

loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

1. Inleiding

In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon, de sociale premies, belastingtarieven en heffingskortingen per 1 januari 2019 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

2. Aanpassing daglonen per 1 januari 2019

In een ministeriële regeling (Staatscourant nr 59237 van 24 oktober 2018) is geregeld dat het afgeronde (bruto)minimumloon per 1 januari aanstaande met 1,35% wordt verhoogd. De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zullen per 1 januari aanstaande eveneens met dat percentage worden verhoogd. Het maximumdagloon wordt per 1 januari 2019 vastgesteld op € 214,28 per dag. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende 2019 vast op € 55.927 op jaarbasis. Het jaarbedrag wordt afgerond naar beneden op hele euro’s.

3. Minimum(jeugd)lonen

De minimum(jeugd)lonen bedragen per 1 januari 2019 (bruto per maand, per week en per dag, in euro’s, exclusief vakantietoeslag):
minimumloon 2019, wettelijkminimumloon, wml 2019 ,bruto wettelijk minimumloon 2019 , 2019 minimumlonen, loon minimaal, 2019 salaris minimaal, vastgesteld loon minimaal 2019, minimumloon 21 jaar, minimumloon 20 jaar, minimumloon 19 jaar, minimumloon 18 jaar, minimumloon 17 jaar, minimumloon 16 jaar, minimumloon 15 jaar

4. LIV en jeugd-LIV

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming aan werkgevers met mensen in dienst die een loon verdienen rond het minimumloon. De uurlooncriteria voor het LIV volgen de stijging van het minimumloon ten opzichte van 1 januari 2018. Die stijging bedraagt 2,395% op jaarbasis. In de volgende tabel staan de resulterende uurlooncriteria voor het LIV in 2019:

In de rekenregels per 1 juli 2019 volgen de criteria voor het minimumjeugdloonvoordeel (jeugd LIV) in 2019.

5. Uitkeringen op minimumniveau

Bijlage II.1 bevat een overzicht van de AOW- en Anw-uitkeringen. Deze worden afgeleid van het referentieminimumloon. Conform de systematiek van de netto-netto-koppeling zijn de brutobedragen aangepast ten opzichte van die van 1 juli 2018.

Sinds 1 januari 2012 wordt (met uitzondering van de AOW) de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon. In de periode 2014-2018 is de afbouw met de helft getemporiseerd. Ook in de periode 2019 – 2021 wordt de afbouw getemporiseerd. In deze periode daalt de algemene heffingskorting met 1,875 procentpunt per half jaar. Daardoor wordt per 1 januari 2019 de algemene heffingskorting 1,75625 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon (als er de afgelopen jaren niet was afgebouwd, was dit 2 keer).

Voor ouderen is een inkomensondersteuning geïntroduceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. Deze inkomensondersteuning is niet verwerkt in de bedragen van bijlage II.1, omdat deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. Na indexatie is het bedrag in 2019, bij een volledige AOW-opbouw, € 302,76 per jaar.

In de bedragen zoals gepresenteerd in Bijlage II.1 is de tegemoetkoming voor Anw’ers niet verwerkt, omdat ook deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. De tegemoetkoming voor Anw’ers bedraagt in 2019 € 205,44 per jaar.

Vanaf 1 juli 2015 geldt de kostendelersnorm in de Anw. De norm is per 1 januari 2019 vastgesteld op 50% van het minimumloon. In bijlage II.1 worden de desbetreffende bedragen vermeld.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen, die worden afgeleid van de minimum(jeugd)lonen, worden ook per 1 januari 2019 aangepast. De bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag) worden onderstaand weergegeven.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen
Voor Wajong-gerechtigden onder de 23 jaar worden de hoogtes van de tegemoetkoming per 1 januari 2019 als volgt aangepast:
tegemoetkoming per 1 januari 2019 wajong, wajong -gerechtigden onder de 23 jaar , tegemoetkoming per jaar, Tegemoetkoming Wajong per maand

Ook de minimumloonbedragen, die bepalend zijn voor de hoogte van de WW-uitkering, ondergaan per 1 januari 2019 een aanpassing. De hierna te noemen bedragen zijn bedragen per dag voor toepassing van artikel 33 van de WW (dus inclusief vakantietoeslag).
Uitkeringsgrondslag kortdurende en vervolguitkering WW

6. Toeslagenwet

De Toeslagenwet verstrekt een aanvulling op de loondervingsuitkering krachtens de Werkloosheidswet, Ziektewet (vangnet), Wajong, WAO, WIA, IOW en Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL), indien het inkomen van de betrokkene achterblijft bij het relevante sociaal minimum. Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100% van het bruto referentieminimumloon. Het normbedrag van alleenstaanden vanaf 22 jaar bedraagt 70% van het netto referentieminimumloon terwijl de normbedragen van 18- t/m 21jarigen zijn gekoppeld aan 75% van de desbetreffende nettominimumjeugdlonen. Ook bij de netto gekoppelde uitkeringen van de Toeslagenwet is rekening gehouden met de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon sinds 1 januari 2012.

In bijlage II.3 zijn de nieuwe normbedragen opgenomen. De toeslag bedraagt het verschil tussen de bruto-uitkering en het betreffende normbedrag, waarbij voor sommigen de toeslag is gemaximeerd.

Vanaf 1 juli 2016 geldt de kostendelersnorm in de TW voor 21-jarigen en ouder. De kostendelersnorm is de afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd. Vanaf januari 2019 bedraagt de norm voor 22-jarigen en ouder 50% van het minimumloon. Voor 21-jarigen is gerekend met 55% van het jeugdminimumloon voor 21-jarigen. In bijlage II.3 worden de desbetreffende bedragen vermeld.

7. Gemiddelde premie Sectorfondsen

In de Wet financiering sociale verzekeringen is geregeld dat over uitkeringen een sectorpremie wordt geheven die is gebaseerd op de gemiddelde sectorpremie van het voorgaande jaar. De over uitkeringen te heffen sectorpremie bedraagt per 1 januari 2019 0,77%. Overigens geldt het gemiddelde percentage niet wanneer de uitvoeringsinstelling de uitkering via de werkgever betaalt. In dat geval worden de bedrijfstakpercentages toegepast. Bijlagen I.1 en II.2 hieronder beschrijven de premies en premiegrenzen gedurende heel 2019.

(Premie)grenzen per 1 januari 2019

Mutaties premies 2019 ten opzichte van 2018 (in procenten)

Toelichting mutaties

* a In het basispad van het Regeerakkoord zit voor 2019 een stijging van de basispremie WAO/WIA (Aof-premie), voornamelijk vanwege het compenseren van zorgpremies. Op basis van de augustusbesluitvorming is die compensatie nog iets groter uitgevallen. Daarnaast wordt de basispremie iets verlaagd om te compenseren voor het feit dat de Whk-premie door UWV iets hoger is vastgesteld dan verwacht.
* b De Whk-rekenpremie is voor 2019 door UWV iets hoger vastgesteld dan in 2018.
* c De stijging van de AWf-premie in 2019 zat grotendeels al in het basispad van het Regeerakkoord (onder andere invoering van de compensatieregeling transitievergoeding bij arbeidsongeschiktheid). Daarnaast wordt de AWf-premie verhoogd omdat de gemiddelde sectorfondspremies door UWV lager zijn vastgesteld dan verwacht.
* d De gemiddelde sectorfondspremie is 0,51 procentpunt lager vastgesteld dan in 2018, onder andere in anticipatie op de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans.
* e Met ingang van 2019 is de vervangende sectorpremie (de premie die wordt geheven over Wsw loon en over uitkeringen) niet langer gelijk aan de gemiddelde sectorpremie van het voorgaande jaar, maar aan de gemiddelde sectorpremie van het huidige jaar.
* f In de begroting van VWS worden de tarieven voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw toegelicht.
* g De werkgeverspremies op Caribisch Nederland worden 5 procentpunt lager vastgesteld dan in 2018. Tegelijkertijd wordt het plaatselijk wettelijk minimumloon met 5 procent verhoogd. Hiermee wordt een hoger WML bewerkstelligd, op een voor de werkgever vrijwel kostenneutrale manier.
* h Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen en het maximumbijdrageloon voor de Zvw is geïndexeerd conform het wettelijk minimumloon per dag (WKA).


Feitelijke bedragen AOW/Anw ,Pensioen/uitkering: AOW: ,Anw:,Vakantie-uitkering: AOW: ,Anw:

Uitkering: Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden ,Vakantie-uitkering: Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden , Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden ,

Invoering tweeschijvenstelsel, basistarief en toptarief, ook heffingskortingen, zoals de ouderenkorting en de arbeidskorting – basistarief en toptarief,

door100% Salarisverwerking B.V.

Minimumjeugdloon verhoogd

De overheid verlaagt de leeftijd waarop werknemers het volledige minimumloon krijgen van 23 naar 21 jr

             

Dit gebeurt in stappen. Sinds 1 juli 2017 hebben werknemers vanaf 22 jaar recht op het volledige wettelijke minimumloon. Ook het loon van werknemers tussen de 18 en 21 jaar gaat omhoog. De overheid houdt rekening met werkgevers die nu meer loon gaan betalen aan jongeren.

salarisverwerking, loonadministratie, uitbesteden loonadministratie, salarisverwerkers, loonverwerking uitbesteden, cloud loon, salaris in de cloud, verwerking personeel, personeel premies, goedkoop hrm management, ess, verzuimregistratie, pensioenen, urenlijsten, personeelsbestanden,

Stappenplan

Werknemers van 22 jaar en ouder hebben nu recht op een volledig wettelijk minimumloon. Jongere werknemers krijgen een vast percentage van dit minimumloon. Dit is het minimumjeugdloon. De overheid past dit in 2 stappen aan.

Stap 1

Stap 1 ging in op 1 juli 2017. Voor 18-, 19-, 20- en 21-jarigen ging het vaste percentage van het wettelijk minimumloon omhoog. Voor 22-jarigen ging dit naar 100%. Sinds die datum hebben zij recht op een volledig wettelijk minimumloon.

Stap 2

Stap 2 gaat in per 1 juli 2019. Voor 18-, 19-, 20-jarigen gaat het vaste percentage van het wettelijk minimumloon dan verder omhoog. Voor 21-jarigen gaat dit naar 100%. Zij hebben dan recht op een volledig wettelijk minimumloon.

minimumjeugdloon 2019, wml jeugd, jeugdloon, minimale loon jeugd, wettelijk minimumjeugdloon , wml 2019,

Aanleiding verhoging minimumjeugdloon

Werknemers jonger dan 23 jaar kregen niet het volledige wettelijk minimumloon maar een vast percentage hiervan. De overheid verlaagt de leeftijd waarop het volledige wettelijk minimumloon geldt naar 21 jaar. Dit gebeurt in stappen. Ook het loon van werknemers tussen de 18 en 21 jaar gaat omhoog.

Redenen om het minimumloon te laten gelden voor werknemers van 21 jaar en ouder zijn:

  • Ouders hebben een wettelijke onderhoudsplicht voor hun kind totdat het 21 jaar is. Daarna moet het kind voor zichzelf zorgen.
  • Steeds meer jongeren van 21 en 22 jaar wonen op zichzelf. En hebben meer kosten dan thuiswonende jongeren van dezelfde leeftijd. Met meer loon kunnen zij makkelijker hun lasten dragen.
  • Werkgevers belonen werknemers steeds meer op basis van opleiding en ervaring dan op basis van leeftijd. In een aantal cao’s is er al geen jeugdloonschaal meer.
  • Veel jongeren hebben op hun 21e al een diploma en gaan dan fulltime werken.
  • Het minimumjeugdloon voor 21- en 22-jarigen paste niet bij het uitgangspunt dat werknemers voor gelijke werkzaamheden een gelijk loon moeten krijgen.
  • In veel landen hebben jongeren van 21 jaar al recht op een volledig wettelijk minimumloon.

2018 jeugd liv, jeugd Lage Inkomens Voordeel,liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting,belastingzaken,lage salaris,loonverwerkers,salarisverwerker,salaris,

Maatregelen voor werkgevers

Door de verhoging van het minimumjeugdloon moeten werkgevers meer loon betalen voor 18- tot en met 22-jarigen. Dit leidt tot hogere loonkosten. En dit kan dan weer van invloed zijn op de werkgelegenheid van jongeren. Die kan minder worden.

Een aantal maatregelen om dit zoveel mogelijk te voorkomen:

  • Werkgevers krijgen tijd om in te spelen op de nieuwe situatie. De plannen worden namelijk niet in 1 keer, maar in 2 stappen ingevoerd. Na 1 jaar wordt gekeken naar de ontwikkeling in de arbeidsmarktpositie van jongeren tussen de 18 en 22 jaar. Wijkt die af van die van andere leeftijdsgroepen? Dan neemt de overheid aanvullende maatregelen.
  • Werkgevers moeten 21- en 22-jarigen het volledige minimumloon gaan betalen. Voor werknemers die meer dan 1248 uur per kalenderjaar werken, kunnen zij een deel van de loonkostenstijging terugkrijgen. Dit gaat via de compensatieregeling: Lage-inkomensvoordeel (LIV). Vanaf stap 1 geldt deze regeling alleen nog voor 22-jarigen. Vanaf stap 2 geldt dit ook voor 21-jarigen.
  • Werkgevers moeten 18- tot en met 21-jarigen meer minimumloon gaan betalen. Zij kunnen een deel van hun loonkostenstijging terugkrijgen via de compensatieregeling: Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon. Vanaf stap 2 geldt deze regeling niet meer voor 21-jarigen. Voor hen kunnen werkgevers dan gebruikmaken van het Lage-inkomensvoordeel (LIV).
  • Werkgevers die leerwerkplekken aanbieden hoeven het verhoogde minimumjeugdloon niet te betalen aan 18-, 19- en 20-jarigen. Ze moeten dit wel betalen aan 21- en 22-jarigen. Maar hiervoor kunnen zij dan weer gebruikmaken van de compensatieregeling: Lage-inkomensvoordeel (LIV). En zo een deel van hun loonkostenstijging terugkrijgen.

Wetgeving

Lees meer over de plannen met het minimumloon in het Wetsvoorstel herziening Wet minimumloon. En de Nota van wijziging wetsvoorstel herziening wet minimumloon.

Zie ook: Minimumloon per 1 januari 2019

minimumloon, minimumlonen, minimumuurloon, minimumjeugdloon,minimum(jeugd)lonen, minimum wettelijk loon, wml 2018, het wettelijk minimumloon 2018

door100% Salarisverwerking B.V.

LKV, kalendermaand wordt gewijzigd in maand

Na 1 jan 2019 zal UWV de nieuwe wetgeving toepassen.

                            

Bij aanvragen voor een doelgroepverklaring LKV die zien op dienstbetrekkingen en herplaatsingen die zijn aangevangen op of na die datum.
Voor dienstbetrekkingen en herplaatsingen die voor 1 januari 2019 zijn gestart zal UWV ook bij aanvragen die na 1 januari 2019 binnenkomen nog de regels van 2018 toepassen. SZW heeft UWV gevraagd coulant met deze aanvragen om te gaan door – indien dat voor de aanvraag gunstiger is – alvast te anticiperen op de nieuwe wetgeving.

Voor de loonkostenvoordelen (LKV) wijzigt de voorwaarde ‘kalendermaand’ in ‘maand’. Voor LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden hoeft de werknemer pas op de 1e dag van de dienstbetrekking aan de voorwaarden te voldoen.

Bovenstaande wetswijziging gaat in op 1 januari 2019. Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoordeelt UWV alle aanvragen vanaf 1 oktober 2018 aan de hand van deze gewijzigde voorwaarde.

Reden wetswijziging

Veel aanvragen voldoen niet aan de voorwaarde dat de werknemer in de kalendermaand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht had op een uitkering of arbeidsondersteuning. Als ‘kalendermaand’ wordt gewijzigd in ‘maand’ voldoen deze aanvragen wel aan de voorwaarde.

Voorbeeld LKV oudere werknemer

Een werkzoekende van 56 jaar krijgt op 1 februari 2018 een WW-uitkering. Een werkgever wil de werkzoekende in dienst nemen op 12 februari 2018 en vraagt een doelgroepverklaring aan voor loonkostenvoordeel oudere werknemer. Omdat de werkzoekende de kalendermaand voorafgaand aan indiensttreding (lees: januari) geen uitkering had, wordt de aanvraag afgewezen.

In de nieuwe situatie voldoet deze aanvraag wel aan de voorwaarde. De werkzoekende had in de maand voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht op een uitkering.

Voorbeeld LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

Deze situatie komt veel voor bij de Praktijkroute. De beschikking voor de loonwaardebepaling wordt soms pas op de eerste dag van het dienstverband geregistreerd terwijl de loonwaardebepaling zelf al eerder is gedaan. Om deze gevallen niet buiten de doelgroep van het loonkostenvoordeel banenafspraak en scholingsbelemmerden te laten vallen, geldt voor dit loonkostenvoordeel dat pas op de 1e dag van de dienstbetrekking aan de voorwaarden hoeft te zijn voldaan.

Meer informatie

Meer informatie vindt u in het bericht Wijzigingen Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) op rijksoverheid.nl.

Korte samenvatting

Samengevat handelt UWV de aanvragen voor een doelgroepverklaring LKV als volgt af:
Samengevat handelt UWV de aanvragen voor een doelgroepverklaring LKV als volgt afUWV en Belastingdienst moeten beslagvrije voet garanderen, bestaansminimum garanderen, gegarandeerd bestaans inkomen, laagste beslagvrije voet

door100% Salarisverwerking B.V.

Compensatie overwerk

Vanaf 2019 is er een compensatie voor overwerk in betaalde vrije tijd.

                       
Werknemers moeten over het totaal aantal gewerkte uren minstens het geldende minimumloon ontvangen. Dit geldt sinds 1 januari 2018 volgens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Compensatie in betaalde vrije tijd van over- of meerwerk (tijd-voor-tijd) is met ingang van 1 januari 2019 alleen nog maar mogelijk als dat in een cao is vastgelegd. Tot 31 december 2018 is schriftelijke overeenstemming met de werknemer voldoende.

Er zijn vanaf 2019 wel uitzonderingen. Wanneer kan tijd-voor-tijd wel, ook als er geen cao is?

Het recht op minimumloon geldt per betalingsperiode. Als een werknemer per maand krijgt betaald, dan is compensatie in vrije tijd voor overuren binnen de maand waarin de overuren zijn ontstaan nog steeds mogelijk.
Het recht op het minimumloon geldt voor alle uren tezamen. Als een werknemer meer betaald krijgt dan het minimumloon, dan is tijd voor tijd nog steeds mogelijk (of zelfs geen compensatie voor overwerk), op voorwaarde dat de werknemer over alle uren bij elkaar opgeteld ten minste het minimumloon ontvangt.

In de Memorie van toelichting bij de wet staat dat de regels die gaan over compensatie in betaalde vrije tijd niet relevant zijn als voor het totaal aan verrichte uren arbeid ten minste het minimumloon is betaald, conform het van de normale arbeidsduur (NAD) afgeleide geldende minimumloon per uur.

Voorbeeld

Bij een bruto uurloon van € 10 en een NAD van 40 uur per week (€ 400 per week), is bij 5 uren meerwerk 45 uur per week gewerkt. Dit is omgerekend € 8,88 bruto per uur, waarmee dit loon nog steeds boven het van het minimumloon afgeleid loon per uur van € 8,80 bruto ligt.

Als voor deze 5 uren compensatie in vrije tijd is afgesproken, dan geldt voor deze afspraak niet de vereisten die de WML via dit wetsvoorstel stelt aan compensatie in betaalde vrije tijd. Voor alle 45 gewerkte uren is namelijk al ten minste het minimumloon betaald.

Check

U kunt eenvoudig checken wat de mogelijkheden zijn als uw organisatie geen cao heeft. Als een werknemer bijvoorbeeld 20 procent meer dan het minimumloon verdient, dan kan hij 20 procent meer werken dan de overeengekomen arbeidsduur, zonder dat u daar compensatie in geld voor hoeft te geven.

Bron: AWVN

ziektekostenverzekering, ziektekosten, verzuim oplossingen, ziekteverzuimverzekeringen,verzekeringspremies, verzuimzorg,verzuim ondersteuning,personeels- en salarisadministratie,ziekteverzuimverzekeraar,GRATIS digitale personeelsdossiers,Gratis verlofadministratie,interessante kortingen, salarisverwerking,loonadministratie,salaris,loon

door100% Salarisverwerking B.V.

Sectorpremies en gemiddeld premiepercentage 2019

De minister van Sociale Zaken heeft deze premiepercentages goedgekeurd

                       

UWV heeft de sectorpremies voor 2019 per sector en per premiegroep en daarnaast het gemiddeld premiepercentage voor 2019 vastgesteld. De minister van Sociale Zaken heeft deze premiepercentages goedgekeurd in een Besluit dat is gepubliceerd in de Staatscourant van 31 oktober 2018.

De financiering van de Werkloosheidswet vindt deels plaats via sectorale premies die ten gunste komen van de sectorfondsen en deels via een landelijke premie die ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf).

Sectorpremie en premiegroep

De sectoren in Bijlage 1 kennen één uniforme sectorpremie.

De sectoren in Bijlage 2 kennen een differentiatie naar premiegroep. Het betreft de sectoren:

  1. Uitzendbedrijven
  2. Agrarisch bedrijf
  3. Bouwbedrijf
  4. Horeca algemeen
  5. Culturele instellingen
  6. Schildersbedrijf.

Voor de werkgever is de gedifferentieerde premie die behoort bij de premiegroep van belang en niet de sectorpremie.

Soort contract

Binnen deze sectoren vindt deze plaats op basis van het soort contract van de werknemers. Voor werknemers met een contractduur korter dan één jaar betaalt de werkgever de hoge premie en voor werknemers met een contractduur van één jaar of langer betaalt de werkgever de lage premie. De premies binnen de sector Uitzendbedrijven zijn gedifferentieerd naar soort activiteit.

Wijziging per 2020

In het regeerakkoord is aangekondigd dat de hoge en lage sectorpremie mogelijk voor alle sectoren wordt ingevoerd.

Dit is onderdeel van de Wet arbeidsmarkt in balans. De WW-premie wordt voor werkgevers voordeliger als ze een werknemer een vaste baan aanbieden in plaats van een tijdelijk contract. Nu is de hoogte van de WW-premie afhankelijk van de sector waar een bedrijf actief in is.

Gemiddeld premiepercentage

Het gemiddeld premiepercentage is voor het jaar 2019 vastgesteld op 0,77%.

Het gemiddelde premiepercentage wordt geheven over uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, over een toeslag op grond van de Toeslagenwet en Wsw-loon.

Bijlage 1. Sectorpremies 2019

Premies x 1%
Sector Sectorpremie
2 Tabakverwerkende industrie 1,23
4 Baggerbedrijf 0,79
5 Houten emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie 0,00
6 Timmerindustrie 0,00
7 Meubel- en orgelbouwindustrie 0,24
8 Groothandel in hout, zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie 0,54
9 Grafische industrie 0,51
10 Metaalindustrie 0,11
11 Elektrotechnische industrie 0,38
12 Metaal-en technische bedrijfstakken 0,29
13 Bakkerijen 0,59
14 Suikerverwerkende industrie 0,97
15 Slagersbedrijven 0,85
16 Slagers overig 0,79
17 Detailhandel en ambachten 1,43
18 Reiniging 0,74
19 Grootwinkelbedrijf 0,59
20 Havenbedrijven 0,59
21 Havenclassificeerders 0,42
22 Binnenscheepvaart 0,76
23 Visserij 0,00
24 Koopvaardij 0,05
25 Vervoer KLM 0,00
26 Vervoer NS 0,48
27 Vervoer posterijen 1,37
28 Taxivervoer 0,35
29 Openbaar Vervoer 0,50
30 Besloten busvervoer 0,00
31 Overig personenvervoer te land en in de lucht 0,14
32 Overig goederenvervoer te land en in de lucht 0,23
34 Horeca catering 0,91
35 Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen 0,47
38 Banken 2,19
39 Verzekeringswezen 1,93
40 Uitgeverij 2,19
41 Groothandel I 0,69
42 Groothandel II 1,16
43 Zakelijke Dienstverlening I 0,40
44 Zakelijke Dienstverlening II 0,97
45 Zakelijke Dienstverlening III 1,09
46 Zuivelindustrie 0,16
47 Textielindustrie 0,00
48 Steen-, cement-, glas- en keramische industrie 0,51
49 Chemische industrie 0,56
50 Voedingsindustrie 0,92
51 Algemene industrie 1,46
53 Bewakingsondernemingen 0,76
55 Overige takken van bedrijf en beroep 0,71
57 Stukadoorsbedrijf 0,20
58 Dakdekkersbedrijf 0,00
59 Mortelbedrijf 0,41
60 Steenhouwersbedrijf 0,00
61-66 Overheid 0,04
67 Werk en (re)Integratie 1,25
68 Railbouw 0,64
69 Telecommunicatie 1,54

Bijlage 2. Sectorpremies per premiegroep 2019

Premies x 1%
Premiegroep Premiepercentage
1 Agrarisch bedrijf
Kort 2,58
Lang 0,58
3 Bouwbedrijf
Kort 0,00
Lang 0,00
33 Horeca algemeen
Kort 0,03
Lang 0,03
52 Uitzendbedrijven
Detachering 1,90
Intermediaire diensten 1,90
Uitzendbedrijven I B en II B 2,33
Uitzendbedrijven I A 2,56
Uitzendbedrijven II A 2,69
54 Culturele instellingen
Kort 3,95
Lang 0,87
56 Schildersbedrijf
Kort 3,17
Lang 0,71

arbeidsongeschiktheidsverzekering, ziektekostenverzekering, ziektekosten, verzuim oplossingen, ziekteverzuimverzekeringen,verzekeringspremies, verzuimzorg,verzuim ondersteuning,personeels- en salarisadministratie,ziekteverzuimverzekeraar,GRATIS digitale personeelsdossiers,Gratis verlofadministratie,interessante kortingen, salarisverwerking,loonadministratie,salaris,loon

close

Veel lees plezier? Delen mag.