Categorie Archief Minimumloon

door100% Salarisverwerking B.V.

Heb ik recht op het minimumloon als ik stage loop?

Als u stage loopt, heeft u géén recht op het wettelijk minimumloon (WML) .
             
Bij een stage ligt de nadruk op het leren. Doet u gewoon werk, dan is er geen sprake van een stage. In dat geval zou u een arbeidsovereenkomst moeten hebben. En dan heeft u recht op het wettelijk minimumloon.

 
stagiair – dienstbetrekking ,loonbelasting,belastingdienst,loonheffing,inhoudingsplichtig stageverlener,stagiairs en loonbelastingen, salarisverwerking,salarisverwerkers,loonadministratie,salaris,loon,
 

Stage: leren staat centraal

Tijdens een stage leert u in een werkomgeving. Vaak is stage onderdeel van een opleiding. Bij elke stage wordt in een leerplan afgesproken wat de stagiair moet leren (leerdoelen). De stagiair krijgt begeleiding van het stagebedrijf.

Het werk van een ‘gewone’ werknemer is gericht op productie draaien en omzet maken. De stagiair mag niet een gewone werknemer vervangen. Is het doel van de stage niet leren maar werken? Dan heeft u recht op het wettelijk minimumloon. Anders is salaris niet verplicht.
 

Stage of werkervaringsplek

Vaak worden stage, werkervaringsplek of andere termen door elkaar gebruikt. Voor de wet gelden hiervoor dezelfde regels. De activiteiten moeten gaan om het leren. Wat voor werk u daarbij doet is minder belangrijk.

Voert u gewoon werk uit? Dan is er sprake van een arbeidsovereenkomst en heeft u ten minste recht op het wettelijk minimumloon. Voor zowel een stage als een werkervaringsplek geldt dat u geen opleiding hoeft te volgen.
 

Beloning stage: controle Inspectie SZW

De Inspectie SZW controleert of een stagiair gewoon werk of stagewerk doet. Is het werk niet vooral gericht op leren maar op werken? Dan doet de stagiair werk volgens een gewone arbeidsovereenkomst. En dan heeft de stagiair recht op het wettelijk minimumloon.
De Inspectie SZW kan de werkgever een boete geven als sprake is van stagemisbruik. Meld onderbetaling bij de Inspectie SZW.
 

Stageovereenkomst

Tijdens een stage leren studenten, leerlingen en starters op de arbeidsmarkt in de praktijk. Ook doen zij op de werkvloer ervaring op. Meestal sluiten de werkgever en de stagiair een stageovereenkomst af. Hierin staat bijvoorbeeld:

  • hoelang de overeenkomst duurt;
  • wat de stagiair moet hebben geleerd aan het eind van de stage;
  • welke vergoeding de stagiair krijgt;
  • wanneer de werkgever de stagiair beoordeelt.

 

Stagevergoeding niet verplicht

Tijdens uw stage is de werkgever wettelijk niet verplicht om u een stagevergoeding te geven. Het mag wel, maar uw werkgever bepaalt zelf hoe hoog het bedrag is. Er is geen minimumbedrag of maximumbedrag voor een stagevergoeding.
 
 

Meer informatie:

Nieuwe Nieuwsbrief Loonheffingen 2020
2022 ‘STAP-budget’ voor iedere werknemer
Subsidie voor leren en ontwikkelen in het mkb
Bedragen minimumloon 2020
 
100 salarisverwerking 2020, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Waarom kabinet het minimumloon moet verhogen?

Mooie woorden en goede argumenten voor hoger minimumloon.
                
De evaluatie van het minimumloon die minister Koolmees heeft gedaan staat vol mooie, sympathieke woorden, maar als het verbale stof is neergedwarreld dan blijkt de conclusie: het minimumloon van 9,54 euro bruto per uur wordt niet verhoogd. Een misser, want er zijn goede argumenten voor een hoger minimumloon.

 
minimumloon 2020, minimumjeugdloon 2020, wettelijk minimumloon 2020, loon 2020 minimaal, wml 2020, het minimum loon 2020, salaris 2020, minimaal loon 2020, jeugdloon, minimaal jeugd loon 2020, wettelijk jeugdloon 2020,
 
Het aloude neoliberale ‘project fear’ is dat een verhoging van het minimumloon rechtstreeks tot meer werkloosheid zal leiden. Dezelfde waarschuwing werd dan ook gegeven toen er plannen waren om het jeugdminimumloon in twee stappen (in 2017 en 2019) te verhogen. Met name supermarkten schreeuwden moord en brand, implicerend dat hun bedrijfsmodel afhankelijk is van ‘kinderarbeid’.

Het CPB-model voorspelde een verlies van 15.000 banen. Nadat het jeugdminimumloon daadwerkelijk werd verhoogd, is van de voorspelde toename van de jeugdwerkloosheid echter nooit meer wat vernomen.
 

Positieve ervaringen met hoger minimumloon

De angst voor het veroorzaken van werkloosheid lijkt ook voor het ‘volwassen’-minimumloon ongegrond. De tekorten op de arbeidsmarkt zijn zelfs zo structureel van aard dat Rob Jetten juist een pleidooi hield voor massale arbeidsmigratie.

Ook internationaal zijn er positieve ervaringen met het verhogen van het minimumloon. In Portugal werd het minimumloon enorm verhoogd van 500 tot 700 euro per maand; in tegenstelling tot de waarschuwingen van de rechtsdraaiende economische instituten leefde de economie juist sterk op en halveerde de werkloosheid. In de VS ging de stad Seattle voorop en verhoogde het minimumloon in 2015 naar 15 dollar per uur – ruim het dubbele van het federale minimumloon – ook hier bleef de voorspelde exodus van bedrijven uit, terwijl de koopkracht wel sterk verbeterde.
 

Nederland als lagelonenland

In Nederland heeft loonmatiging lang op een voetstuk gestaan. Binnen de economische bureaus heeft decennia een consensus bestaan dat het een goede strategie is om van Nederland een soort ‘lagelonenland’ te maken. De oorzaak hiervan is vermoedelijk de succesvolle ‘geleide loonpolitiek’ van de kabinetten Drees tijdens de wederopbouw.

Ook toen de winstgevendheid van het bedrijfsleven in 1982 zorgwekkend laag was pakte het Akkoord van Wassenaar, waarin werkgevers en werknemers afspraken maakten over loonmatiging, heel succesvol uit.
 

We geven nog minder uit

Loonmatiging is echter niet de Haarlemmerolie van de economie. Sterker nog, een van de kwalen waar de Nederlandse economie traditioneel aan lijdt is juist dat de consumptie zwak is, waardoor er in economische zwakke tijden vaak sprake is van ‘onderbesteding’. Loonmatiging maakt dit erger.

Rutte heeft weliswaar tegen het grootbedrijf gezegd dat ‘de lonen nu echt omhoog moeten’ maar omdat het kabinet verder niets deed, maakte dit op de boardrooms waarschijnlijk evenveel indruk als een dreigend piepende Chihuahua.

Voor zover de lonen wél stijgen, zoals in 2019 met 2,5 procent, eigent het kabinet zich die groei vervolgens zelf toe door via een verhoging van de btw en de energiebelasting een nóg hogere inflatie van 2,6 procent te veroorzaken.
 

Toeslagen

Je zou denken dat hele idee van het concept ‘minimumloon’ juist impliceert dat je dat bedrag minimaal nodig hebt om van te kunnen leven. Hoewel dat bij de invoering nog wel expliciet de doelstelling was kan een huishouden in Nederland bij lange na niet rondkomen van het minimumloon. Zie hier waarom het dolgedraaide circus van toeslagen überhaupt nodig is.

Wat er dus in werkelijkheid gebeurt wanneer bedrijven lonen betalen waar mensen niet van kunnen leven, is dat die mensen vervolgens afhankelijk worden van de overheid. Ergo, het belastinggeld van anderen. Een deugdelijk minimumloon is daarom ook een kwestie van waardigheid. Wie fulltime werkt hoort zijn eigen broek op te kunnen houden en niet afhankelijk te zijn van de overheid.
 

Cadeau aan links

De ‘niet-verhoging’ van het minimumloon lijkt al met al een geweldig geschenk aan de linkse partijen. Die moeten dan nog wel even wakker worden. De laatste Tweede Kamer-verkiezingsprogramma’s van zowel GroenLinks als PvdA maken nog geen melding van een hoger minimumloon (alleen voor jongeren). Zelfs de SP durft nog niet verder te gaan dan het bepleiten van een nogal slappe verhoging van 10 procent, omgerekend niet meer dan één euro per uur.

Minister Koolmees kondigt in zijn Kamerbrief aan om nader onderzoek te doen naar het minimumloon. Ik adviseer Koolmees om de zaak eens om te draaien. Bij een gebrek aan hard economisch bewijs dat een hoger minimumloon slecht zou zijn voor Nederland, verhoog het eens met een paar euro en zie wat er gebeurt.
 
Bron: RTL nieuws
 
 
Gerelateerd: Bedragen minimumloon 2020

overheid, regering, bestuur den haag, volksvertegenwoordiging,

door100% Salarisverwerking B.V.

Verhoging gebruikelijk loon 2020

Gebruikelijk loon dga 2020.
                     
Het gebruikelijk loon voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) is met ingang van 1 januari 2020 verhoogd naar € 46.000 per jaar. Dit staat in de ‘Bijstellingsregeling directe belastingen 2020’.

 

regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

Voor wie geldt de gebruikelijkloonregeling?

Hoe bepaalt u het gebruikelijk loon en in welke gevallen mag u het gebruikelijk loon lager vaststellen dan € 46.000? In deze handreiking vindt u antwoord op deze vragen.

 

De gebruikelijkloonregeling geldt voor een persoon die werkt voor een vennootschap of een coöperatie waarin hij of zijn fiscale partner een aanmerkelijk belang heeft.

 

Aanmerkelijk belang

Iemand is aandeelhouder met een aanmerkelijk belang als hij (eventueel met zijn fiscale partner):

  • 5% of meer van de aandelen heeft in een vennootschap
  • rechten heeft om voor 5% of meer aandelen in de vennootschap te kopen
  • winstbewijzen heeft om 5% of meer van de jaarwinst – of van een uitkering bij liquidatie – van de vennootschap te krijgen
  • voor 5% of meer stemrecht heeft in de algemene vergadering van een coöperatie of een vereniging op coöperatieve grondslag

 

Fiscale partner

De fiscale partner van de aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) is:

  • de echtgenoot of geregistreerd partner
  • degene met wie de aanmerkelijkbelanghouder op hetzelfde woonadres staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen
  • Als de laatste situatie van toepassing is, moeten de ab-houder en zijn partner ook voldoen aan één van de volgende voorwaarden:
  • Ze hebben een notarieel samenlevingscontract. Beiden moeten meerderjarig zijn.
  • Ze hebben samen een kind.
  • Eén van hen heeft een kind dat de ander heeft erkend.
  • Beiden zijn meerderjarig en een van hen heeft een minderjarig kind dat op hetzelfde adres staat ingeschreven. Als de ab-houder en zijn partner een zakelijke huurovereenkomst hebben, zijn ze in dit geval géén fiscaalpartners.
  • Ze staan als partners geregistreerd bij een pensioenfonds.
  • Ze zijn beiden eigenaar van de woning die hun hoofdverblijf is.
  • Ze waren in voorgaand jaar al fiscale partners.

Voldoen de ab-houder en zijn partner slechts een deel van het jaar aan de voorwaarden? Dan kunnen zij kiezen om het hele jaar fiscale partners te zijn. Staan zij het hele jaar samen in de Basisregistratie Personen ingeschreven? Dan kunnen zij niet kiezen: zij zijn dan het hele jaar fiscale partners.

 

Hoe bepaalt u de hoogte van het gebruikelijk loon?

Een ab-houder moet een loon ontvangen dat gebruikelijk is voor de werkzaamheden die hij verricht. De gebruikelijkloonregeling bepaalt hoe hoog het loon van de ab-houder minimaal moet zijn. Hieronder leest u hoe u dit beoordeelt.

Een ab-houder moet een loon in aanmerking nemen dat het hoogste is van de volgende bedragen:

  1. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking
  2. het loon van de meestverdienende werknemer van de vennootschap of van een verbonden vennootschap
  3. een minimumbedrag, elk jaar opnieuw vastgesteld door het ministerie van Financiën. Voor 2020 is dit € 46.000. Voor 2017, 2018 en 2019 was het gebruikelijk loon € 45.000.

Let op!

In de volgende gevallen mag u het loon op een lager bedrag vaststellen:

  • U maakt aannemelijk dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 46.000. U stelt het loon dan vast op 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.
  • U maakt aannemelijk dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het loon van de meestverdienende werknemer of van een verbonden lichaam.

 

De meest vergelijkbare dienstbetrekking

Een werknemer met de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoeft niet precies hetzelfde werk te doen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om het loon van een orthodontist vast te stellen op basis van het loon van een tandarts.

Vóór 2015 moest u onderzoeken wat het loon was van een werknemer met een soortgelijke dienstbetrekking. Een soortgelijke dienstbetrekking kan ontbreken maar een meest vergelijkbare dienstbetrekking bestaat altijd.

 

Voorbeeld 1
Het loon van de meestverdienende werknemer is € 50.000. U maakt aannemelijk dat een andere dienstbetrekking meer vergelijkbaar is met de dienstbetrekking van de ab-houder. Het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking is € 40.000. Dat is lager dan € 46.000. U stelt het loon vast op € 40.000.

 

Voorbeeld 2
Het loon van de meestverdienende werknemer is € 90.000. U maakt aannemelijk dat een andere dienstbetrekking meer vergelijkbaar is met de dienstbetrekking van de ab-houder. Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is € 70.000. De ab-houder kan zijn gebruikelijk loon vaststellen op € 52.500 (75% van € 70.000).

 

Deeltijd

Als een ab-houder in deeltijd werkt of als hij niet het hele jaar gewerkt heeft, mag u hier rekening mee houden bij het vaststellen van het loon. U moet dit wel aannemelijk kunnen maken.

 

Deeltijdfactor en doelmatigheidsmarge

Als een ab-houder in deeltijd werkt, moet u eerst de deeltijdfactor toepassen. Als het deeltijdloon hoger is dan € 46.000 mag u daarna de doelmatigheidsmarge van 25% toepassen. Het loon mag niet lager worden dan € 46.000.

 

Voorbeeld

Een ab-houder werkt 40% voor zijn bv. Het gebruikelijk loon voor een fulltime functie bedraagt € 50.000. U mag het gebruikelijk loon vaststellen op € 20.000. Omdat het loon minder is dan € 46.000 mag u geen rekening houden met de doelmatigheidsmarge.

U mag dus niet eerst het loon verminderen met de doelmatigheidsmarge en dan 40 % van € 46.000 = € 18.400 als gebruikelijk loon aanmerken. De volgorde is 40 % van € 50.000 = € 20.000. Er is geen ruimte meer voor de doelmatigheidsmarge.

 

Structureel verlies

U kunt het gebruikelijk loon verlagen als u aannemelijk kunt maken dat het bedrijf meerdere jaren achter elkaar verlies leidt en het voortbestaan van het bedrijf daardoor in gevaar komt. De loonsverlaging is dan nodig om ervoor te zorgen dat het bedrijf kan blijven draaien. U mag het loon van de ab-houder niet lager vaststellen dan het wettelijk minimumloon.

U mag het gebruikelijk loon niet verlagen als de slechte financiële positie van de bv is veroorzaakt door een hoge rekening-courantschuld van de ab-houder aan de bv. Ook als het verlies is ontstaan door onzakelijke uitgaven mag u het gebruikelijk loon niet lager vaststellen.

 

Starters

U mag uitgaan van een lager loon als de bv het gebruikelijk loon door het opstarten van de onderneming niet kan betalen, bijvoorbeeld omdat de bv veel heeft geïnvesteerd of een lage cashflow heeft. U mag dit maximaal 3 jaar doen vanaf het moment dat de vennootschap of coöperatie inhoudingsplichtig wordt. U mag het loon niet lager vaststellen dan het wettelijk minimumloon.

 

Start-ups
Voor ab-houders die werken voor innovatieve start-ups geldt vanaf 2017 een versoepelde gebruikelijkloonregeling. Als de bv voldoet aan de voorwaarden mag u het gebruikelijk loon maximaal 3 jaar vaststellen op het wettelijk minimumloon.
De voorwaarden vindt u in paragraaf 16.1 van het Handboek Loonheffingen onder het kopje ‘Start-ups’.

 

Pensioenopbouw

Een (tijdelijke) verlaging van het gebruikelijk loon heeft gevolgen voor de pensioenopbouw. Een dga bouwt namelijk alleen pensioen op over het loon dat hij daadwerkelijk genoten heeft.

 

Andere inkomsten

Ontvangt een ab-houder naast loon andere inkomsten zoals pensioen, lijfrente, levensloop of een WIA-uitkering? Hiermee houdt u geen rekening bij het vaststellen van het gebruikelijk loon. Ook niet als de werknemer deze uitkeringen uit de bv ontvangt.

 

Werken voor meerdere concernonderdelen

Is een ab-houder in dienst bij een management-bv en werkt hij vanuit deze bv voor andere concernonderdelen? Dan mag u het gebruikelijk loon bepalen op basis van alle werkzaamheden die de ab-houder voor het concern verricht. U hoeft het gebruikelijk loon niet per vennootschap vast te stellen.

 

Gebruikelijk loon € 5.000 of lager

Krijgt een ab-houder geen loon voor zijn werkzaamheden en is een loon dat gebruikelijk is voor zijn werkzaamheden niet hoger dan € 5.000? Dan hoeft u hierover geen loonheffingen in te houden. De grens van € 5.000 toetst u niet per bv maar geldt voor alle werkzaamheden van de ab-houder.

 

Welke loonbestanddelen tellen mee?

Het begrip loon voor de gebruikelijkloonregeling is het loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen (kolom 14 van de loonstaat). Dit is dus inclusief loon in natura, zoals de bijtelling voor privégebruik auto, en na toepassing van de wettelijke vrijstellingen, zoals de vrijstelling van pensioenpremie.

Onder loon vallen ook loonbestanddelen die zijn aangewezen als eindheffingsloon en onder de werkkostenregeling vallen. Deze loonbestanddelen moeten dan individualiseerbaar zijn. Een bonus die onder de vrije ruimte valt en een reiskostenvergoeding die onder de gerichte vrijstellingen valt, tellen bijvoorbeeld ook mee voor het gebruikelijk loon.

 

Fictief loon

Ontvangt een ab-houder een lager loon dan gebruikelijk voor zijn werk? Het verschil tussen het loon dat de ab-houder ontvangen heeft en wat gebruikelijk is, is fictief loon. Over het fictief loon berekent u loonheffingen. De werknemer is dus loonheffingen verschuldigd over loon dat hij niet ontvangen heeft.
Als een ab-houder helemaal geen loon ontvangt, moet u het gehele gebruikelijke loon als fictief loon behandelen.
U geeft het fictief loon uiterlijk aan in de laatste aangifte van het kalenderjaar.

 

Afspraken over een gebruikelijk loon

Wilt u zekerheid over de hoogte van het gebruikelijk loon? Dien dan een verzoek om vooroverleg in bij de Belastingdienst.

Het verzoek moet de volgende informatie bevatten:

  • basisgegevens van de aanvrager
  • de kwestie waarover u een standpunt vraagt
  • alle relevante feiten en omstandigheden
  • de fiscale gevolgen van uw toekomstige handelingen.

Zie voor de regels waaraan het vooroverleg moet voldoen het Besluit Fiscaal Bestuursrecht, BLKB2016-19, paragraaf 3.

U kunt ook het standaardformulier ‘Verzoek vooroverleg’ gebruiken. Het standaardformulier helpt u om het verzoek om vooroverleg goed én volledig in te dienen, waardoor de Belastingdienst het sneller in behandeling kan nemen.

 

Handboek loonheffingen

Meer over de gebruikelijkloonregeling leest u in paragraaf 16.1 Handboek loonheffingen.

 

Wetsartikel

Artikel 12a Wet LB

 

Zie ook

:
Handreiking gebruikelijkloonregeling vernieuwd
De weg naar het gebruikelijk loon
 
regels 2020, overheid 2020,belastingdienst 2020, wet en regelgeving 2020, lonen 2020, salarissen 2020, personeelszaken 2020, premies 2020, kosten 2020, liv 2020, lkv 2020, wab 2020, belastingen 2020, loon, salaris, salarisverwerking, loonadministratie,

door100% Salarisverwerking B.V.

Na evaluatie geen reden om minimumloon te verhogen

Het kabinet ziet geen reden om het wettelijk minimumloon te verhogen.
              
De ontwikkeling van het minimumloon tussen 2011 en 2018 is geëvalueerd en volgens minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) is er geen reden om iets te wijzigen.

 

“Al een halve eeuw biedt het wettelijk minimumloon bestaanszekerheid aan werknemers. Daar is het kabinet trots op”, aldus Koolmees.

Het huidige minimumloon voor mensen boven de 21 jaar ligt nu op 1.653,60 euro per maand
wettelijk minimumjeugdloon 2020,minimumloon 2020, wettelijk minimumloon 2020, loon 2020 minimaal, wml 2020, het minimum loon 2020, salaris 2020, wettelijk minimaal loon bruto 2020, 15 jr, 16jr, 17 jr, 18 jr, 19 jr, 20 jr, 21 jr, minimumloon 2020,

“Het kabinet vindt het belangrijk om nu en in de toekomst goed in de gaten te houden of het minimumloon en de daaraan gekoppelde sociale uitkeringen toereikend zijn en blijven.” Dat is nu wel het geval, volgens de minister.

Uit de evaluatie blijkt dat het minimumloon tussen 2011 en 2018 meer is gestegen dan het gemiddelde loon. Ook de koopkracht van werkenden met een minimumloon is toegenomen. Bovendien kent Nederland een lage inkomensongelijkheid, die in de geëvalueerde periode stabiel is gebleven.

Het Centraal Planbureau (CPB) gaat volgens Koolmees onderzoeken wat de gevolgen voor de werkgelegenheid en de economie zouden zijn als het minimumloon wordt verhoogd. Het huidige minimumloon voor mensen boven de 21 jaar ligt nu op 1.653,60 euro per maand.
 
 

Gerelateerd:

Aanpassing wettelijk minimumloon per 1 januari 2020
Boete voor overtreding Wet minimumloon
Bedragen minimumloon 2020
 
minimumloon 2020, wettelijk minimumloon 2020, loon 2020 minimaal, wml 2020, het minimum loon 2020, salaris 2020, minimumjeugdloon 2020

door100% Salarisverwerking B.V.

Wat verandert 1 januari 2020 voor werknemers, ondernemers en gepensioneerden?

En wat brengt 2020 voor de werknemers, ondernemers en gepensioneerden?
              
De overheid wil het verschil tussen ondernemers en werkenden verkleinen, waardoor diverse aftrekposten voor ondernemers worden versoberd. Ook komen er grote veranderingen in het arbeidsrecht en worden diverse belastingtarieven gewijzigd.

Verder gaat de kleineondernemersregeling (KOR) op de schop en krijgen zzp’ers een nieuwe btw-identificatienummer.

Voor werkenden wordt vast minder vast en flex minder flex. Daarnaast wordt de AOW-verhoogd, maar de AOW-leeftijd bevroren. Onder de streep gaan de meeste mensen er gelukkig op vooruit.

We zetten de belangrijkste maatregelen voor werknemers, ondernemers en gepensioneerden voor je op een rij in dit laatste deel van de jaarlijkse serie van Business Insider over veranderingen in het nieuwe jaar.

 

Overheid 2020, Belastingdienst 2020, Sociale Zaken en Werkgelegenheid SZW 2020, regering, wet en regelgeving, wetten, regels, besluiten,

 

Aftrekposten, administratie, belastingen 2020

Zelfstandigenaftrek gaat stapsgewijs omlaag

De zelfstandigenaftrek is een belangrijke aftrekpost voor ondernemers. Deze bedraagt nu nog 7.280 euro. Maar vanaf komend jaar gaat deze tegemoetkoming in jaarlijkse stapjes van 250 euro omlaag tot 5.000 euro in 2028.

In 2020 wordt de zelfstandigenaftrek verlaagd van 7.280 euro naar 7.030 euro. Toch zul je er per saldo weinig van merken, omdat de arbeidskorting en de algemene heffingskorting omhoog gaan.

 

MKB-winstvrijstelling blijft wel gelijk

Aan de mkb-winstvrijstelling verandert komend jaar niets: deze blijft 14%.

 

Versnelde afbouw aftrekposten voor inkomstenbelasting

Zoals je in het artikel over de eigen woning in 2020 hebt kunnen lezen, wordt de maximale hypotheekrenteaftrek komend jaar versneld afgebouwd van 49 procent naar 46 procent. Ondernemers krijgen te maken met een vergelijkbare maatregel. Voor de ondernemersaftrek, de mkb-winstvrijstelling, de persoonsgebonden aftrek en de terbeschikkingstellingsvrijstelling geldt in 2020 eveneens een maximaal aftrektarief van 46 procent (in plaats van de huidige 49 procent).

Deze stapsgewijze afbouw met 3 procentpunt per jaar gaat door tot 2023. Hierdoor wordt het netto voordeel dat ondernemers met een hoog inkomen genieten steeds een stukje kleiner. Zij gaan er door de verlaging van de zelfstandigenaftrek en de versnelde afbouw van de aftrek komend jaar netto zo’n 500 euro op achteruit en ondernemers met een lager inkomen circa 150 euro.

 

Kleineondernemersregeling op de schop

De kleineondernemersregeling (KOR) gaat komende jaar op de schop. Is je omzet niet meer dan 20.000 euro per jaar (exclusief btw), dan mag je worden vrijgesteld van btw. Je hoeft dan geen btw meer aan klanten door te berekenen, maar kunt dan ook niet langer de btw die andere ondernemers bij jou in rekening brengen (bijvoorbeeld voor de aanschaf van een computer) verrekenen. Ook word je vrijgesteld van btw-aangifte.

Om voor deze regeling in aanmerking te komen is niet het bedrag dat je aan btw heft leidend, maar de omzet van je bedrijf. Verder komen naast natuurlijke personen ook rechtspersonen, zoals BV’s, stichtingen en verenigingen, in aanmerking voor de nieuwe regeling.

Deelname geldt voor een periode van drie jaar, tenzij de jaaromzet voor die tijd boven de 20.000 euro uitkomt.

Je mag zelf bepalen of je hieraan meedoet. Denk wel goed na of je van deze regeling gebruik wil maken, want het pakt niet voor iedereen even goed uit.

 

Wijzigingen vennootschapsbelasting

Het tarief van de vennootschapsbelasting op winsten tot en met 200.000 euro daalt in 2020 van 19 procent naar 16,5 procent. Een jaar later wordt dit 15 procent.

Het tarief op winsten vanaf 200.000 euro daarentegen gaat niet omlaag, zoals eerder was toegezegd, maar blijft onveranderd op 25 procent. In 2021 daalt dit wel, naar 21,7 procent.

 

Verhoging aanmerkelijk-belangheffing

Wie meer dan 5 procent van de aandelen of stemrecht in een vennootschap heeft, heeft een zogeheten aanmerkelijk belang. Over de inkomsten die je hieruit ontvangt, zoals dividend, moet je belasting betalen.

Dit tarief gaat komend jaar omhoog van 25 procent naar 26,25 procent. In 2021 loopt het nog verder op: naar 26,90 procent.

 

Aanpassing belastingrente

Bij de vennootschapsbelasting wordt komend jaar geen belastingrente meer in rekening gebracht als je de aangifte voor 1 juni hebt ingediend en deze aangifte klopt.

 

Aanpassing overige schijven

Het aantal belastingschijven in box 1 van de inkomstenbelasting wordt teruggebracht van drie naar twee en de tarieven worden ook aangepast. Hoe het zit en welke tarieven straks gelden, kun je lezen in dit artikel.

 

Nieuw btw-identificatienummer voor eenmanszaken

Alle 1,3 miljoen eenmanszaken in ons land hebben van de Belastingdienst een nieuw btw-identificatienummer ontvangen, waarin het burgerservicenummer niet meer is verwerkt.

Let goed op: dit nummer moet je vanaf 1 januari vermelden op al je facturen en de website.

 

Verdubbeling bijtelling elektrische auto

De bijtelling voor een elektrische auto van de zaak wordt komend jaar verdubbeld van 4 naar 8 procent.

Koop je een auto die duurder is dan 45.000 euro, dan betaal je straks boven elke euro die boven dit bedrag uitkomt een hogere bijtelling van 22 procent. Die grens ligt nu nog op 50.000 euro, dus meer auto’s vallen in 2020 deels onder de verhoogde bijtelling.

 

… maar bijtelling voor overige auto’s blijft gelijk

Voor overige auto’s – ook hybride auto’s – geldt net als dit jaar een bijtelling van 22 procent. Meer informatie over de bijtelling in 2020 en autobelastingen vind je in dit artikel.

 

Nieuwe regels fiets van de zaak

Vanaf 2020 wordt het makkelijker om te profiteren van een fiets van de zaak. Wie een fiets van de zaak heeft, maar deze ook privé gebruikt moet (net als bij een auto van de zaak) een kilometeradministratie bijhouden. Dat is erg omslachtig.

Daarom geldt vanaf komend jaar een vaste jaarlijkse bijtelling van 7 procent over de consumentenadviesprijs van de fiets, inclusief accessoires. Hierover moet je dan belasting betalen.

Ook ondernemers kunnen zelf gebruik maken van deze regeling.

 

Ook aftrek voor CO2-besparende investeringen

Er bestaat een speciale aftrekpost voor investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen of maatregelen om duurzame energie op te wekken, zoals zonnepanelen: de energie-investeringsaftrek (EIA). Deze regeling wordt komend jaar uitgebreid. Dan komen ook investeringen die de uitstoot van CO2 verminderen voor deze tegemoetkoming in aanmerking, zoals investeringen in warmte-infrastructuur.

 

Voorlopig geen boetes voor wet DBA

Zzp’ers en opdrachtgevers hoeven ook komend jaar niet bang te zijn voor een boete of naheffing van de fiscus voor het niet naleven van de Wet DBA (officieel: de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties), die schijnzelfstandigheid moet tegengaan. De wet wordt in elk geval tot 1 januari 2021 niet gehandhaafd, behalve voor kwaadwillende bedrijven. Daarna gaat een nieuw regime in.

 

Langer geboorteverlof voor partners

Krijgen jullie een kind, dan heeft de partner van de moeder straks recht op vijf weken geboorteverlof. Tijdens deze periode krijgt hij of zij 70 procent van het loon doorbetaald. Voor deze maatregel moet je nog wel even geduld hebben: hij gaat pas op 1 juli 2020 in.

 

Aanpassingen in arbeidscontracten: flex versus vast

Vaste contracten worden komend jaar minder vast en flexcontracten minder flex. Dat is het gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), die komend jaar ingaat. Zo krijgen werkenden straks vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding. Het recht van ontslagen 50-plussers op een hogere transitievergoeding verdwijnt.

Daarnaast mag een werkgever weer drie tijdelijke contracten in maximaal drie jaar aanbieden. Hierna is het volgende contract automatisch een vast contract.

Verder wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers een vast contract te geven, want ze betalen vanaf 2020 een lagere WW-premie voor werknemers met een vast contract dan voor werknemers met een flexibel contract.

Daarentegen wordt ontslag makkelijker doordat werkgevers meerdere ontslaggronden mogen combineren.

 

Payrollwerknemer: gelijke rechtspositie en arbeidsvoorwaarden

Payrollers krijgen straks dezelfde arbeidsvoorwaarden en rechtspositie als werknemers in vaste dienst. Zo krijgen ze ook recht op een eventuele dertiende maand, hetzelfde aantal vakantiedagen en verlofregelingen als hun collega’s met een vaste aanstelling.

 

Meer rechten voor oproepkrachten

Vanaf 2020 moeten werkgevers oproepkrachten minimaal vier dagen van te voren oproepen voor werk. Als de baas een oproep binnen die termijn afzegt, heeft de oproepmedewerker recht op loon over de uren waarop hij was opgeroepen.

Ook moeten werkgevers na twaalf maanden aan een oproepkracht vaste uren aanbieden (een vast aantal uren werk per week of per maand of een jaarurennorm).

 

SLIM-regeling: een subsidie voor MKB-bedrijven

Vanaf maart 2020 gaat de SLIM-regeling (Stimuleringsregeling Leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) van start. MKB-bedrijven kunnen dan subsidie aanvragen om een bedrijfsschool op te richten, loopbaanadviezen voor hun werknemers te krijgen of de vaardigheden van hun medewerkers up-to-date te houden.

 

Verlenging ondersteuning voor ouderen die werkloos worden

De Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) wordt met vier jaar verlengd. Hierdoor kunnen werknemers vanaf 60 jaar en vier maanden die werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden, voorlopig aanspraak blijven maken op deze uitkering.

 

Minimumloon gaat omhoog

Het wettelijk brutominimumloon voor werknemers vanaf 21 jaar gaat omhoog naar 1.653,60 euro per maand. Uitkeringen, zoals de AOW en de WIA, stijgen mee, omdat deze zijn gekoppeld aan het wettelijk brutominimumloon.

 

AOW-leeftijd wordt bevroren

Het kabinet heeft onder druk van de vakbonden besloten om de AOW-leeftijd de komende jaren minder snel omhoog te laten gaan. Normaal gesproken wordt de AOW-leeftijd elk jaar verhoogd, maar in 2020 en 2021 wordt deze bevroren op 66 jaar en 4 maanden.

 

AOW gaat omhoog

De AOW gaat omhoog. Ben je alleenstaand, dan ontvang je vanaf januari 1.187,43 euro netto: 40 euro meer dan dit jaar. Getrouwde AOW-ers zien hun inkomen met circa 25 euro stijgen naar 812,71 euro.

 

… of je er netto op vooruit gaat is onzeker

Verder wordt de maximale ouderenkorting met 26 euro verhoogd, waardoor gepensioneerden netto iets meer te besteden hebben. Tot een inkomen van 37.372 krijg je de volledige korting. Daarna wordt deze afgebouwd. Vanaf 48.185 euro vervalt de korting.

Daarnaast krijgen veel ouderen te maken met een verhoging van het belastingtarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting.

 

Koopkracht voor gepensioneerden

Hoe het komend jaar gesteld is met de koopkracht voor gepensioneerden, hangt voor veel gepensioneerden echter niet alleen af van de hoogte van de AOW en de fiscale veranderingen, maar ook van de pensioenuitkering.

Als de aanvullende pensioenen niet worden geïndexeerd, stijgt de koopkracht van gepensioneerden met 0,5 tot 2,8 procent, zo heeft het Nibud onlangs becijferd. Maar als jouw pensioenfonds moet korten, zal de koopkracht veel minder stijgen of zelfs dalen. Gelukkig zijn komend jaar voor vrijwel alle pensioenfondsen grootschalige kortingen van de baan, dankzij het Pensioenakkoord.

 

… en werknemers

Volgens veel loonstrookjesverwerkers valt het nettoloon op het eerste loonstrookje in 2020 voor alle werknemers tientallen euro’s positiever uit. Een werknemer met een minimumloon houdt netto 29 euro per maand meer over. Maar werknemers met een salaris van 3.000 euro bruto per maand profiteren relatief het meest van de aangepaste belastingtarieven en hogere heffingskortingen: zij houden onderaan de streep 51 euro per maand meer over dan nu.

 

Bron: BI

 

payroll, payrolling, payroll werknemers, payroll werkgevers, payroll uitzendbureau, payroll medewerker, payroll bedrijven, uitzendbureau, flexwerkers, flexwerkers, payrollers, wab payroll, 2020,