Premiekortingen 2017

Premiekortingen maken het voor werkgevers financieel aantrekkelijker om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Er zijn drie soorten premiekortingen:

  • De premiekorting ouderen (maximaal € 7.000) voor werknemers vanaf 56 jaar die uit een uitkeringssituatie komen.
  • De premiekorting arbeidsgehandicapten (maximaal € 7.000) voor werknemers met een WIA uitkering, werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn en werknemers die voor 29 december 2005 arbeidsgehandicapt waren op grond van de Wet Rea.
  • De premiekorting arbeidsgehandicapten laag (doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden) (maximaal € 2.000) voor mensen die in het doelgroepregister banenafspraak van UWV zijn opgenomen en mensen met een scholingsbelemmering.
Toepassen premiekortingen

Indien de werknemer gedurende het volledige kalenderjaar 36 uur per week werkt, wordt de maximale hoogte van de premiekorting bereikt. Werkt de werknemer minder dan 36 uur per week of bestaat de dienstbetrekking niet het hele kalenderjaar, dan wordt de premiekorting evenredig minder.

Premiekortingen kunt u toepassen zolang de dienstbetrekking bestaat, maar maximaal 3 jaar (maximaal 1 jaar bij een herplaatste werknemer) en uiterlijk totdat de werknemer de AOW-leeftijd bereikt.

U past de premiekorting zelf toe in de aangifte loonheffingen. De premiekorting verrekent u met het totaal van de premies werknemersverzekeringen die u voor al uw werknemers moet betalen, dus ook voor werknemers voor wie u geen recht hebt op premiekortingen. De premiekorting kan echter niet hoger zijn dan het totaal aan verschuldigde premies. Meer informatie over het berekenen en toepassen van premiekortingen vindt u het handboek loonheffingen van de Belastingdienst.

Samenloop premiekortingen en lage-inkomensvoordeel

Premiekortingen kunt u combineren met het lage-inkomensvoordeel in 2017.

Premiekortingen en stukloon

Het berekenen van premiekortingen voor werknemers die werken o.b.v. stukloon is niet meegenomen in deze calculator. Meer informatie over het toepassen van premiekortingen voor werknemers die werken o.b.v. stukloon vindt u in het handboek loonheffingen van de Belastingdienst.

Loonkostenvoordelen (vanaf 2018)

Vanaf 2018 wordt de systematiek van premiekortingen vervangen door loonkostenvoordelen (LKV). Net als premiekortingen, maken LKV het voor werkgevers financieel aantrekkelijker om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Het verschil met premiekortingen is dat de Belastingdienst bij LKV achteraf een tegemoetkoming uitbetaalt op basis van het aantal verloonde uren in een jaar, i.p.v. dat u de premiekorting zelf per aangiftetijdvak met de verschuldigde premies moet verrekenen. Er zijn drie soorten loonkostenvoordelen:

  • Het loonkostenvoordeel oudere werknemer (€3,05 per verloond uur, maximaal € 6.000) voor werknemers vanaf 56 jaar die uit een uitkeringssituatie komen.
  • Het loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemer (€3,05 per verloond uur, maximaal € 6.000) voor werknemers die uit een WIA uitkering komen, werknemers met een WIA uitkering die hun werk volledig of deels hervatten en werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn.
  • Het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden (€1,01 per verloond uur, maximaal €2.000) voor mensen die in het doelgroepregister banenafspraak van het UWV zijn opgenomen en mensen met een scholingsbelemmering.

De werkgever heeft recht op LKV zolang de dienstbetrekking bestaat, maar maximaal 3 jaar (maximaal 1 jaar bij een herplaatste werknemer) en uiterlijk totdat de werknemer de AOW-leeftijd bereikt.

Aanvragen loonkostenvoordelen

Om een loonkostenvoordeel aan te vragen dient u in de aangifte loonheffingen in het betreffende tijdvak de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op ‘ja’ te zetten. U moet dan wel een doelgroepverklaring hebben. De werknemer moet zo’n doelgroepverklaring zelf aanvragen bij zijn uitkeringsinstantie (UWV of gemeente).

Uitbetaling loonkostenvoordelen

Het loonkostenvoordeel wordt medio september in het volgende kalenderjaar door de Belastingdienst uitbetaald. Het loonkostenvoordeel over 2018 wordt dus in 2019 door de Belastingdienst uitbetaald.

Samenloop loonkostenvoordelen en lage-inkomensvoordeel

LKV en het lage-inkomensvoordeel (LIV) kunt u niet combineren. Heeft u recht op zowel LKV als het LIV, dan geldt het financieel meest gunstige instrument.

Lage Inkomens Voordeel,liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting,belastingzaken,afdrachtsvermindering, Lage lonen. lage salaris, lage-inkomensvoordeel, Minimumloon, werknemersverzekeringen, wettelijk minimumloon,