Categorie Archief Wet- en regelgeving

door100% Salarisverwerking B.V.

Dienstbetrekking stagiairs, echt of fictief?

Als u een stagiair aanneemt, kan sprake zijn van een echte of fictieve dienstbetrekking.
            
Of er is helemaal geen dienstbetrekking. En wat zijn de gevolgen als een stagiair na de stageperiode in vaste dienst komt? In deze handreiking leest u hier meer over.

Stagiairs zijn leerlingen die in de praktijk werken als onderdeel van hun opleiding.
Het is afhankelijk van de beloning of en hoe u de stagiair moet verwerken in de aangifte loonheffingen.
 

Geen dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair alleen onderricht en eventueel een vergoeding van de werkelijke kosten, dan is geen sprake van een fictieve of echte dienstbetrekking. De stagiair ontvangt dan namelijk geen loon volgens de Wet op de loonbelasting.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair een reële beloning krijgt voor de stage-uren, bijvoorbeeld het minimum(jeugd)loon, is hij in echte dienstbetrekking. Dan gelden de normale regels voor de loonheffingen en is de stagiair verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. U moet dan op de gebruikelijke manier premies werknemersverzekeringen berekenen en ook de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) betalen.

 

Fictieve dienstbetrekking

Als er geen echte dienstbetrekking is en de stagiair krijgt een stagevergoeding, kan sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking. Dit is van toepassing als de stagiair geen marktconforme beloning ontvangt. Marktconform is bijvoorbeeld het minimumjeugd- of cao-loon.

U houdt loonbelasting/premie volksverzekeringen in en u betaalt werkgeversheffing Zvw.

 

Premies werknemersverzekeringen

Deze stagiair is verzekerd voor de Wet Wajong en voor de Ziektewet (ZW), maar u hoeft geen premies werknemersverzekeringen te berekenen.

 

Codes aangifte loonheffingen

Voor stagiair in fictieve dienstbetrekking geldt het volgende:

  • Code aard arbeidsverhouding is 7.
  • Hij is alleen verzekerd voor de ZW en de Wet Wajong.
  • De verzekeringsindicatie voor de ZW moet op ‘Ja’ staan.
  • De verzekeringsindicaties voor de WW en de WAO/IVA/WGA moeten op ‘Nee’ staan.
  • Het loon dat hij geniet (de stagevergoeding) is loon voor de werknemersverzekeringen (SV-loon).
  • Er is géén sprake van premieloon (oftewel grondslagaanwas op het cumulatieve premieloon). U vult € 0 aan premieloon (grondslagaanwas) in.
  • U moet de sectorcode invullen.
  • De rubriek ‘Code invloed verzekeringsplicht’ vult u niet in.

 

Gelijktijdig stage en dienstbetrekking

Het kan zijn dat een werknemer gelijktijdig bij dezelfde werkgever in echte dienstbetrekking en fictieve dienstbetrekking (stage) is.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair voor de stage-uren een marktconforme beloning ontvangt, is sprake van een echte dienstbetrekking. U houdt op de gebruikelijk manier de loonheffing in. U betaalt ook premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw.

 

Fictieve dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair geen marktconforme beloning maar een stagevergoeding, dan past u de regels toe die gelden voor de fictieve dienstbetrekking. U gebruikt voor de stagevergoeding een aparte inkomstenverhouding.

 

Na stage in dienst

Wanneer de arbeidsverhouding van een stagiair na zijn stage wijzigt van een fictieve dienstbetrekking naar een echte dienstbetrekking, verandert zijn verzekeringssituatie. Voor de echte dienstbetrekking gebruikt u dan een nieuwe inkomstenverhouding.

 

Premies werknemersverzekeringen

Wijzigt de dienstbetrekking van de stagiair in de loop van het kalenderjaar, dan heeft dit gevolgen voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen. Voor de berekening van het premiemaximum moet u ook rekening houden met loon dat de stagiair tijdens zijn stageperiode heeft genoten. U moet dan alsnog alle premies werknemersverzekeringen betalen over de stagevergoeding. Dit leidt dus tot een ‘inhaaleffect’.

 

Voorbeeld

Iemand werkt van 1 januari tot en met 31 maart als stagiair in fictieve dienstbetrekking tegen een loon van € 300 per maand. Per 1 april komt deze persoon in vaste dienst tegen een maandloon van € 4.500. Het (fictieve) maximum premieloon per maand is € 4.700.

Voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen geldt het volgende:

  • Vanaf 1 januari tot en met 31 maart is de stagiair alleen verzekerd voor de Wet Wajong en de ZW. Nummer inkomstenverhouding is 1. De stagevergoeding behoort tot het cumulatief loon werknemersverzekeringen, maar leidt niet tot aanwas van de grondslag. Over de stagevergoeding hoeft u dus geen premie te betalen.
  • Vanaf 1 april komt de stagiair in vaste dienst. Hij is verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. Nummer inkomstenverhouding is 2. In april is sprake van een inhaaleffect in verband met de stagevergoedingen in januari tot en met maart.

 

Tabel

premies werknemersverzekeringen ,stagevergoedingen

Tabel met berekening van de premies werknemersverzekeringen n.a.v. het gegeven voorbeeld

In de brochure ‘Toelichting loonberekening VCR ’ vindt u meer rekenvoorbeelden.

 

School ontvangt stagevergoeding

Als de stagiair de stagevergoeding niet zelf krijgt, hoeft u geen loonheffingen in te houden en te betalen onder de volgende voorwaarden:

  • U maakt de stagevergoeding rechtstreeks over aan de school of het stagefonds, met uitzondering van kostenvergoedingen.
  • De school of het stagefonds geeft de stagevergoeding niet door aan de stagiair, maar gebruikt dit voor algemene schoolse activiteiten.
  • De school of het stagefonds administreert de stagevergoedingen en de besteding daarvan.
  • U legt binnen 2 maanden na afloop van elk jaar de volgende gegevens in uw administratie vast: de naam, het adres en het burgerservicenummer van de stagiair, de naam en het adres van de school of het stagefonds en het bedrag van de beloning. Hierbij vermeldt u de datum en het nummer van het besluit waarop de regeling is gebaseerd: 14 december 2010, nr. DGB2010/2202M.

 
 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen (paragraaf 16.10)
Codes aangifte loonheffingen 2020
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Toelichting loonberekening VCR

Besluit DGB2010/2202M ‘Heffingsaspecten stagiairs

 

Wetsartikelen

Artikel 3, lid 1, letter e Wet op de loonbelasting (stagiair)
Artikel 16 en 17 Wet financiering sociale verzekeringen (VCR)
 
 

Gerelateerde berichten

Check recht loonkostenvoordeel in dienst nemen stagiair
Toepassing studenten- en scholierenregeling
 
 
stagiair – dienstbetrekking ,loonbelasting,belastingdienst,loonheffing,inhoudingsplichtig stageverlener,stagiairs en loonbelastingen, salarisverwerking,salarisverwerkers,loonadministratie,salaris,loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Fiscale maatregelen waar mkb-bedrijven in 2021 mee te maken krijgen

Op Prinsjesdag 2020 heeft het kabinet een aantal nieuwe maatregelen voor mkb- ondernemers in petto.
         
Daarbij springt onder meer het onderscheid in het oog dat het kabinet maakt tussen het midden- en kleinbedrijf en het grootbedrijf.

Zo heeft het kabinet de aangekondigde verlaging van de vennootschapsbelasting voor grote bedrijven geschrapt om wat geld vrij te maken voor het bestrijden van de coronacrisis. De verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting voor kleinere bedrijven gaat wel door.

Voor zelfstandigen ligt een belangrijke maatregel in het verschiet, blijkt ook uit het Belastingplan 2021. De geliefde zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd en zakt volgend jaar naar 6.670 euro. Dat is 360 euro minder dan dit jaar.

Behalve nieuwe fiscale maatregelen zijn er ook speciale coronamaatregelen die ondernemers verlichting moeten brengen. Een aantal van deze belastingmaatregelen verlengt het kabinet tot eind dit jaar.

Hieronder een overzicht van de belastingmaatregelen voor ondernemers in 2021 en de coronasteun voor de kortere termijn.

 

Vennootschapsbelasting: hoge tarief blijft 25 procent

Het kabinet wilde aanvankelijk het hoge tarief van de vennootschapsbelasting verlagen, maar dat plan gaat niet door. Het hoge tarief voor het belastbare bedrag winst blijft 25 procent. Dit tarief geldt vanaf 2021 voor een winst van meer dan 245.000 euro.

Hiermee wil het kabinet “financiële ruimte creëren om juist nu de economie te versterken”, staat in een samenvatting van het Belastingplan 2021.

 

Lage tarief vennootschapsbelasting daalt wel

Het kabinet lijkt mkb-bedrijven een hart onder de riem te willen steken. Het lage tarief van de vennootschapsbelasting van 16,5 procent daalt naar 15 procent per 1 januari 2021. Bovendien komen meer mkb-bedrijven straks in aanmerking voor dit lage tarief.

Het late tarief geldt nu voor winsten tot 200.000 euro, dat zal in 2021 245.000 euro zijn.

In 2022 zal de grens verder worden opgehoogd naar 395.000 euro.

 

Tarief innovatiebox gaat omhoog

Op Prinsjesdag 2019 kondigde het kabinet al een verhoging aan van het belastingtarief van de ‘innovatiebox’.

Deze speciale tariefbox is in het leven geroepen voor bedrijven die innoverende producten of diensten leveren. Alle winsten die worden behaald met innovatie, vallen in deze box waar ze met een lager tarief worden belast. Niet 25 procent of 16,5 procent, maar 7 procent.

Het effectieve tarief voor de innovatiebox gaat per 1 januari 2021 echter omhoog naar 9 procent.

 

Korting via loonheffing voor bedrijven die investeren

Het kabinet ziet graag bedrijven die investeringen doen en stimuleert dat met een nieuwe investeringskorting die in 2021 ingaat. De baangerelateerde investeringskorting (BIK) houdt in dat als bedrijven investeren in bijvoorbeeld een nieuwe machine, ze een korting krijgen die wordt verrekend via de loonheffing.

De regering heeft het plan nog niet helemaal uitgewerkt en details volgen nog.

 

Verlenging coronamaatregelen

Het kabinet heeft een hele rits belastingmaatregelen getroffen voor bedrijven om de coronacrisis het hoofd te bieden. Een aantal wordt verlengd. Hieronder een greep uit de maatregelen waarmee ondernemers te maken kunnen hebben. Bekijk hier het hele overzicht.

 

Uitstel belastingen

Tijdens de coronacrisis verleent de Belastingdienst uitstel van betaling van belasting. Je kunt uitstel van belasting aanvragen tot 1 oktober 2020, waarmee het uitstel loopt tot uiterlijk 31 december 2020.

De terugbetaling van uitgestelde belastingen loopt vanaf 1 januari 2021 nog maximaal 24 maanden.

 

Verlies 2020 verrekenen met winst 2019

Bedrijven die wel op tijd aangifte doen over 2020 kunnen hun verlies verrekenen met de winst over 2019.

Het verwachte verlies over 2020 dat verband houdt met de coronacrisis, mag je aftrekken door een ‘coronareserve’ aan te leggen. Het bedrag dat wordt toegevoegd aan de coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst uit 2019. Met deze reserve kan een (lagere) voorlopige aanslag over 2019 worden aangevraagd.

 

Lagere belastingrente

De invorderingsrente waarmee je te maken krijgt bij een te laat betaalde aanslag, bedraagt normaliter 4 procent. Op 23 maart werd deze teruggeschroefd naar 0,01 procent en dit tarief geldt tot en met 31 december 2021.

De belastingrente die de fiscus in rekening brengt bij een onjuiste of te laat ontvangen aangifte, is bij de vennootschapsbelasting voor bedrijven in normale tijden 8 procent.

Ook deze rente is vanwege de coronacrisis op 0,01 procent gezet en dat tarief geldt tot 1 oktober 2020. Vanaf die datum gaat de belastingrente voor alle belastingen, dus ook de vennootschapsbelasting, naar 4 procent en dat geldt tot 31 december 2021.

 

Verlenging uitstel administratie gegevens nieuwe werknemer

Werkgevers hebben een aantal administratieve verplichtingen als zij nieuwe mensen aannemen. De Belastingdienst verleent uitstel tot 31 december 2020.

 

Verhoging vrije ruime werkkostenregeling

Als werkgever mag je onbelaste vergoedingen aan werknemers geven, zoals bijvoorbeeld een tablet of kerstpakket waar ze ook privé voordeel van hebben.

Het totale bedrag aan vergoedingen mag normaliter in 2020 niet boven 1,7 procent van de eerste 400.000 euro van de loonsom van alle medewerkers samen uitkomen. Boven de 400.000 euro geldt het percentage van 1,2 procent.

In de coronacrisis is het percentage van 1,7 procent opgeschroefd naar 3 procent zodat werkgevers hun personeel op de een of andere manier tegemoet kunnen komen. De verruiming geldt tot 31 december 2020.

 

Verlaging gebruikelijk loon dga

Het gebruikelijk loon, ofwel het minimale loon dat een directeur-grootaandeelhouder moet opgeven bij de Belastingdienst, mag bij een omzetdaling worden verlaagd. Dit geldt tot 31 december 2020.

 

Vrijstelling belasting TOGS en TVL

Bedrijven die gebruikmaken van de TOGS- en TVL-regeling hoeven hierover geen belasting te betalen. De einddatum hiervoor is nog niet bekend. De TOGS (Tegemoetkoming schade COVID-19) is een eenmalige tegemoetkoming van 4.000 euro voor ondernemers die direct zijn getroffen door de coronacrisis, bijvoorbeeld omdat ze hun deuren moesten sluiten.

De TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) is een vergoeding van maximaal 50.000 euro voor het betalen van de vaste lasten voor ondernemers in de hardst getroffen sectoren.

 
Bron:Belastingdienst/BI
 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,

door100% Salarisverwerking B.V.

Trendonderzoek salarisprofessionals 2020

Het ‘Trendonderzoek salarisprofessionals 2020’ van het Nederlands Instituut van Register Payroll Accounting (NIRPA) is beschikbaar.
   
Het is de 5e editie van het onafhankelijk onderzoek naar de functie van salarisprofessionals.

Deelname aan het onderzoek staat open voor alle salarisprofessionals in Nederland. Het onderzoek is niet beperkt tot NIRPA geregistreerde professionals. Dit jaar namen 983 personen deel aan het onderzoek.

In het onderzoek van 2020 komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Onderzoeksopzet en verantwoording
  • Kenmerken van de respondenten
  • Takenpakket
  • Het effect van de Covid-19 maatregelen
  • Future of Work
  • Stelselwijzigingen – wet- & regelgeving
  • Internationale payroll/grensoverschrijdende arbeid
  • Professionele ontwikkeling
  • Loopbaan
  • Arbeidsvoorwaarden en beloning

 

Werkzaamheden

Aan de volgende 6 werkzaamheden besteden de deelnemende salarisprofessionals in 2020 de meeste tijd:

  • verwerken mutaties
  • controles uitvoeren
  • vraagbaak personeel/klanten
  • informeren en adviseren HR
  • loonaangiften
  • overig

 

Beleidsthema’s 2020 en 2021

De belangrijkste beleidsthema’s voor 2020 zijn de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) en cao-wijzigingen.

De salarisprofessional verwacht dat in 2021 de WAB, cao-wijzigingen en de werkkostenregeling de belangrijkste thema’s zullen zijn.

 

Informatievoorziening

Voor informatie over het vakgebied gebruikt 97% van de salarisprofessionals de website van de Belastingdienst en 90% het Handboek Loonheffingen. 62% van de respondenten gebruikt Forum Salaris.

 

Meer informatie

Meer leest u in het ‘Trendonderzoek salarisprofessionals 2020‘ op de internetsite van NIRPA.

 
 
loonadministratie, salarisverwerking, salarisverwerker,loonverwerking,loonverwerker, loonverwerkers, salarisverwerkers, online salarisverwerking, uitbesteden loonadministratie, online salarisverwerking, digitale loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Aandelenbonussen mogen niet in vrije ruimte

Het aanwijzen van aandelenbonussen aan een beperkte groep werknemers is niet echt gebruikelijk.
          
Dat oordeelt gerechtshof Amsterdam. De werkgever kan deze bonussen niet aanwijzen als eindheffingsloon.

Een naamloze vennootschap (nv) verstrekt aandelenbonussen aan leden van de groepsraad. In de jaren vóór 2012 heeft de nv deze bonussen bij de betreffende werknemers individueel verloond, waarbij de nettowaarde van de bonus is gebruteerd tegen 108,3%.

Vanaf 2012 past de nv de werkkostenregeling toe en wijst de aandelenbonussen aan als eindheffingsloon. De nv is onderdeel van een concern. Omdat de vrije ruimte overschreden is, geeft zij de waarde van deze bonussen aan als eindheffing tegen een tarief van 80%.

De inspecteur accepteert de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel niet. De waarde van de aandelenbonussen bedraagt meer dan de doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar. De inspecteur rekent de bonussen tot het werknemersloon voor zover ze meer bedragen dan € 2.400. De werkgever gaat in beroep.

Volgens de Hoge Raad moet de inspecteur bewijzen dat de aanwijzing als eindheffingsloon niet gebruikelijk is. Een verwijzing naar de doelmatigheidsgrens van € 2.400 is hiervoor niet genoeg. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het hof.

Beide partijen onderbouwen hun stellingen opnieuw.

 

Gebruikelijkheid binnen het concern

Een kleine groep werknemers ontvangt aandelenbonussen. Alleen voor deze groep wijst de werkgever de bonus aan als eindheffingsloon. Er is geen aanwijzing dat andere werknemers dezelfde aandelenbonus krijgen en dat de werkgever dit aanwijst als eindheffingsloon.

De inspecteur is daarom van mening dat het binnen het concern niet gebruikelijk is om bonussen onder te brengen in de vrije ruimte.

 

Gebruikelijkheid bij andere bedrijven

De Belastingdienst heeft een vragenlijst naar 88 vergelijkbare bedrijven verzonden om te onderzoeken of het gebruikelijk is dat een werkgever een bonus aanwijst als eindheffingsloon. Uit de vragenlijst blijkt dat meer dan de helft van deze bedrijven bonussen geeft aan werknemers. Er is maar 1 werkgever die bonussen aanwijst als eindheffingsloon. Bij deze werkgever zijn de bonussen beperkt van € 500 tot € 1.250.

Op basis van het bovenstaande heeft de inspecteur bewezen dat het niet gebruikelijk is om de aandelenbonussen aan te wijzen als eindheffingsloon. Volgens het hof is de uitvraag door de Belastingdienst representatief. Ook mag de Belastingdienst deze gegevens gebruiken om de gebruikelijkheid te onderzoeken.

Het hof oordeelt dat de nv de aandelenbonussen niet mag aanwijzen als eindheffingsloon. Het aanwijzen van deze bonussen voldoet niet aan de gebruikelijkheidstoets.

 
Gerechtshof Den Haag: ECLI:NL:GHDHA:2020:1562
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1050
 
 
loon, lonen, salaris, salarissen, loonstrook, loonverschillen, loonkloof, minimumloon, wml, wettelijk minimumloon, wettelijk minimumloon, verdienste,

door100% Salarisverwerking B.V.

Gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2021

UWV heeft de nota ‘ Gedifferentieerde premies WGA en ZW 2021 ’ gepubliceerd .
            
In deze nota leest u hoe UWV de premies Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en Ziektewet berekend heeft.

 
Het gemiddelde premiepercentage WGA 2021 stijgt licht ten opzichte van 2020, van 0,76% naar 0,78%. Stijgende WGA-lasten zijn hier de oorzaak van. Van de bij UWV verzekerde werkgevers krijgt 63% te maken met een stijging van de WGA-premie, 21% met een daling en voor 16% blijft de premie gelijk.

Het gemiddelde percentage Ziektewet stijgt van 0,52% in 2020 naar 0,58% in 2021. De oorzaak hiervan is een stijging van de Ziektewet-lasten. Van de bij UWV verzekerde werkgevers krijgt 68% te maken met een stijging en 21% met een daling van de premie Ziektewet. Voor 11% blijft de premie Ziektewet gelijk.

Meer informatie leest u in de nota ‘Gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2021’. Hierin vindt u ook rekenvoorbeelden.

 

Meer informatie

De premies en parameters voor de berekening van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2021, zijn gepubliceerd in de Staatscourant.
 
 
Bron: UWV
 
 
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SZW, Overheid, financiën Overheid,