Categorie Archief Belastingdienst

door100% Salarisverwerking B.V.

Programma Intermediairdagen 2020

Het programma van de Intermediairdagen van 2020 is bekend.
                
Deze dagen vinden dit jaar volledig online plaats van 7 tot en met 11 december. Deelnemen kan door aan te melden.

De onderwerpen van de kennissessies voor de loonheffingen zijn:

  • premiedifferentiatie WW
  • internationaal: werknemers uit het buitenland
  • Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA)
  • actualiteiten loonheffingen
  • invordering tijdens coronacrisis

 

Premiedifferentiatie WW

In deze presentatie geeft de Belastingdienst antwoord op veelvoorkomende praktijkvragen. Daarnaast ontvangt u informatie over de herziening van de premie in 2020 en 2021.

 

Werknemers uit het buitenland

Team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (GWO) behandelt 5 thema’s die betrekking hebben op in Nederland gevestigde werkgevers met werknemers die buiten Nederland wonen.

De volgende thema’s komen aan bod:

  • administratieve aandachtspunten
  • internationale belastingheffing en sociale zekerheid
  • inhouding loonheffingen
  • kwalificerende buitenlandse belastingplicht werknemer
  • effecten fiscale coronamaatregelen

 

DBA

De onderwerpen tijdens deze sessie zijn:

  • Waar staan we in december 2020 met alle aangekondigde maatregelen en wetswijzigingen?
  • Eindigt het handhavingsmoratorium per 01-01-2021?
  • Blijven branche- en modelovereenkomsten geldig?
  • Demo pilot webmodule voor beoordeling van de arbeidsrelatie.

 

Actualiteiten loonheffingen

De Belastingdienst praat u bij over de coronamaatregelen voor de loonheffingen. Ook de onbelaste thuiswerkfaciliteiten komen aan bod. Daarnaast informeert de Belastingdienst u over de wijzigingen in de loonheffingen per 1 januari 2021.

 

Invordering tijdens coronacrisis

Deze sessie staat geheel in het teken van het ‘bijzonder uitstel van betaling’ en de betalingsregeling die de Belastingdienst aanbiedt.

 

Inschrijven

Vanaf 26 oktober 2020 kunt u zich inschrijven via de internetsite van Intermediairdagen.

Meer informatie vindt u op de themapagina.
 
 
Rijksoverheid, overheid, Belastingdienst , Loonheffingen , loonbelasting, loon inkomsten, loonkosten, loonheffing, wet en regelgeving, personeelszaken, hrm,

door100% Salarisverwerking B.V.

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2021

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2021.
          
Dit heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekendgemaakt.

Bij een volledig dienstverband is het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder vanaf 1 januari 2021:

  • € 1.684,80 per maand (nu € 1.680,00)
  • € 388,80 per week (nu € 387,70)
  • € 77,76 per dag (nu € 77,54)

wml 2021, wettelijk minimumloon 2021, wettelijk minimumjeugdloon 2021,minimumloon 15jr, minimumloon 16jr, minimumloon 17jr, minimumloon 18jr, minimumloon 19jr,minimumloon 20jr, minimumloon 21jr

wettelijk minimumloon -WML- 2021-januari


 

TOELICHTING

Uitgangspunt van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is dat de algemene welvaartsontwikkeling zo mogelijk ook tot uitdrukking moet komen in de inkomens van werknemers met een minimumloon en uitkeringsgerechtigden. Dit uitgangspunt is vervat in de hoofdregel van artikel 14 van de WML, dat uitgaat van een koppeling van het minimumloon en de sociale uitkeringen aan de gemiddelde contractloonontwikkeling.

Afwijking van de hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling, dan wel volumeontwikkeling in de sociale zekerheidsregelingen (artikel 14, vijfde lid, WML). De toelichting bij dit artikellid geeft aan dat de afwijkingsgronden actueel zijn indien de verhouding tussen inactieven en actieven, de zogenaamde i/a-ratio, de daarvoor geldende norm overschrijdt. Op grond van de Macro Economische Verkenning (MEV) 2021 van het Centraal Planbureau (CPB) lijkt dit voor 2021 niet het geval.

In artikel 14, eerste tot en met derde lid, van de WML, wordt de aanpassing van het minimumloon geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid, zoals dat door het CPB wordt berekend.

Het aanpassingspercentage is, conform hetgeen wettelijk is geregeld, als volgt vastgesteld. Uitgangspunt is de helft van de CPB-raming voor de contractloonstijging in 2021 zoals deze is gepubliceerd in de MEV 2021. Dit is 0,5 x 1,288 = 0,644. Dit bedrag wordt aangepast aan het zogenaamde na-ijleffect uit het voorafgaande jaar (artikel 14, eerste lid, onder b). Dat is het verschil tussen de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan uit april 2020, was geraamd en de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor 2020 blijkens bekendmaking in de Macro Economische Verkenning uit september 2020, nader is geraamd. Dit verschil bedraagt -0,376. Het onafgeronde aanpassingspercentage komt daarmee op 0,268. Het (onafgeronde) wettelijk minimumloon, zoals berekend voor de aanpassing per 1 juli 2020, wordt verhoogd met dit percentage.

Na de (wettelijke) afronding bedraagt het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2021 € 1.684,80 per maand, € 388,80 per week en € 77,76 per dag. Het aanpassingspercentage na afronding is 0,29. De hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen zijn geregeld in het Besluit minimumjeugdloon. Het wettelijk minimumloon voor volwassenen en de wettelijk minimumjeugdlonen bedragen daarmee:

Leeftijd Staffeling Per maand Per week Per dag
21 jaar en ouder 100% 1.684,80 388,80 77,76
20 jaar 80% 1.347,85 311,05 62,21
19 jaar 60% 1.010,90 233,30 46,66
18 jaar 50% 842,40 194,40 38,88
17 jaar 39,5% 665,50 153,60 30,72
16 jaar 34,5% 581,25 134,15 26,83
15 jaar 30% 505,45 116,65 23,33

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 20 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:

Leeftijd Staffeling BBL Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,50% 1.036,15 239,10 47,82
19 jaar 52,50% 884,50 204,10 40,82
18 jaar 45,50% 766,60 176,90 35,38

Volgens artikel 12 van de WML is het minimum(jeugd)loon naar evenredigheid lager indien de werknemer een kortere arbeidstijd is overeengekomen dan de normale arbeidsduur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij deeltijdarbeid.

De minimumloonbedragen worden uitgedrukt in bedragen per maand, per week en per (werk)dag. Een uniform wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder normale arbeidsduur wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector gebruikelijk is voor een volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 dan wel 40 uur per week.

Naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer worden de afgeleide minimumuurlonen bij deze normale arbeidsduren in de toelichting gepubliceerd.1 Onderstaand schema geeft de afgeronde brutobedragen per uur aan, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week.

Afgeleid bruto minimumloon per uur na afronding (naar boven) per 1 januari 2021 bij een gebruikelijke arbeidsduur van 36, 38 en 40 uur is gepubliceerd in de volgende tabel. Hierbij wordt bij de afronding gebruik gemaakt van een afronding naar boven, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon zoals vastgesteld in artikel 1 van deze regeling. Hierbij dient te worden vermeld dat alleen de vastgestelde bedragen in artikel 1 van deze regeling het wettelijk minimumloon betreffen en rechtens geldig zijn.

Bruto minimumloon per uur per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
21 jaar en ouder 10,80 10,24 9,72
20 jaar 8,65 8,19 7,78
19 jaar 6,49 6,14 5,84
18 jaar 5,40 5,12 4,86
17 jaar 4,27 4,05 3,84
16 jaar 3,73 3,54 3,36
15 jaar 3,25 3,07 2,92

Bruto minimumloon per uur voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl per 1 januari 2021 bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband van:

Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
20 jaar 6,65 6,30 5,98
19 jaar 5,67 5,38 5,11
18 jaar 4,92 4,66 4,43

 

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt de hoogte van het wettelijk minimumloon elk jaar opnieuw vast op 1 januari en 1 juli.
 

Meer informatie

Alle bedragen en een toelichting leest u in de Staatscourant van 7 oktober 2020.

Op rijksoverheid.nl staat een rekenhulp om het juiste minimumloon te berekenen.
 
 

Gerelateerd

Minimumloon per 1 juli 2020
Wat doet ons minimumloon in vergelijking met de EU
 
 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon, wml 2021, wettelijk minimumloon 2021, wettelijk minimumjeugdloon 2021,minimumloon 15jr, minimumloon 16jr, minimumloon 17jr, minimumloon 18jr, minimumloon 19jr,minimumloon 20jr, minimumloon 21jr

door100% Salarisverwerking B.V.

Aanmelden OSWO Jaarcongres Loonheffingen

Op donderdag 5 november 2020 houdt de Belastingdienst/ OSWO het Jaarcongres Loonheffingen voor softwareontwikkelaars.
      
Het congres vindt online plaats. Salarisprofessionals die niet werkzaam zijn bij een softwareontwikkelaar, zijn ook welkom om dit congres bij te wonen.

In dit bericht vindt u het programma en informatie over het stellen van vragen. Ook leest u hoe u zich kunt aanmelden.

 

Programma

Het programma ziet er als volgt uit:

11.00 – 11.15 uur opening
11.15 – 12.00 uur presentatie Wijzigingen wet- en regelgeving per 1 januari 2021
12.00 – 12.30 uur live beantwoording vragen + pauze
12.30 – 12.50 uur presentatie van de voorzitter van de softwareontwikkelaars in het
klankbordoverleg
12.50 – 13.00 uur live beantwoording vragen
13.00 – 13.30 uur pauze
13.30 – 14.15 uur presentatie Wijzigingen in het loonaangiftebericht 2021
14.15 – 15.00 uur live beantwoording vragen en afsluiting

U kunt vanaf 10.45 uur inloggen.

 

Vragen stellen

Tijdens de presentaties kunt u in de online-omgeving vragen stellen aan de spreker. De spreker beantwoordt de vragen, voor zover de tijd dat toelaat, na afloop van de presentatie.

Binnen 14 dagen na afloop van het congres voorziet de Belastingdienst/OSWO alle vragen van een antwoord. Dit document met vragen en antwoorden verstrekt OSWO aan de gasten die aanwezig waren bij het congres.

 

Aanmelden

Tot en met vrijdag 30 oktober 2020 kunt u zich aanmelden voor het jaarcongres. U kunt daarvoor een e-mail sturen naar: oswo.aanmelden@belastingdienst.nl. Vermeld in de e-mail de volgende informatie:

  • voor- en achternaam
  • naam van de organisatie waar u werkzaam bent als salarisprofessional
  • uw functie bij die organisatie
  • e-mailadres
  • telefoonnummer waarop u bereikbaar bent

Bovenstaande gegevens gebruikt OSWO om u na afloop van het congres de vragen en antwoorden toe te sturen. OSWO bewaart de gegevens om u in de toekomst uit te nodigen voor nieuwe congressen. Als u niet wilt dat OSWO uw gegevens voor dit doel bewaart, kunt u dat aangeven in de e-mail.

Na aanmelding ontvangt u uiterlijk 4 november de presentaties in pdf en een link waarmee u op donderdag 5 november kunt inloggen bij het jaarcongres.
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021, loonheffingen 2021, belastingdienst 2021, LIV,LKV,jeugd LIV,studietoelage, loon,salaris,pensioen,premies 2021,

door100% Salarisverwerking B.V.

Arbeidsovereenkomst stopt!

Een arbeidsovereenkomst of dienstverband kan op verschillende manieren eindigen .
            
Welke regels hierbij gelden hangt af van de manier waarop uw dienstverband eindigt.

 

Einde arbeidsovereenkomst van rechtswege

Als uw tijdelijke contract eindigt op de afgesproken datum, eindigt uw contract van rechtswege. Dat geldt ook als u overlijdt en soms als u de AOW-leeftijd bereikt. De werkgever moet wel rekening houden met een aanzegtermijn.
Bij overlijden kan voor nabestaanden nog wel aanspraak bestaan op een overlijdensuitkering van een maandsalaris.

 

Ontslag met wederzijds goedvinden

Uw werkgever kan u vragen akkoord te gaan met uw ontslag. Bijvoorbeeld door een beëindigingsovereenkomst te tekenen. Bekijk altijd eerst of u het eens bent met de overeenkomst. Zet geen handtekening als u denkt dat de overeenkomst niet klopt. Het kan bijvoorbeeld zijn dat uw werkgever beweert dat u zelf ontslag neemt terwijl dat niet zo is. U krijgt dan mogelijk geen WW-uitkering. Let er verder op dat uw werkgever zich aan de opzegtermijn houdt.

 

Einde in proeftijd

Zowel u als uw werkgever kunnen de arbeidsovereenkomst in de proeftijd direct opzeggen. Zegt de werknemer of de werkgever het contract binnen de proeftijd op? Dan moet degene die opzegt schriftelijk de reden daarvoor aangeven als de ander daar om vraagt.

 

Opzegging arbeidscontract

Bij opzegging zegt 1 van beide partijen de overeenkomst op tijdens de contractperiode. Daarbij geldt meestal een opzegtermijn.

U kunt uw werkgever (bij voorkeur schriftelijk) laten weten dat u na de opzegtermijn het bedrijf of de organisatie wilt verlaten. Uw werkgever moet toestemming (ontslagvergunning) vragen bij het UWV voordat hij de arbeidsovereenkomst mag opzeggen. Dit is om bedrijfseconomische redenen of bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

De opzegtermijn die voor u en uw werkgever geldt, staat vaak in het contract of in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Er zijn aparte voorwaarden voor het opzeggen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst.

 

Ontbindende voorwaarde

U kunt met uw werkgever afspreken dat de arbeidsovereenkomst eindigt als er een zogeheten ‘ontbindende voorwaarde’ is. Dit kan bijvoorbeeld zijn als u op een bepaalde datum een diploma niet heeft behaald. Of als u tijdelijk een zieke werknemer vervangt.

 

Ontslag op staande voet

Bij ontslag op staande voet eindigt het dienstverband per direct. Uw werkgever moet daar wel een goede en dringende reden voor hebben. Die reden kan bijvoorbeeld zijn dat u steelt, fraudeert of werk weigert zonder goede reden.

Uw werkgever heeft dan geen toestemming nodig van het UWV en mag de loonbetaling stopzetten. U heeft ook geen recht op een WW-uitkering als blijkt dat u voor het ontslag een verwijt kan worden gemaakt. Wordt u op staande voet ontslagen? Dan moet uw werkgever u direct de reden vertellen. Bent u het niet eens met uw ontslag op staande voet? Dan kan het UWV u vertellen welke stappen u kunt ondernemen. U kunt ook terecht bij het Juridisch Loket, uw vakbond of uw rechtsbijstandverzekeraar.

 

Ontbinding door de rechter

Zowel u als uw werkgever kan de rechter vragen de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De behandeling van een ontbindingsverzoek gebeurt in principe binnen 8 weken.

U kunt bij uw ontslag een financiële vergoeding krijgen. Dit heet de transitievergoeding. Voorwaarde is dat u 2 jaar of langer in dienst bent geweest.

 

Collectief ontslag

Wanneer is er sprake van een collectief ontslag? Als een bedrijf binnen 3 maanden 20 of meer medewerkers wil ontslaan. Hier is dan een bedrijfseconomische reden voor. Bijvoorbeeld een reorganisatie, beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, inkrimping of verplaatsing van de onderneming. Uw werkgever moet een voorgenomen collectief ontslag melden bij het UWV en de vakbonden. Daarbij moet hij de redenen van het collectief ontslag onderbouwen en onder andere aangeven het aantal werknemers dat hij wil ontslaan. Voor collectief ontslag gelden aparte regels.
 
 

Gerelateerd

Wat is een aanzegtermijn?
Wat als mijn werkgever zich niet aan de aanzegtermijn houdt?
Regels ontslagrecht 2020
Ontslag om bedrijfseconomische redenen en subsidie NOW 2.0
 
 
UWV , UWV regelingen, UWV-noodloket, NOW, TOGS, TOFA, WW, Wajong, Belastingdienst moeten beslagvrije voet garanderen, bestaansminimum garanderen, gegarandeerd bestaans inkomen, laagste beslagvrije voet,

door100% Salarisverwerking B.V.

Bijtelling bij tijdelijke onderbreking of einde dienstbetrekking

Als een werknemer na einde dienstbetrekking nog gebruikmaakt van een auto van de zaak, is er geen sprake meer van zakelijk gebruik.
    
Dit is ook het geval bij arbeidsongeschiktheid en loopbaanonderbreking. In deze handreiking leest u wat de gevolgen zijn voor de bijtelling privégebruik auto.

In de volgende situaties gebruikt een werknemer tijdelijk of permanent de auto van de zaak niet meer zakelijk:

  • bij einde dienstbetrekking
  • bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid
  • bij permanente arbeidsongeschiktheid
  • bij loopbaanonderbreking

Heeft de werknemer tijdens tijdelijke arbeidsongeschiktheid en loopbaanonderbreking de auto van de zaak nog ter beschikking? Dan blijft de regeling privégebruik auto op basis van bijtellingspercentages (hierna: bijtellingsregeling) van toepassing.

Bij einde dienstbetrekking en permanente arbeidsongeschiktheid geldt deze bijtellingsregeling niet meer. Dan moet u de waarde van het werkelijke privégebruik tot het loon rekenen.

De bijtelling voor de auto van de zaak verwerkt u in de aangifte loonheffingen als loon in natura.

Einde dienstbetrekking

Als de werkgever na einde dienstbetrekking een auto ter beschikking stelt aan een ex-werknemer is geen sprake meer van zakelijk gebruik. De werknemer gebruikt de auto alleen nog voor privédoeleinden. Daarom is de bijtellingsregeling niet meer van toepassing.

U waardeert de werkelijk gereden privékilometers op de waarde in het economisch verkeer. Die waarde is het aantal privékilometers vermenigvuldigd met de kilometerprijs en verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer. De uitkomst mag per saldo niet negatief zijn.

De waarde van het privégebruik is loon uit vroegere dienstbetrekking, dus u gebruikt de groene tabel.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

De bijtellingsregeling blijft gelden als een werknemer tijdens tijdelijke arbeidsongeschiktheid de auto van de zaak mag blijven gebruiken. De verwachting is namelijk dat de werknemer in de toekomst weer zakelijk gaat rijden met de auto. De bijtellingsregeling is van toepassing als de auto naast zakelijk gebruik ook voor privédoeleinden ter beschikking staat.

Dit geldt ook als de werknemer door ziekte niet in de auto kan rijden. De auto staat nog steeds ter beschikking.

Permanente arbeidsongeschiktheid

De bijtellingsregeling geldt niet meer als een werknemer permanent arbeidsongeschikt is en nog een auto van de zaak ter beschikking heeft. Dit geldt vanaf het moment dat de verwachting is dat de werknemer de auto niet meer voor zakelijke doeleinden gaat gebruiken.

U waardeert de werkelijk gereden privékilometers op de waarde in het economisch verkeer. Die waarde is het aantal privékilometers vermenigvuldigd met de kilometerprijs en verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer. De uitkomst mag per saldo niet negatief zijn.

De waarde van het privégebruik is loon uit vroegere dienstbetrekking. U gebruikt de groene tabel.

Loopbaanonderbreking

Als een werknemer tijdens een loopbaanonderbreking nog een auto van de zaak tot zijn beschikking heeft, blijft u de bijtellingsregeling gebruiken.

De regeling blijft van toepassing omdat verwacht wordt dat de auto in de toekomst nog voor zakelijke doeleinden gebruikt zal worden. De bijtellingsregeling geldt als de auto naast zakelijk gebruik ook voor privédoeleinden ter beschikking staat.

Privégebruik auto en weinig of geen loon in geld

Als u de werknemer weinig of geen loon in geld betaalt, moet u over de bijtelling privégebruik auto toch alle loonheffingen betalen. U kunt kiezen of u dit wel of niet verhaalt op de werknemer.

Verhalen op de werknemer

U mag de loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) en de in te houden bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) verhalen op de werknemer. Dit geldt niet voor de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw.

Als de werknemer nog loon ontvangt, kunt u dit doen via verrekening in het eerstvolgende loontijdvak.

Niet verhalen op de werknemer

Als u de LB/PVV en bijdrage Zvw niet verhaalt op de werknemer, kunnen zich 2 situaties voordoen:

  • U verhaalt dit bedrag in een later loontijdvak. U geeft de werknemer dan een lening voor dit bedrag tot het moment waarop u de bedragen alsnog verhaalt.
  • Als sprake is van rentevoordeel bij deze lening, dan is dit loon voor de werknemer. U kunt dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon.
  • U verhaalt dit bedrag niet op de werknemer. Het bedrag is nettoloon van uw werknemer. Dit nettoloon moet u omrekenen naar een brutoloon. U kunt dit nettoloon ook aanwijzen als eindheffingsloon.

Excessief privégebruik

Als de werkelijke waarde van het privégebruik duidelijk meer is dan de bijtelling op basis van het algemene bijtellingspercentage, is sprake van excessief privégebruik van de auto. Dit kan voorkomen bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid of loopbaanonderbreking.

U moet dan uitgaan van de hogere waarde van het privégebruik. Als er een korting op het algemene bijtellingspercentage van toepassing is, dan past u die korting toe op de grondslag. De uitkomst daarvan trekt u af van de waarde van het privégebruik. Rekenvoorbeelden vindt u in paragraaf 21.3.3 Handboek Loonheffingen.

Meer informatie

Handboek Loonheffingen:

  • paragraaf 21.3 (personenauto van de zaak)
  • paragraaf 21.3.8 (bijtelling bij weinig/geen loon)
  • paragraaf 21.3.3 (excessief privégebruik auto)
  • hoofdstuk 10 (loonstrook)
  • hoofdstuk 13 (jaaropgaaf)

 
Handreiking privégebruik auto op belastingdienst.nl

 

Wetsartikelen

Artikel 13 bis Wet op de loonbelasting (Wet LB)
Artikel 13 Wet LB
Artikel 27, lid 4 Wet LB
Artikel 49, lid 1 Zorgverzekeringswet
Artikel 20 Wet financiering sociale verzekeringen
 
 

Gerelateerde artikelen

Bijtellingspercentages voor privégebruik auto 2011-2026
Vakantieauto en bijtelling
Verwerking privégebruik auto in de aangifte loonheffingen
 
 
lease auto,auto van de zaak,verwerking auto in salaris,salaris administratie auto,lease auto in loon,salaris en auto,