Categorie Archief Minimumloon 2019

door100% Salarisverwerking B.V.

Lage-inkomensvoordeel 2019

De uurloongrenzen van het lage-inkomensvoordeel (LIV) zijn aangepast aan de nieuwe bedragen van het wettelijk minimumloon.        
Deze wijziging is in de Staatscourant gepubliceerd.

Een uitgangspunt van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) is dat het lage-inkomensvoordeel (LIV) terecht komt bij de werkgevers die werknemers in dienst hebben of nemen die een minimumloon van 100 tot en met 125 procent van het wettelijk minimumloon verdienen. Het doel is om het arbeidsmarktperspectief van laaggeschoolde werknemers te vergroten en daarmee de werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te stimuleren.

1 januari 2019 wijzigingen,Geboorteverlof, minimumloon, pensioen, affectieschade, Personeelsvertegenwoordigingen, zwangerschapsverklaring, arbeidsongeval,fiscalebijtelling, lonend werk, AOW-leeftijd ,Het wettelijk minimumloon, transitievergoeding,Verzamelwet SZW 2019,30%-regeling ,

Voor het hele jaar

De uurloongrenzen in de Wtl worden jaarlijks bij regeling van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan het begin van het kalenderjaar geïndexeerd ingevolge de wijziging van het wettelijk minimumloon per 1 januari van het betreffende jaar. Dit betekent dat de aan het begin van het jaar vastgestelde uurloongrenzen voor het gehele betreffende jaar van toepassing zijn.

Per 1 januari 2019 bedraagt het wettelijk minimummaandloon € 1.615,80. Het wettelijk minimumloon per 1 januari 2018 was € 1.578,00. De indexeringsfactor is dan 1,02395. Deze rekenregel leidt tot de volgende uurloongrenzen:

Koppeling aan het wml Uurloongrens
100% wml € 10,05
110% wml € 11,07
125% wml € 12,58

Staatscourant nr. 72607 van 27 december 2018

minimumloon, minimumlonen, minimumuurloon, minimumjeugdloon,minimum(jeugd)lonen, minimum wettelijk loon, wml 2018, het wettelijk minimumloon 2018

door100% Salarisverwerking B.V.

Wetswijzigingen voor HR per 1 januari 2019

Vanaf 2019 wijzigen er een aantal zaken in de wet- en regelgeving voor personeel en arbeid.

                
Werkgevers doen er goed aan daar kennis van te nemen. Meest in het oog springend is de introductie van het geboorteverlof.

Personeelsregels blijven nooit hetzelfde; elk jaar verandert er wel wat, zo ook in 2019. De wijzigingen zijn voor 2019 niet schokkend. Veel nieuwe wetgeving is nog in ontwikkeling. Zo wil het kabinet het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans (WAB) in 2019 door de Tweede en Eerste Kamer loodsen. Ook moeten er komend jaar stappen worden gemaakt in de vernieuwing van de regels voor zzp’ers.

minimumloon, wettelijkminimumloon wml, minimumlonen, loon minimaal, salaris minimaal, vastgesteld loon minimaal 2019.

Geboorteverlof, adoptie- en pleegzorgverlof, minimumloon, pensioen, affectieschade

Per 1 januari 2019 zijn in ieder geval de volgende wijzigingen belangrijk:

  • Kraamverlof wordt geboorteverlof. Het geboorteverlof is een recht van werknemers van wie de partner bevalt. Het verlof duurt maximaal eenmaal de wekelijkse arbeidsduur van de werknemer. De werkgever moet het loon tijdens het geboorteverlof volledig doorbetalen.
  • Het adoptie- en pleegzorgverlof kan zes weken duren, in plaats van vier weken.
  • Alleen in de cao mag nog worden afgeweken van de verplichting voor werkgevers om voor elk gewerkt uur van een werknemer minimaal het wettelijk minimumloon te betalen.
  • Pensioenuitvoerders kunnen kleine pensioenen automatisch overdragen naar een andere pensioenuitvoerder. Mini-pensioenaanspraken (minder dan € 2 bruto per jaar) vervallen, al geldt voor een deel van die mini-pensioenen uitstel tot 1 juli 2019.
  • Personeelsvertegenwoordigingen krijgen meer rechten rondom het pensioen van personeel.
  • Werkgevers hoeven de zwangerschapsverklaring van werkneemsters niet meer te bewaren.
  • Familie van werknemers die overlijden of ernstig en blijvend letsel oplopen door een arbeidsongeval kunnen aanspraak maken op een eenmalige uitkering voor affectieschade. Een werkgever loopt het risico hiervoor maximaal € 20.000 te moeten betalen.
  • Werken wordt lonender door wijzigingen in de inkomstenbelasting en heffingskortingen.
  • De bijtelling van 22% geldt ook voor elektrische auto’s met catalogusprijs boven de € 50.000.
  • De maximale looptijd van de 30%-regeling voor buitenlandse werknemers is niet langer acht jaar, maar vijf jaar. Wel geldt er voor sommige werknemers een overgangsrecht.
  • Verzamelwet SZW 2019 wijzigt de bedragen van het jeugd-LIV en de doelgroep van het LKV.
  • De maximale transitievergoeding stijgt van € 79.000 naar € 81.000.
  • Het wettelijk minimumloon stijgt van € 1.594,20 naar € 1.615,80.
  • De AOW-leeftijd gaat naar 66 jaar en vier maanden, de pensioenrichtleeftijd blijft 68 jaar.

Zie ook:
Minimumloon 2019
LIV, jeugd-LIV en LKV’s nieuws
Sociale premies 2019
AOW-leeftijd en levensverwachting gekoppeld!
De rekenregels 2019
Sectorpremies en gemiddeld premiepercentage 2019
Loonheffingen 2019

werkkostenregeling naar 1,3 procent, wkr fiscale, werkkostenregeling belastingdienst wkr, De werkkostenregeling (WKR)

door100% Salarisverwerking B.V.

Uitzonderingen overuren compenseren

Let op, met tijd voor tijd !

                                   

Op 1 januari 2019 wordt het overuren compenseren met vrije tijd van medewerkers een lastige zak en soms verboden.

minimumloon 2019, wettelijkminimumloon wml 2019, 2019 minimumlonen, loon minimaal, 2019 salaris minimaal, vastgesteld loon minimaal 2019, loon, salaris

Het gaat dan wel om minimumloon wetgeving. Dat betekent dat de regel alleen geldt voor mensen die het minimumloon of iets meer dan dat verdienen. Met werknemers die ruim boven het minimumloon verdienen mag je gewoon tijd-voor-tijd afspraken maken.

Uitgangspunt is dat voor ieder gewerkt uur gemiddeld minstens het minimumloon wordt betaald. Als een fulltime werknemer 40 uur per week werkt tegen het minimumloon, moet hij voor een werkweek van 50 uur dus minstens 125% van het minimumloon ontvangen. Als de werkgever de extra gewerkte uren met vrije tijd compenseert, kan het uurloon lager dan het minimumloon uitvallen. Dat mag niet.

Uitzonderingen

Er zijn twee uitzonderingen: Binnen één betaalperiode mogen overuren wel met vrije tijd worden gecompenseerd. En als de cao de mogelijkheid biedt, mag de werkgever een schriftelijke tijd-voor-tijd afspraak maken. De te compenseren uren moeten uiterlijk 1 juli van het opvolgende jaar zijn opgenomen, anders moeten ze alsnog worden uitbetaald.

Zie ook:
Compensatie overwerk
UWV krijgt veel vragen over compensatie
Overwerk gewoon geworden!
Doorwerken ondergeschoven kind in cao-overleg

Minimumloon 2019

loon, salaris, lonen, salarissen, verwerking loon, salarisverwerking, loonadministratie, salarisverwerkers, loon verwerker, salarisadministratie

door100% Salarisverwerking B.V.

Overheid maakt de rekenregels bekend 2019

De aanpassingen vanaf 1 januari 2019

                                 
Deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2019 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

    1. Inleiding
    2. Aanpassing daglonen per 1 januari 2019
    3. Minimum(jeugd)lonen
    4. LIV en jeugd-LIV
    5. Uitkeringen op minimumniveau
    6. Toeslagenwet
    7. Gemiddelde premie Sectorfondsen

loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

1. Inleiding

In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon, de sociale premies, belastingtarieven en heffingskortingen per 1 januari 2019 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

2. Aanpassing daglonen per 1 januari 2019

In een ministeriële regeling (Staatscourant nr 59237 van 24 oktober 2018) is geregeld dat het afgeronde (bruto)minimumloon per 1 januari aanstaande met 1,35% wordt verhoogd. De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zullen per 1 januari aanstaande eveneens met dat percentage worden verhoogd. Het maximumdagloon wordt per 1 januari 2019 vastgesteld op € 214,28 per dag. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende 2019 vast op € 55.927 op jaarbasis. Het jaarbedrag wordt afgerond naar beneden op hele euro’s.

3. Minimum(jeugd)lonen

De minimum(jeugd)lonen bedragen per 1 januari 2019 (bruto per maand, per week en per dag, in euro’s, exclusief vakantietoeslag):
minimumloon 2019, wettelijkminimumloon, wml 2019 ,bruto wettelijk minimumloon 2019 , 2019 minimumlonen, loon minimaal, 2019 salaris minimaal, vastgesteld loon minimaal 2019, minimumloon 21 jaar, minimumloon 20 jaar, minimumloon 19 jaar, minimumloon 18 jaar, minimumloon 17 jaar, minimumloon 16 jaar, minimumloon 15 jaar

4. LIV en jeugd-LIV

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming aan werkgevers met mensen in dienst die een loon verdienen rond het minimumloon. De uurlooncriteria voor het LIV volgen de stijging van het minimumloon ten opzichte van 1 januari 2018. Die stijging bedraagt 2,395% op jaarbasis. In de volgende tabel staan de resulterende uurlooncriteria voor het LIV in 2019:

In de rekenregels per 1 juli 2019 volgen de criteria voor het minimumjeugdloonvoordeel (jeugd LIV) in 2019.

5. Uitkeringen op minimumniveau

Bijlage II.1 bevat een overzicht van de AOW- en Anw-uitkeringen. Deze worden afgeleid van het referentieminimumloon. Conform de systematiek van de netto-netto-koppeling zijn de brutobedragen aangepast ten opzichte van die van 1 juli 2018.

Sinds 1 januari 2012 wordt (met uitzondering van de AOW) de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon. In de periode 2014-2018 is de afbouw met de helft getemporiseerd. Ook in de periode 2019 – 2021 wordt de afbouw getemporiseerd. In deze periode daalt de algemene heffingskorting met 1,875 procentpunt per half jaar. Daardoor wordt per 1 januari 2019 de algemene heffingskorting 1,75625 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon (als er de afgelopen jaren niet was afgebouwd, was dit 2 keer).

Voor ouderen is een inkomensondersteuning geïntroduceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. Deze inkomensondersteuning is niet verwerkt in de bedragen van bijlage II.1, omdat deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. Na indexatie is het bedrag in 2019, bij een volledige AOW-opbouw, € 302,76 per jaar.

In de bedragen zoals gepresenteerd in Bijlage II.1 is de tegemoetkoming voor Anw’ers niet verwerkt, omdat ook deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. De tegemoetkoming voor Anw’ers bedraagt in 2019 € 205,44 per jaar.

Vanaf 1 juli 2015 geldt de kostendelersnorm in de Anw. De norm is per 1 januari 2019 vastgesteld op 50% van het minimumloon. In bijlage II.1 worden de desbetreffende bedragen vermeld.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen, die worden afgeleid van de minimum(jeugd)lonen, worden ook per 1 januari 2019 aangepast. De bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag) worden onderstaand weergegeven.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen
Voor Wajong-gerechtigden onder de 23 jaar worden de hoogtes van de tegemoetkoming per 1 januari 2019 als volgt aangepast:
tegemoetkoming per 1 januari 2019 wajong, wajong -gerechtigden onder de 23 jaar , tegemoetkoming per jaar, Tegemoetkoming Wajong per maand

Ook de minimumloonbedragen, die bepalend zijn voor de hoogte van de WW-uitkering, ondergaan per 1 januari 2019 een aanpassing. De hierna te noemen bedragen zijn bedragen per dag voor toepassing van artikel 33 van de WW (dus inclusief vakantietoeslag).
Uitkeringsgrondslag kortdurende en vervolguitkering WW

6. Toeslagenwet

De Toeslagenwet verstrekt een aanvulling op de loondervingsuitkering krachtens de Werkloosheidswet, Ziektewet (vangnet), Wajong, WAO, WIA, IOW en Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL), indien het inkomen van de betrokkene achterblijft bij het relevante sociaal minimum. Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100% van het bruto referentieminimumloon. Het normbedrag van alleenstaanden vanaf 22 jaar bedraagt 70% van het netto referentieminimumloon terwijl de normbedragen van 18- t/m 21jarigen zijn gekoppeld aan 75% van de desbetreffende nettominimumjeugdlonen. Ook bij de netto gekoppelde uitkeringen van de Toeslagenwet is rekening gehouden met de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon sinds 1 januari 2012.

In bijlage II.3 zijn de nieuwe normbedragen opgenomen. De toeslag bedraagt het verschil tussen de bruto-uitkering en het betreffende normbedrag, waarbij voor sommigen de toeslag is gemaximeerd.

Vanaf 1 juli 2016 geldt de kostendelersnorm in de TW voor 21-jarigen en ouder. De kostendelersnorm is de afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd. Vanaf januari 2019 bedraagt de norm voor 22-jarigen en ouder 50% van het minimumloon. Voor 21-jarigen is gerekend met 55% van het jeugdminimumloon voor 21-jarigen. In bijlage II.3 worden de desbetreffende bedragen vermeld.

7. Gemiddelde premie Sectorfondsen

In de Wet financiering sociale verzekeringen is geregeld dat over uitkeringen een sectorpremie wordt geheven die is gebaseerd op de gemiddelde sectorpremie van het voorgaande jaar. De over uitkeringen te heffen sectorpremie bedraagt per 1 januari 2019 0,77%. Overigens geldt het gemiddelde percentage niet wanneer de uitvoeringsinstelling de uitkering via de werkgever betaalt. In dat geval worden de bedrijfstakpercentages toegepast. Bijlagen I.1 en II.2 hieronder beschrijven de premies en premiegrenzen gedurende heel 2019.

(Premie)grenzen per 1 januari 2019

Mutaties premies 2019 ten opzichte van 2018 (in procenten)

Toelichting mutaties

* a In het basispad van het Regeerakkoord zit voor 2019 een stijging van de basispremie WAO/WIA (Aof-premie), voornamelijk vanwege het compenseren van zorgpremies. Op basis van de augustusbesluitvorming is die compensatie nog iets groter uitgevallen. Daarnaast wordt de basispremie iets verlaagd om te compenseren voor het feit dat de Whk-premie door UWV iets hoger is vastgesteld dan verwacht.
* b De Whk-rekenpremie is voor 2019 door UWV iets hoger vastgesteld dan in 2018.
* c De stijging van de AWf-premie in 2019 zat grotendeels al in het basispad van het Regeerakkoord (onder andere invoering van de compensatieregeling transitievergoeding bij arbeidsongeschiktheid). Daarnaast wordt de AWf-premie verhoogd omdat de gemiddelde sectorfondspremies door UWV lager zijn vastgesteld dan verwacht.
* d De gemiddelde sectorfondspremie is 0,51 procentpunt lager vastgesteld dan in 2018, onder andere in anticipatie op de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans.
* e Met ingang van 2019 is de vervangende sectorpremie (de premie die wordt geheven over Wsw loon en over uitkeringen) niet langer gelijk aan de gemiddelde sectorpremie van het voorgaande jaar, maar aan de gemiddelde sectorpremie van het huidige jaar.
* f In de begroting van VWS worden de tarieven voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw toegelicht.
* g De werkgeverspremies op Caribisch Nederland worden 5 procentpunt lager vastgesteld dan in 2018. Tegelijkertijd wordt het plaatselijk wettelijk minimumloon met 5 procent verhoogd. Hiermee wordt een hoger WML bewerkstelligd, op een voor de werkgever vrijwel kostenneutrale manier.
* h Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen en het maximumbijdrageloon voor de Zvw is geïndexeerd conform het wettelijk minimumloon per dag (WKA).


Feitelijke bedragen AOW/Anw ,Pensioen/uitkering: AOW: ,Anw:,Vakantie-uitkering: AOW: ,Anw:

Uitkering: Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden ,Vakantie-uitkering: Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden , Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden ,

Invoering tweeschijvenstelsel, basistarief en toptarief, ook heffingskortingen, zoals de ouderenkorting en de arbeidskorting – basistarief en toptarief,

door100% Salarisverwerking B.V.

Minimumjeugdloon verhoogd

De overheid verlaagt de leeftijd waarop werknemers het volledige minimumloon krijgen van 23 naar 21 jr

             

Dit gebeurt in stappen. Sinds 1 juli 2017 hebben werknemers vanaf 22 jaar recht op het volledige wettelijke minimumloon. Ook het loon van werknemers tussen de 18 en 21 jaar gaat omhoog. De overheid houdt rekening met werkgevers die nu meer loon gaan betalen aan jongeren.

salarisverwerking, loonadministratie, uitbesteden loonadministratie, salarisverwerkers, loonverwerking uitbesteden, cloud loon, salaris in de cloud, verwerking personeel, personeel premies, goedkoop hrm management, ess, verzuimregistratie, pensioenen, urenlijsten, personeelsbestanden,

Stappenplan

Werknemers van 22 jaar en ouder hebben nu recht op een volledig wettelijk minimumloon. Jongere werknemers krijgen een vast percentage van dit minimumloon. Dit is het minimumjeugdloon. De overheid past dit in 2 stappen aan.

Stap 1

Stap 1 ging in op 1 juli 2017. Voor 18-, 19-, 20- en 21-jarigen ging het vaste percentage van het wettelijk minimumloon omhoog. Voor 22-jarigen ging dit naar 100%. Sinds die datum hebben zij recht op een volledig wettelijk minimumloon.

Stap 2

Stap 2 gaat in per 1 juli 2019. Voor 18-, 19-, 20-jarigen gaat het vaste percentage van het wettelijk minimumloon dan verder omhoog. Voor 21-jarigen gaat dit naar 100%. Zij hebben dan recht op een volledig wettelijk minimumloon.

minimumjeugdloon 2019, wml jeugd, jeugdloon, minimale loon jeugd, wettelijk minimumjeugdloon , wml 2019,

Aanleiding verhoging minimumjeugdloon

Werknemers jonger dan 23 jaar kregen niet het volledige wettelijk minimumloon maar een vast percentage hiervan. De overheid verlaagt de leeftijd waarop het volledige wettelijk minimumloon geldt naar 21 jaar. Dit gebeurt in stappen. Ook het loon van werknemers tussen de 18 en 21 jaar gaat omhoog.

Redenen om het minimumloon te laten gelden voor werknemers van 21 jaar en ouder zijn:

  • Ouders hebben een wettelijke onderhoudsplicht voor hun kind totdat het 21 jaar is. Daarna moet het kind voor zichzelf zorgen.
  • Steeds meer jongeren van 21 en 22 jaar wonen op zichzelf. En hebben meer kosten dan thuiswonende jongeren van dezelfde leeftijd. Met meer loon kunnen zij makkelijker hun lasten dragen.
  • Werkgevers belonen werknemers steeds meer op basis van opleiding en ervaring dan op basis van leeftijd. In een aantal cao’s is er al geen jeugdloonschaal meer.
  • Veel jongeren hebben op hun 21e al een diploma en gaan dan fulltime werken.
  • Het minimumjeugdloon voor 21- en 22-jarigen paste niet bij het uitgangspunt dat werknemers voor gelijke werkzaamheden een gelijk loon moeten krijgen.
  • In veel landen hebben jongeren van 21 jaar al recht op een volledig wettelijk minimumloon.

2018 jeugd liv, jeugd Lage Inkomens Voordeel,liv SV-loon, Sociale Verzekeringsloon, lage-inkomensvoordeel (LIV),belasting,belastingzaken,lage salaris,loonverwerkers,salarisverwerker,salaris,

Maatregelen voor werkgevers

Door de verhoging van het minimumjeugdloon moeten werkgevers meer loon betalen voor 18- tot en met 22-jarigen. Dit leidt tot hogere loonkosten. En dit kan dan weer van invloed zijn op de werkgelegenheid van jongeren. Die kan minder worden.

Een aantal maatregelen om dit zoveel mogelijk te voorkomen:

  • Werkgevers krijgen tijd om in te spelen op de nieuwe situatie. De plannen worden namelijk niet in 1 keer, maar in 2 stappen ingevoerd. Na 1 jaar wordt gekeken naar de ontwikkeling in de arbeidsmarktpositie van jongeren tussen de 18 en 22 jaar. Wijkt die af van die van andere leeftijdsgroepen? Dan neemt de overheid aanvullende maatregelen.
  • Werkgevers moeten 21- en 22-jarigen het volledige minimumloon gaan betalen. Voor werknemers die meer dan 1248 uur per kalenderjaar werken, kunnen zij een deel van de loonkostenstijging terugkrijgen. Dit gaat via de compensatieregeling: Lage-inkomensvoordeel (LIV). Vanaf stap 1 geldt deze regeling alleen nog voor 22-jarigen. Vanaf stap 2 geldt dit ook voor 21-jarigen.
  • Werkgevers moeten 18- tot en met 21-jarigen meer minimumloon gaan betalen. Zij kunnen een deel van hun loonkostenstijging terugkrijgen via de compensatieregeling: Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon. Vanaf stap 2 geldt deze regeling niet meer voor 21-jarigen. Voor hen kunnen werkgevers dan gebruikmaken van het Lage-inkomensvoordeel (LIV).
  • Werkgevers die leerwerkplekken aanbieden hoeven het verhoogde minimumjeugdloon niet te betalen aan 18-, 19- en 20-jarigen. Ze moeten dit wel betalen aan 21- en 22-jarigen. Maar hiervoor kunnen zij dan weer gebruikmaken van de compensatieregeling: Lage-inkomensvoordeel (LIV). En zo een deel van hun loonkostenstijging terugkrijgen.

Wetgeving

Lees meer over de plannen met het minimumloon in het Wetsvoorstel herziening Wet minimumloon. En de Nota van wijziging wetsvoorstel herziening wet minimumloon.

Zie ook: Minimumloon per 1 januari 2019

minimumloon, minimumlonen, minimumuurloon, minimumjeugdloon,minimum(jeugd)lonen, minimum wettelijk loon, wml 2018, het wettelijk minimumloon 2018

close

Veel lees plezier? Delen mag.