Categorie Archief Actueel

door100% Salarisverwerking B.V.

Opzegtermijn bij ontslag

Bekijk welke opzegtermijn voor u geldt bij ontslag .

                   

De volgende ontslagredenen behandelen we:

    1. Ontslag nemen.
    2. Iemand ontslaan.
    3. Ontslagen worden.

 

1.Ontslag nemen

Uw opzegtermijn hangt af van de duur van uw contract. En of u nog in uw proeftijd zit. Maar ook van eventuele afspraken met uw werkgever.

Ik wil ontslag nemen. Wat is mijn opzegtermijn?

Uw opzegtermijn hangt af van de duur van uw contract. En of u nog in uw proeftijd zit. Maar ook van eventuele afspraken met uw werkgever.

Opzegtermijn met vast contract

Heeft u een contract voor onbepaalde tijd? Dan heeft u een opzegtermijn van 1 maand. Dit betekent dat u 1 maand van te voren uw contract moet opzeggen. Het gaat om een kalendermaand. De opzegtermijn gaat in vanaf de 1e van de volgende maand.

Stel: u wilt per 1 april uit dienst, dan moet u uw contract uiterlijk voor 1 maart schriftelijk opzeggen. In de maand maart moet u dan gewoon nog werken.

Langere opzegtermijn

U mag een langere opzegtermijn afspreken met uw werkgever. Deze afspraak moet u dan in uw contract laten zetten. Uw opzegtermijn mag niet langer zijn dan 6 maanden. Is uw opzegtermijn langer dan 1 maand? Dan moet die van uw werkgever 2 keer zo lang zijn.

Stel: u spreekt een opzegtermijn af van 5 maanden. Dan moet uw werkgever zich houden aan een opzegtermijn van 10 maanden.

Kortere opzegtermijn

U mag een kortere opzegtermijn afspreken met uw werkgever als dit in uw cao staat. Deze afspraak hoeft u niet in uw contract te laten zetten.

Opzegtermijn met tijdelijk contract

Heeft u een contract voor bepaalde tijd? Bijvoorbeeld een contract voor 1 jaar of 6 maanden? Dan eindigt uw contract vanzelf op de afgesproken einddatum. U heeft in dit geval geen opzegtermijn.

Eerder opzeggen

U mag met uw werkgever afspreken dat u uw contract eerder kunt opzeggen. Deze afspraak moet u dan in uw contract laten zetten.

Opzegtermijn in proeftijd

Zit u nog in uw proeftijd? Dan heeft u geen opzegtermijn. U kunt per direct ontslag nemen en uw contract opzeggen. Uw dienstverband stopt dan meteen.

 

2.Iemand ontslaan

Als werkgever moet u zich houden aan een opzegtermijn. Deze hangt af van de duur van het contract van uw werknemer. En of hij nog in zijn proeftijd zit. Maar ook van eventuele afspraken met uw werknemer.

Ik wil iemand ontslaan. Wat is mijn opzegtermijn?

Uw opzegtermijn hangt af van de duur van het contract van uw werknemer. En of hij nog in zijn proeftijd zit. Maar ook van eventuele afspraken met uw werknemer.
Opzegtermijn met vast contract

Heeft uw werknemer een contract voor onbepaalde tijd? Dan moet u zich houden aan een opzegtermijn. Deze hangt af van hoe lang iemand bij u in dienst is.

In dienst Opzegtermijn
Korter dan 5 jaar 1 maand
Tussen de 5 en 10 jaar 2 maanden
Tussen de 10 en 15 jaar 3 maanden
15 jaar of langer 4 maanden

Tabel: opzegtermijn met vast contract

Langere opzegtermijn

U mag een langere opzegtermijn afspreken met uw werknemer. Deze afspraak moet u dan in het contract laten zetten. Let op: uw opzegtermijn moet 2 keer zo lang zijn als die van uw werknemer.

Kortere opzegtermijn

U mag een kortere opzegtermijn afspreken met uw werknemer als dit in uw cao staat. Deze afspraak hoeft u niet in het contract te zetten.

Heeft uw werknemer zijn AOW-leeftijd bereikt? Dan heeft u een kortere opzegtermijn. U moet zich dan houden aan een opzegtermijn van 1 maand.

Opzegtermijn verrekenen met proceduretijd

Is een ontslagprocedure bij UWV of een cao-commissie doorlopen? En zegt de werkgever het contract daarna op? Dan mag de werkgever de proceduretijd aftrekken van de opzegtermijn. Wel moet minimaal 1 maand opzegtermijn overblijven.

Opzegtermijn met tijdelijk contract

Heeft uw werknemer een contract voor bepaalde tijd? Bijvoorbeeld een jaarcontract? Dan heeft u geen opzegtermijn. Het contract eindigt op de afgesproken einddatum. Er geldt wel een aanzegtermijn.

Eerder opzeggen

U mag met uw werknemer afspreken dat u het contract eerder kunt opzeggen. Deze afspraak moet u dan in het contract laten zetten.

Opzegtermijn in proeftijd

Zit uw werknemer nog in zijn proeftijd? Dan heeft u geen opzegtermijn. U kunt hem per direct ontslaan. Het contract stopt dan meteen.

Opzegtermijn bij ontslag op staande voet

Om dringende redenen mag u iemand op staande voet ontslaan. U heeft dan geen opzegtermijn. U kunt uw werknemer in dit geval per direct ontslaan. Het contract stopt dan meteen.

 

3.Ontslagen worden

Uw werkgever moet zich houden aan een opzegtermijn. Deze hangt af van de duur van uw contract. Hoe lang u in dienst bent. En of u nog in uw proeftijd zit. Maar ook van eventuele afspraken die hij met u heeft gemaakt.

Ik word ontslagen. Wat is de opzegtermijn van mijn werkgever?

De opzegtermijn voor uw werkgever hangt af van de duur van uw contract. Hoe lang u in dienst bent. En of u nog in uw proeftijd zit. Maar ook van eventuele afspraken die hij met u heeft gemaakt.

Opzegtermijn met vast contract

Heeft u een contract voor onbepaalde tijd? Dan moet uw werkgever zich houden aan een opzegtermijn. Deze hangt af van hoe lang u in dienst bent.

In dienst Opzegtermijn
Korter dan 5 jaar 1 maand
Tussen de 5 en 10 jaar 2 maanden
Tussen de 10 en 15 jaar 3 maanden
15 jaar of langer 4 maanden

Tabel: opzegtermijn met vast contract

Langere opzegtermijn

Uw werkgever kan met u een langere opzegtermijn afspreken. Deze afspraak moet hij dan in het contract zetten. Let op: de opzegtermijn van uw werkgever moet 2 keer zo lang zijn als die van u.

Kortere opzegtermijn

Uw werkgever kan met u een kortere opzegtermijn afspreken als dit in uw cao staat. Deze afspraak hoeft hij niet in het contract te zetten.

Vanaf uw AOW-leeftijd heeft uw werkgever een kortere opzegtermijn. Hij moet zich dan houden aan een opzegtermijn van 1 maand.

Verrekenen opzegtermijn met proceduretijd

Is een ontslagprocedure bij UWV of een cao-commissie doorlopen? En zegt de werkgever het contract daarna op? Dan mag de werkgever de proceduretijd aftrekken van de opzegtermijn. Wel moet minimaal 1 maand opzegtermijn overblijven.

Opzegtermijn met tijdelijk contract

Heeft u een contract voor bepaalde tijd? Bijvoorbeeld een contract voor 1 jaar of 6 maanden? Dan eindigt uw contract op de afgesproken einddatum. Uw werkgever hoeft zich in dit geval niet te houden aan een opzegtermijn. Wel geldt er een aanzegtermijn.

Eerder opzeggen

Uw werkgever kan met u afspreken dat het contract eerder opgezegd kan worden. Deze afspraak moet hij dan in het contract zetten.

Opzegtermijn in proeftijd

Zit u nog in uw proeftijd? Dan hoeft uw werkgever zich niet te houden aan een opzegtermijn. U kunt per direct ontslagen worden. Het contract stopt dan meteen.

Opzegtermijn bij ontslag op staande voet

Om dringende redenen mag uw werkgever u op staande voet ontslaan. In dit geval hoeft uw werkgever zich niet te houden aan een opzegtermijn. U kunt per direct ontslagen worden. Het contract stopt dan meteen.

Opzegtermijn oudere werknemers

Was u op 1 januari 1999 ouder dan 45 jaar? Dan kan de opzegtermijn voor uw werkgever maximaal 26 weken zijn. Lees meer over de opzegtermijn voor oudere werknemers op de website van UWV.

 
 
NOW regeling, NOW maatregels, Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), NOW, UWV, Belastingdienst,

door100% Salarisverwerking B.V.

Nihilaangevers ontvangen vragenbrief Belastingdienst

Inhoudingsplichtigen die langer dan 15 maanden nihilaangiften loonheffingen hebben ingestuurd, ontvangen 2 oktober een vragenbrief van de Belastingdienst.

   

De Belastingdienst beoordeelt op basis van de antwoorden of de inhoudingsplichtige nog aangiften loonheffingen moet insturen en stuurt hierover binnen 8 weken een brief. In die brief staat tot en met welk loontijdvak de Belastingdienst de loonaangiften wil blijven ontvangen als blijkt dat geen werknemers meer in dienst zijn.

Een nihilaangifte betekent dat geen werknemersgegevens en geen bedragen zijn ingevuld in de aangifte.

 

Meer informatie

Nihilaangifte voorbeeldbrief
 
 
loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, loon, salaris, loonstrook, lonen, salarissen,

door100% Salarisverwerking B.V.

Dienstbetrekking stagiairs, echt of fictief?

Als u een stagiair aanneemt, kan sprake zijn van een echte of fictieve dienstbetrekking.
            
Of er is helemaal geen dienstbetrekking. En wat zijn de gevolgen als een stagiair na de stageperiode in vaste dienst komt? In deze handreiking leest u hier meer over.

Stagiairs zijn leerlingen die in de praktijk werken als onderdeel van hun opleiding.
Het is afhankelijk van de beloning of en hoe u de stagiair moet verwerken in de aangifte loonheffingen.
 

Geen dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair alleen onderricht en eventueel een vergoeding van de werkelijke kosten, dan is geen sprake van een fictieve of echte dienstbetrekking. De stagiair ontvangt dan namelijk geen loon volgens de Wet op de loonbelasting.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair een reële beloning krijgt voor de stage-uren, bijvoorbeeld het minimum(jeugd)loon, is hij in echte dienstbetrekking. Dan gelden de normale regels voor de loonheffingen en is de stagiair verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. U moet dan op de gebruikelijke manier premies werknemersverzekeringen berekenen en ook de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) betalen.

 

Fictieve dienstbetrekking

Als er geen echte dienstbetrekking is en de stagiair krijgt een stagevergoeding, kan sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking. Dit is van toepassing als de stagiair geen marktconforme beloning ontvangt. Marktconform is bijvoorbeeld het minimumjeugd- of cao-loon.

U houdt loonbelasting/premie volksverzekeringen in en u betaalt werkgeversheffing Zvw.

 

Premies werknemersverzekeringen

Deze stagiair is verzekerd voor de Wet Wajong en voor de Ziektewet (ZW), maar u hoeft geen premies werknemersverzekeringen te berekenen.

 

Codes aangifte loonheffingen

Voor stagiair in fictieve dienstbetrekking geldt het volgende:

  • Code aard arbeidsverhouding is 7.
  • Hij is alleen verzekerd voor de ZW en de Wet Wajong.
  • De verzekeringsindicatie voor de ZW moet op ‘Ja’ staan.
  • De verzekeringsindicaties voor de WW en de WAO/IVA/WGA moeten op ‘Nee’ staan.
  • Het loon dat hij geniet (de stagevergoeding) is loon voor de werknemersverzekeringen (SV-loon).
  • Er is géén sprake van premieloon (oftewel grondslagaanwas op het cumulatieve premieloon). U vult € 0 aan premieloon (grondslagaanwas) in.
  • U moet de sectorcode invullen.
  • De rubriek ‘Code invloed verzekeringsplicht’ vult u niet in.

 

Gelijktijdig stage en dienstbetrekking

Het kan zijn dat een werknemer gelijktijdig bij dezelfde werkgever in echte dienstbetrekking en fictieve dienstbetrekking (stage) is.

 

Echte dienstbetrekking

Als een stagiair voor de stage-uren een marktconforme beloning ontvangt, is sprake van een echte dienstbetrekking. U houdt op de gebruikelijk manier de loonheffing in. U betaalt ook premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zvw.

 

Fictieve dienstbetrekking

Ontvangt de stagiair geen marktconforme beloning maar een stagevergoeding, dan past u de regels toe die gelden voor de fictieve dienstbetrekking. U gebruikt voor de stagevergoeding een aparte inkomstenverhouding.

 

Na stage in dienst

Wanneer de arbeidsverhouding van een stagiair na zijn stage wijzigt van een fictieve dienstbetrekking naar een echte dienstbetrekking, verandert zijn verzekeringssituatie. Voor de echte dienstbetrekking gebruikt u dan een nieuwe inkomstenverhouding.

 

Premies werknemersverzekeringen

Wijzigt de dienstbetrekking van de stagiair in de loop van het kalenderjaar, dan heeft dit gevolgen voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen. Voor de berekening van het premiemaximum moet u ook rekening houden met loon dat de stagiair tijdens zijn stageperiode heeft genoten. U moet dan alsnog alle premies werknemersverzekeringen betalen over de stagevergoeding. Dit leidt dus tot een ‘inhaaleffect’.

 

Voorbeeld

Iemand werkt van 1 januari tot en met 31 maart als stagiair in fictieve dienstbetrekking tegen een loon van € 300 per maand. Per 1 april komt deze persoon in vaste dienst tegen een maandloon van € 4.500. Het (fictieve) maximum premieloon per maand is € 4.700.

Voor de berekening van de premies werknemersverzekeringen geldt het volgende:

  • Vanaf 1 januari tot en met 31 maart is de stagiair alleen verzekerd voor de Wet Wajong en de ZW. Nummer inkomstenverhouding is 1. De stagevergoeding behoort tot het cumulatief loon werknemersverzekeringen, maar leidt niet tot aanwas van de grondslag. Over de stagevergoeding hoeft u dus geen premie te betalen.
  • Vanaf 1 april komt de stagiair in vaste dienst. Hij is verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. Nummer inkomstenverhouding is 2. In april is sprake van een inhaaleffect in verband met de stagevergoedingen in januari tot en met maart.

 

Tabel

premies werknemersverzekeringen ,stagevergoedingen

Tabel met berekening van de premies werknemersverzekeringen n.a.v. het gegeven voorbeeld

In de brochure ‘Toelichting loonberekening VCR ’ vindt u meer rekenvoorbeelden.

 

School ontvangt stagevergoeding

Als de stagiair de stagevergoeding niet zelf krijgt, hoeft u geen loonheffingen in te houden en te betalen onder de volgende voorwaarden:

  • U maakt de stagevergoeding rechtstreeks over aan de school of het stagefonds, met uitzondering van kostenvergoedingen.
  • De school of het stagefonds geeft de stagevergoeding niet door aan de stagiair, maar gebruikt dit voor algemene schoolse activiteiten.
  • De school of het stagefonds administreert de stagevergoedingen en de besteding daarvan.
  • U legt binnen 2 maanden na afloop van elk jaar de volgende gegevens in uw administratie vast: de naam, het adres en het burgerservicenummer van de stagiair, de naam en het adres van de school of het stagefonds en het bedrag van de beloning. Hierbij vermeldt u de datum en het nummer van het besluit waarop de regeling is gebaseerd: 14 december 2010, nr. DGB2010/2202M.

 
 

Meer informatie

Handboek Loonheffingen (paragraaf 16.10)
Codes aangifte loonheffingen 2020
Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen 2020
Toelichting loonberekening VCR

Besluit DGB2010/2202M ‘Heffingsaspecten stagiairs

 

Wetsartikelen

Artikel 3, lid 1, letter e Wet op de loonbelasting (stagiair)
Artikel 16 en 17 Wet financiering sociale verzekeringen (VCR)
 
 

Gerelateerde berichten

Check recht loonkostenvoordeel in dienst nemen stagiair
Toepassing studenten- en scholierenregeling
 
 
stagiair – dienstbetrekking ,loonbelasting,belastingdienst,loonheffing,inhoudingsplichtig stageverlener,stagiairs en loonbelastingen, salarisverwerking,salarisverwerkers,loonadministratie,salaris,loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Brief over verlenging betalingsuitstel

Werkgevers die in 2020 gebruik hebben gemaakt van bijzonder uitstel van betaling door de coronacrisis, ontvangen eind deze week een brief.   
In de brief vraagt de Belastingdienst de openstaande belastingbedragen vanaf 1 januari 2021 te gaan betalen. De werkgever krijgt daarvoor 24 maanden de tijd.

Door de coronacrisis kan het zijn dat de werkgever de afgelopen maanden gebruik heeft gemaakt van het bijzonder uitstel van betaling. Het kabinet heeft recent besloten dat deze coronamaatregel aan het eind van dit jaar eindigt.

Wat dit voor de werkgever betekent, hangt af van zijn situatie. In de brief legt de Belastingdienst uit wat hij kan doen. Verder leest u in de brief meer informatie over de betalingsregeling die vanaf 1 januari 2021 ingaat.

Heeft de werkgever door de coronacrisis moeite om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen? Vraag de Belastingdienst dan om verlenging van het betalingsuitstel.

Hij kan nog ‘Bijzonder uitstel van betaling vanwege coronacrisis ’ aanvragen tot 1 oktober 2020.

 

Meer informatie

Op de internetsite ‘Coronamaatregelen Belastingdienst’ leest u meer over bijzonder uitstel van betaling en de mogelijkheden en voorwaarden voor verlenging daarvan.
 
 

Gerelateerd bericht

Bijzonder uitstel van betaling na 1 oktober 2020
 
 
payroll, uitzendbureaus, payrolling, inhuurkrachten,uitzendkrachten, personeelkosten, personeelhuren,

door100% Salarisverwerking B.V.

Fiscale maatregelen waar mkb-bedrijven in 2021 mee te maken krijgen

Op Prinsjesdag 2020 heeft het kabinet een aantal nieuwe maatregelen voor mkb- ondernemers in petto.
         
Daarbij springt onder meer het onderscheid in het oog dat het kabinet maakt tussen het midden- en kleinbedrijf en het grootbedrijf.

Zo heeft het kabinet de aangekondigde verlaging van de vennootschapsbelasting voor grote bedrijven geschrapt om wat geld vrij te maken voor het bestrijden van de coronacrisis. De verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting voor kleinere bedrijven gaat wel door.

Voor zelfstandigen ligt een belangrijke maatregel in het verschiet, blijkt ook uit het Belastingplan 2021. De geliefde zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd en zakt volgend jaar naar 6.670 euro. Dat is 360 euro minder dan dit jaar.

Behalve nieuwe fiscale maatregelen zijn er ook speciale coronamaatregelen die ondernemers verlichting moeten brengen. Een aantal van deze belastingmaatregelen verlengt het kabinet tot eind dit jaar.

Hieronder een overzicht van de belastingmaatregelen voor ondernemers in 2021 en de coronasteun voor de kortere termijn.

 

Vennootschapsbelasting: hoge tarief blijft 25 procent

Het kabinet wilde aanvankelijk het hoge tarief van de vennootschapsbelasting verlagen, maar dat plan gaat niet door. Het hoge tarief voor het belastbare bedrag winst blijft 25 procent. Dit tarief geldt vanaf 2021 voor een winst van meer dan 245.000 euro.

Hiermee wil het kabinet “financiële ruimte creëren om juist nu de economie te versterken”, staat in een samenvatting van het Belastingplan 2021.

 

Lage tarief vennootschapsbelasting daalt wel

Het kabinet lijkt mkb-bedrijven een hart onder de riem te willen steken. Het lage tarief van de vennootschapsbelasting van 16,5 procent daalt naar 15 procent per 1 januari 2021. Bovendien komen meer mkb-bedrijven straks in aanmerking voor dit lage tarief.

Het late tarief geldt nu voor winsten tot 200.000 euro, dat zal in 2021 245.000 euro zijn.

In 2022 zal de grens verder worden opgehoogd naar 395.000 euro.

 

Tarief innovatiebox gaat omhoog

Op Prinsjesdag 2019 kondigde het kabinet al een verhoging aan van het belastingtarief van de ‘innovatiebox’.

Deze speciale tariefbox is in het leven geroepen voor bedrijven die innoverende producten of diensten leveren. Alle winsten die worden behaald met innovatie, vallen in deze box waar ze met een lager tarief worden belast. Niet 25 procent of 16,5 procent, maar 7 procent.

Het effectieve tarief voor de innovatiebox gaat per 1 januari 2021 echter omhoog naar 9 procent.

 

Korting via loonheffing voor bedrijven die investeren

Het kabinet ziet graag bedrijven die investeringen doen en stimuleert dat met een nieuwe investeringskorting die in 2021 ingaat. De baangerelateerde investeringskorting (BIK) houdt in dat als bedrijven investeren in bijvoorbeeld een nieuwe machine, ze een korting krijgen die wordt verrekend via de loonheffing.

De regering heeft het plan nog niet helemaal uitgewerkt en details volgen nog.

 

Verlenging coronamaatregelen

Het kabinet heeft een hele rits belastingmaatregelen getroffen voor bedrijven om de coronacrisis het hoofd te bieden. Een aantal wordt verlengd. Hieronder een greep uit de maatregelen waarmee ondernemers te maken kunnen hebben. Bekijk hier het hele overzicht.

 

Uitstel belastingen

Tijdens de coronacrisis verleent de Belastingdienst uitstel van betaling van belasting. Je kunt uitstel van belasting aanvragen tot 1 oktober 2020, waarmee het uitstel loopt tot uiterlijk 31 december 2020.

De terugbetaling van uitgestelde belastingen loopt vanaf 1 januari 2021 nog maximaal 24 maanden.

 

Verlies 2020 verrekenen met winst 2019

Bedrijven die wel op tijd aangifte doen over 2020 kunnen hun verlies verrekenen met de winst over 2019.

Het verwachte verlies over 2020 dat verband houdt met de coronacrisis, mag je aftrekken door een ‘coronareserve’ aan te leggen. Het bedrag dat wordt toegevoegd aan de coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst uit 2019. Met deze reserve kan een (lagere) voorlopige aanslag over 2019 worden aangevraagd.

 

Lagere belastingrente

De invorderingsrente waarmee je te maken krijgt bij een te laat betaalde aanslag, bedraagt normaliter 4 procent. Op 23 maart werd deze teruggeschroefd naar 0,01 procent en dit tarief geldt tot en met 31 december 2021.

De belastingrente die de fiscus in rekening brengt bij een onjuiste of te laat ontvangen aangifte, is bij de vennootschapsbelasting voor bedrijven in normale tijden 8 procent.

Ook deze rente is vanwege de coronacrisis op 0,01 procent gezet en dat tarief geldt tot 1 oktober 2020. Vanaf die datum gaat de belastingrente voor alle belastingen, dus ook de vennootschapsbelasting, naar 4 procent en dat geldt tot 31 december 2021.

 

Verlenging uitstel administratie gegevens nieuwe werknemer

Werkgevers hebben een aantal administratieve verplichtingen als zij nieuwe mensen aannemen. De Belastingdienst verleent uitstel tot 31 december 2020.

 

Verhoging vrije ruime werkkostenregeling

Als werkgever mag je onbelaste vergoedingen aan werknemers geven, zoals bijvoorbeeld een tablet of kerstpakket waar ze ook privé voordeel van hebben.

Het totale bedrag aan vergoedingen mag normaliter in 2020 niet boven 1,7 procent van de eerste 400.000 euro van de loonsom van alle medewerkers samen uitkomen. Boven de 400.000 euro geldt het percentage van 1,2 procent.

In de coronacrisis is het percentage van 1,7 procent opgeschroefd naar 3 procent zodat werkgevers hun personeel op de een of andere manier tegemoet kunnen komen. De verruiming geldt tot 31 december 2020.

 

Verlaging gebruikelijk loon dga

Het gebruikelijk loon, ofwel het minimale loon dat een directeur-grootaandeelhouder moet opgeven bij de Belastingdienst, mag bij een omzetdaling worden verlaagd. Dit geldt tot 31 december 2020.

 

Vrijstelling belasting TOGS en TVL

Bedrijven die gebruikmaken van de TOGS- en TVL-regeling hoeven hierover geen belasting te betalen. De einddatum hiervoor is nog niet bekend. De TOGS (Tegemoetkoming schade COVID-19) is een eenmalige tegemoetkoming van 4.000 euro voor ondernemers die direct zijn getroffen door de coronacrisis, bijvoorbeeld omdat ze hun deuren moesten sluiten.

De TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) is een vergoeding van maximaal 50.000 euro voor het betalen van de vaste lasten voor ondernemers in de hardst getroffen sectoren.

 
Bron:Belastingdienst/BI
 
derde dinsdag van september, prinsjesdag, overheid, belastingen, besluiten den haag, regeringsbesluiten, regeringsbeleid,