Categorie Archief Actueel

door100% Salarisverwerking B.V.

eHerkenning 1 verdwijnt heeft u al een hoger niveau geregeld?

Vanaf 1 juli 2021 kunt u bij RVO niet meer inloggen met eHerkenning 1 (eH1).
              
Rijksoverheid kiest voor de hogere betrouwbaarheidsniveaus eH2+ en eH3 om uw gegevens beter te beschermen. De Overheid laten u per regeling weten welk niveau u nodig heeft. Is dit al bekend, dan staat dit op RVO website bij uw regeling.

Heeft u nu alleen eH1? Dan moet u uw eHerkenning aanpassen naar een hoger betrouwbaarheidsniveau.

e herkenning, eherkenning, Belastingdienst, eHerkenning, DigiD belastingen, RVO,
 

Inloggen bij meer regelingen of andere organisaties?

Maakt u gebruik van meer regelingen bij RVO? Bekijk dan voor elke regeling welk niveau u nodig heeft. eH1 verdwijnt voor alle overheidsorganisaties. Wilt u ook bij andere organisaties inloggen? Bekijk dan ook welk niveau daar nodig is.

 

Verschillende betrouwbaarheidsniveaus nodig?

Heeft u bij RVO of andere organisaties verschillende betrouwbaarheidsniveaus nodig? Kies dan het hoogste niveau en regel de machtigingen die erbij horen.

Kiest u voor eHerkenning 3 (eH3) met de machtiging RVO diensten op niveau eH3? Dan kunt u bij alle regelingen van RVO inloggen. Met uitzondering van de Compensatieregeling eHerkenning Belastingdienst. Ook kunt u met eH3 en de juiste machtigingen bij veel overheidsorganisaties inloggen. eH3 kost wel meer dan eH2+.
 
 

Meer weten?

 
 
2021 belastingdienst, 2021 overheid, 2021 UWV, 2021 rijksoverheid, 2021 wet- en regelgeving, 2021 regels, 2021 belastingen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Tot 18 mei nog TVL Q1 2021

De aanvraagperiode voor TVL Q1 2021 is verlengd tot 18 mei 2021.
               
RVO voert in de tussentijd stapsgewijs de verhoging en uitbreidingen door van TVL Q1 2021, die vorige week zijn goedgekeurd door de Europese Commissie. Dat schrijft staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat in de TVL voortgangsreportage aan de Tweede Kamer.

Om ondernemers voldoende tijd te geven kunnen zij een aanvraag doen voor de TVL Q1 2021 tot 18 mei 17:00 uur.

 

Uitbreidingen TVL Q1 tot eind april stapsgewijs actief

Door de verruiming van TVL Q1 krijgen onder andere kleine ondernemers en grotere (niet-mkb) bedrijven voor het eerst toegang tot de TVL. Bovendien wordt het subsidiepercentage verhoogd naar 85%. Dit was 50% tot 70%.

De Europese Commissie keurde vorige week verschillende uitbreidingen van TVL Q1 2021 goed. Omdat de invoering gedurende de openstelling complex is, worden de aanpassingen stapsgewijs doorgevoerd. Allereerst worden vanaf eind maart de aanvragen van kleinere ondernemers met vaste lasten tussen de € 1.500 en de € 3.000 behandeld. Daarna volgen de nieuwe aanvragen voor TVL Q1 2021. Deze krijgen voor het eerst een voorschot op basis van het hogere subsidiepercentage van 85%. De verwachting is dat grotere (niet-mkb) bedrijven vanaf medio april een aanvraag kunnen doen voor de TVL. Vervolgens wordt de evenementenmodule opengesteld voor het 1e kwartaal en krijgen ondernemers die eerder een 1e voorschot van de TVL Q1 2021 hebben ontvangen de ophoging (naar 85%) uitbetaald. Beide verruimingen staan gepland voor eind april.

 
Meer over de TVL Q1 2021
 
 

Gerelateerd

Hoe ver is RVO nu met de TVL?
TVL in de grote steden
Wanneer opent een regeling: geheugensteuntje TVL
Ondernemers met vaste lasten vanaf 1.500 euro nu ook TVL
 
overzichtskaart per gemeente TVL aanvragen

door100% Salarisverwerking B.V.

Verklaring geen privégebruik auto, stoppen!

Wat zijn de gevolgen voor de werkgever en werknemer?
                  
Een werknemer trekt in de loop van het kalenderjaar zijn ‘Verklaring geen privégebruik auto’ in, omdat hij meer dan 500 km privé gaat rijden met de auto van de zaak.

 
Bijtellingspercentages auto, auto van de zaak, kosten auto bijtelling,belastingdienst auto, fiscale bijtelling auto, kosten auto belastingdienst,

Als een werknemer met een ‘Verklaring geen privégebruik auto ’ in de loop van het kalenderjaar meer dan 500 kilometer privé gaat rijden, moet hij dit zo snel mogelijk doorgeven aan de Belastingdienst.

Hij moet de verklaring intrekken en gebruikt hiervoor het formulier ‘Verklaring geen privégebruik auto: intrekken’. Hij kan dit formulier online invullen en versturen. Ook informeert hij zo snel mogelijk de werkgever.
 

Brief Belastingdienst

Binnen 2 weken na ontvangst van het formulier ontvangt de werknemer een bericht van de Belastingdienst.

Na de intrekking van de verklaring ontvangt ook de werkgever een brief van de Belastingdienst. In deze brief staat de informatie die u nodig hebt voor de aangifte loonheffingen.
 

Bijtelling

Als de werknemer de ‘Verklaring geen privégebruik auto ’ heeft ingetrokken, geldt de bijtelling voor alle tijdvakken in het kalenderjaar waarin de werknemer de auto ter beschikking heeft. Dus ook voor de maanden waarin hij de verklaring had.

Vanaf het moment dat u op de hoogte bent van de intrekking van de verklaring moet u de bijtelling toepassen. U hoeft dit niet met terugwerkende kracht te doen. U telt het voordeel van het privégebruik bij het loon en gebruikt hiervoor de bijtellingspercentages die op dat moment gelden.
 

Naheffingsaanslag werknemer

Voor de maanden waarin u niet hebt bijgeteld, ontvangt de werknemer een naheffingsaanslag voor:

  • loonbelasting/premie volksverzekeringen
  • premies werknemersverzekeringen
  • bijdrage Zorgverzekeringswet
  • eventueel een rekening voor belastingrente

 

Let op!

Als duidelijk is dat de werknemer de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ onterecht heeft aangevraagd, mag u geen rekening houden met de verklaring. U past de bijtelling toe voor alle maanden waarin de werknemer de auto ter beschikking heeft.
Meer informatie over de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ leest u in paragraaf 23.3.16 Handboek Loonheffingen.
 

Formulier

Verklaring geen privégebruik auto: intrekken
 

Wetsartikelen

Art 13bis Wet LB
Art 8 Uitvoeringsbesluit LB
 
 

Gerelateerde artikelen

Bijhouden van een goede rittenregistratie
Verwerking privégebruik auto in de aangifte loonheffingen
 
 
salarisverwerking 2021, belastingen 2021, overheid 2021, wet en regelgeving 2021, loon 2021, salaris 2021,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nieuwe pensioenwet gaat uiterlijk 1 januari 2023 in

Een jaar later dan verwacht 2023 gaat de nieuwe pensioenwet in werking.
              
Het gezamenlijk streven van het kabinet, sociale partners en pensioenuitvoerders is en blijft om per 1 januari 2026 of waar mogelijk zelfs eerder de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel te kunnen maken. Dat schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag aan de Tweede Kamer.

Het conceptwetsvoorstel toekomst pensioenen is begin dit jaar voorgelegd aan heel Nederland met de vraag mee te denken om de wet te verbeteren. De reacties daarop vragen een goede weging. Waarbij zorgvuldigheid en gezamenlijkheid voorop staat.

“Ik ben altijd blij geweest met het brede draagvlak voor deze grote noodzakelijke hervorming. Het moet goed en zorgvuldig gebeuren. Zeker omdat het zoveel mensen raakt en dit nieuwe stelsel er moet komen voor de komende decennia, staat zorgvuldigheid voorop. Hoewel we de vaart erin houden, wil ik met alle betrokkenen een zorgvuldig proces doorlopen. Ik verwacht het wetsvoorstel begin 2022 bij de Tweede Kamer in te dienen. De Tweede en Eerste Kamer kunnen het voorstel dan zorgvuldig behandelen en betrokken organisaties kunnen zich goed op de aanpassingen voorbereiden. Ik streef ernaar dat de nieuwe pensioenwet dan uiterlijk per 1 januari 2023 inwerking kan treden.” Minister Wouter Koolmees

In de komende maanden wordt met betrokken partijen verder gewerkt aan het wetsvoorstel, voeren toezichthouders zoals AFM en DNB en de Belastingdienst een toets uit, en wordt om advies gevraagd aan het College voor de Rechten van de Mens, de Raad voor de rechtspraak en de Raad van State. De beoogde nieuwe ingangsdatum is gekozen in samenspraak met sociale partners, jongeren- en ouderenorganisaties, pensioenfondsen, verzekeraars, uitvoeringorganisaties en toezichthouders.

 

Transitieperiode en transitie-ftk

In het pensioenakkoord is afgesproken dat sociale partners en pensioenuitvoerders vier jaar de tijd krijgen om pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Daarbij werd uitgegaan van inwerkingtreding op 1 januari 2022. Ook bij inwerkingtreding op 1 januari 2023 krijgen partijen maximaal vier jaar de tijd voor de nodige aanpassingen, dus tot 1 januari 2027. Wel benadrukken alle betrokken partijen het belang van een snelle overgang, waarbij het streven is zo veel als mogelijk per 1 januari 2026 of eerder over te stappen naar het nieuwe stelsel. Met alle belanghebbende partijen wordt bekeken wat er nodig is om te zorgen dat partijen die al met ingang van 2023 over willen naar het nieuwe stelsel, dit ook kunnen doen.

Tijdens de overgang (transitie) van het oude naar het nieuwe pensioenstelsel geldt het transitie-ftk (financiële toetsingskader). Het uitgangspunt daarvan is dat tijdens de overgangsperiode al zoveel als mogelijk met de blik van het nieuwe stelsel naar de huidige situatie wordt gekeken.

Het transitie-ftk is onderdeel van de wetgeving en verschuift daarmee ook naar uiterlijk 1 januari 2023 tot uiterlijk 1 januari 2027. In overleg met betrokken partijen wordt bezien of het mogelijk is of het transitie-kader eerder in werking kan treden dan 1 januari 2023, mits het parlementaire proces dan is afgerond. In dat geval kan er bijvoorbeeld al eerder gebruik worden gemaakt van de voorgenomen verlaagde indexatiegrens. Voor het jaar 2022 zal blijven gelden dat in aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel onnodige kortingen worden voorkomen. Voornemen is om onder dezelfde voorwaarden als de voorgaande twee jaren in 2022 voor pensioenfondsen het aantal meetmomenten waarna aan het minimaal vereiste vermogen moet worden voldaan te verruimen, evenals de hersteltermijnen van het vereist eigen vermogen. Daarbij zal dus ook in 2022 een minimale dekkingsgraad van 90% worden gehanteerd.

 

Samen de nodige stappen blijven zetten

Ook de komende periode blijven we samen optrekken met alle betrokken partijen en zetten we alle mogelijke stappen. Zo komt er deze zomer een gezamenlijke website waarop professionele partijen praktische informatie kunnen vinden door middel van handleidingen over de te nemen stappen richting het nieuwe stelsel. Er kan namelijk al veel voorbereidend werk worden verricht waar partijen niet mee hoeven te wachten tot de wetgeving definitief is.

De andere onderdelen van het pensioenakkoord, zoals het langzamer laten stijgen van de AOW-leeftijd en maatregelen om ervoor te zorgen dat mensen gezond hun pensioen halen, zijn al aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer en inwerking getreden.

 

Documenten

 
 

Gerelateerd

Levenslooptegoed belast bij aankoop extra verlof, Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP)
Na werkhervatting, geen fiscale gevolgen voor pensioen van werknemers
Update vragen en antwoorden pensioensite Belastingdienst

 
 
Concept pensioenakkoord Lagere AOW-leeftijd, vakbonden en werkgevers over pensioen en AOW

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking begrip RVU aangepast

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft de handreiking over de regeling vervroegd uittreden (RVU) gewijzigd.

            
In deze handreiking is de informatie over de voorwaarden voor de drempelvrijstelling RVU-heffing verduidelijkt.

U vindt de Handreiking voor de interpretatie van het begrip “Regeling voor vervroegde uittreding” als bedoeld in artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 op de internetsite van Centraal Aanspreekpunt Pensioenen.

Handreiking vaststellen compensatie ter voorkoming van een belaste schenking bij uitfasering pensioen in eigen beheer, V&A 05-006 en Handreiking voor de interpretatie van het begrip “Regeling voor vervroegde uittreding” als bedoeld in artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 aangepast

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft op 30 april een aangepaste versie gepubliceerd van Handreiking vaststellen compensatie ter voorkoming van een belaste schenking bij uitfasering pensioen in eigen beheer. In de versie van 11 december 2020 bleek de tekst omtrent een periodiek verrekenbeding niet juist te zijn. Dit is dit aangepast.

Daarnaast is V&A 05-006 aangebreid met een link naar de Handreiking inhaal en inkoop van pensioenen en een tweetal aandachtspunten .

Tevens is de Handreiking voor de interpretatie van het begrip “Regeling voor vervroegde uittreding” als bedoeld in artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 gewijzigd. Deze verduidelijkt de voorwaarden van de tijdelijke drempelvrijstelling.
 
 
Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioenen
 
 

Gerelateerd

Levenslooptegoed belast bij aankoop extra verlof, Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP)
Update vragen en antwoorden pensioensite Belastingdienst
Pensioenopbouw, arbeidsduurverkorting V&A 20-004 en corona
 
 

AOW-leeftijd, AOW-leeftijd verhoogd, verhoging aow 69 jaar,aow 2040, 69 jr aow, 69 jaar aow 2040

door100% Salarisverwerking B.V.

Bedragen minimumloon per 1 juli

Bedragen (WML) van het minimumloon 2021

                   

Bekijk de bruto bedragen voor het minimumloon en minimumjeugdloon per 1 juli en 1 januari van 2021.

De bedragen zijn genoemd per maand, per week per uur, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden met ingang van 1 juli 2021 duidelijk als volgt vastgesteld:

  • per maand € 1.701,00;

  • per week € 392,55;

  • per dag € 78,51.

Deze regeling geldt vanaf 1 juli 2021.

 
minimumjeugdloon. minimumloon, berekening salaris, berekenen loon, wet en regelgeving, overheid, belastingen, jeugd-LIV, LIV, Wet tegemoetkomingen loondomein,

 

Per 1 juli 2021

De bedragen van het wettelijk minimumloon gelden voor een volledige werkweek. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week. Dit hangt af van de sector waarin u werkt en de mogelijke cao-afspraken die voor die sector gelden. In die cao-afspraken staat hoe lang een normale werkweek duurt. In supermarkten bijvoorbeeld is een volledige werkweek 40 uur. In de horeca en de glastuinbouw is dat 38 uur per week.

Per maand, week en dag

LeeftijdPer maandPer weekPer dag
Tabel: minimumloon per maand, week en dag (bruto bedragen per 1 juli 2021)
21 jaar en ouder€ 1.701,00€ 392,55€ 78,51
20 jaar€ 1360,80€ 314,05€ 62,81
19 jaar€ 1020,60€ 235,55€ 47,11
18 jaar€ 850,50€ 196,30€ 39,26
17 jaar€ 671,90€ 155,05€ 31,01
16 jaar€ 586,85€ 135,45€ 27,09
15 jaar€ 510,30€ 117,75€ 23,55

 

BBL’ers

LeeftijdStaffelingPer maandPer weekPer dag
20 jaar61,5%1.046,10241,4048,28
19 jaar52,5%893,05206,1041,22
18 jaar45,5%773,95178,6035,72

 

Per uur

Fulltime werkweek in bedrijf21 jaar en ouder20 jaar19 jaar18 jaar17 jaar16 jaar15 jaar
Tabel: minimumloon per uur voor fulltime werkweek van 36, 38 en 40 uur (bruto bedragen per 1 juli 2021)
36 uur€ 10,91€ 8,73€ 6,55€ 5,46€ 4,31€ 3,77€ 3,28
38 uur€ 10,34€ 8,27€ 6,20€ 5,17€ 4,09€ 3,57€ 3,10
40 uur€ 9,82€ 7,86€ 5,89€ 4,91€ 3,88€ 3,39€ 2,95

De uurlonen in de tabel zijn naar boven afgerond. Omrekenen leidt tot een iets hoger bedrag per dag, week of maand dan het wettelijke minimum. In de tabel per maand, week en dag vindt u de officiële bedragen.
 
 

Minimumloon 1 januari 2021

De bedragen van het wettelijk minimumloon gelden voor een volledige werkweek. Meestal is dat 36, 38 of 40 uur per week. Dit hangt af van de sector waarin u werkt en de mogelijke cao-afspraken die voor die sector gelden. In die cao-afspraken staat hoe lang een normale werkweek duurt. In supermarkten bijvoorbeeld is een volledige werkweek 40 uur. In de horeca en de glastuinbouw is dat 38 uur per week.
 

Per maand, week en dag

LeeftijdPer maandPer weekPer dag
Tabel: minimumloon per maand, week en dag (bruto bedragen van 1 januari 2021)
21 jaar en ouder€ 1.684,80€ 388,80€ 77,76
20 jaar€ 1.347,85€ 311,05€ 62,21
19 jaar€ 1.010,90€ 233,30€ 46,66
18 jaar€ 842,40€ 194,40€ 38,88
17 jaar€ 665,50€ 153,60€ 30,72
16 jaar€ 581,25€ 134,15€ 26,83
15 jaar€ 505,45€ 116,65€ 23,33

 

Per uur

Fulltime werkweek in bedrijf21 jaar en ouder20 jaar19 jaar18 jaar17 jaar16 jaar15 jaar
Tabel: minimumloon per uur voor fulltime werkweek van 36, 38 en 40 uur (bruto bedragen van 1 januari 2021)
36 uur€ 10,80€ 8,65€ 6,49€ 5,40€ 4,27€ 3,73€ 3,25
38 uur€ 10,24€ 8,19€ 6,14€ 5,12€ 4,05€ 3,54€ 3,07
40 uur€ 9,72€ 7,78€ 5,84€ 4,86€ 3,84€ 3,36€ 2,92

 
De uurlonen in de tabel zijn naar boven afgerond. Omrekenen leidt tot een iets hoger bedrag per dag, week of maand dan het wettelijke minimum. In de tabel per maand, week en dag vindt u de officiële bedragen.

 

 
wml 2021 wettelijk minimumloon, jeugdloon,