Maandelijks archief februari 2021

door100% Salarisverwerking B.V.

Toelichting corona bij Handboek Loonheffingen 2020

De Belastingdienst heeft een bijlage toegevoegd aan ‘Handboek Loonheffingen 2020 ’.
           
In deze bijlage vindt u een overzicht van alle coronamaatregelen die gelden voor de loonheffingen in 2020.

Deze maatregelen waren nog niet opgenomen in het handboek voor 2020.
In de bijlage vindt u meer informatie over:

  • versoepeling administratieve verplichtingen loonheffingen
  • premiedifferentiatie WW: verlenging termijn voor schriftelijke vastlegging arbeidscontract
  • aanpassing herziening lage WW-premie voor vaste werknemers die meer dan 30% hebben overgewerkt
  • uitstel van betaling van belastingschulden
  • geen betaalverzuimboetes
  • verruiming deblokkering G-rekening
  • verlaging van het gebruikelijk loon
  • grensarbeiders en thuiswerkdagen
  • verruiming vrije ruimte
  • doorlopen vaste kostenvergoedingen met uitzondering van de 30% regeling
  • doorlopen vaste reiskostenvergoedingen
  • onbelaste vergoeding mondkapjes

 
 

Meer informatie

Bijlage Handboek Loonheffingen 2020
belastingdienst.nl/coronacrisis

 
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Opname levenslooptegoed 2021 in aangifte LH

Voor levenslooptegoed, dat de werknemer nog niet heeft opgenomen, is het fictieve genietingsmoment vervroegd van 31 december 2021 nu naar 1 november 2021.

Op die datum wordt de werknemer geacht het levenslooptegoed te genieten. De levensloopinstelling is inhoudingsplichtig. In deze handreiking leest u hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen en wat de gevolgen zijn voor de (ex-)werknemer.

De levensloopinstelling is inhoudingsplichtig voor de waarde van alle levenslooptegoeden, die op 1 november 2021 nog op de levenslooprekening staan. Zij belast op 1 november 2021 de waarde in het economische verkeer van de levensloopaanspraak als loon.

De waarde in het economisch verkeer is het tegoed vermeerderd met het renterecht tot en met 31 oktober 2021. De levensloopinstelling moet hierover loonbelasting/premie volksverzekeringen (loonheffing) inhouden en hiervoor aangifte loonheffingen doen.

Hieronder leest u meer over de gevolgen voor de:

  • werknemersverzekeringen
  • inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)
  • loonheffingskorting
  • toepassing tabellen
  • codes in de aangifte loonheffingen
  • (ex-)werknemer

Let op!
Als een werknemer het tegoed opneemt vóór 1 november 2021, dan verandert er niets. De (ex-) werkgever is dan inhoudingsplichtig voor de loonheffingen.
Als er geen werkgever meer is, dan is de levensloopinstelling inhoudingsplichtig.

 

Werknemersverzekeringen

De deelnemer aan de levensloopregeling is voor de werknemersverzekeringen geen werknemer van de levensloopinstelling.
Voor de aangifte loonheffingen door de levensloopinstelling betekent dit het volgende:

  • U vermeldt ‘N’ bij de indicaties verzekerd WAO/IVA/WGA, WW en ZW.
  • In de volgende rubrieken geeft u € 0 aan:
    1. – Loon SV
      – basispremie Aof
      – gedifferentieerde premie Whk
      – premie AWf (laag, hoog en herzien)
      – premie Ufo
      – aanwas in het cumulatieve premieloon voor AWf en Ufo

 

Bijdrage Zvw

Het levenslooptegoed is geen bijdrageloon Zvw. Over dit tegoed is geen bijdrage Zvw verschuldigd. In de aangifte vult u de rubrieken voor ingehouden bijdrage Zvw en werkgeversheffing Zvw met € 0.
Ook in kolom 12 (bijdrageloon Zvw) van de loonstaat vermeldt u € 0.
 

Code verzekeringssituatie Zvw

De levensloopinstelling moet de juiste code verzekeringssituatie Zvw opgeven. Dit geldt ook als er geen bijdrage Zvw verschuldigd is.

In de meeste situaties zal dit code ‘K’ (werkgeversheffing) zijn. Levensloopinstellingen mogen deze code ook voor alle deelnemers gebruiken. Ook als er een andere code van toepassing is.

De levensloopinstelling hoeft daar geen nader onderzoek naar te doen.
 

Loonheffingskorting

De levensloopinstelling past op het fictieve genietingsmoment op 1 november 2021 geen loonheffingskorting toe bij inhouding van de loonheffing op het levenslooptegoed. Dus ook geen levensloopverlofkorting.

Als de werknemer recht heeft op de heffingskortingen kan hij dit toepassen in de aangifte inkomstenbelasting 2021.
 

Tabellen

De levensloopuitkering wordt aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking als de werknemer op 1 januari 2021 jonger is dan 61 jaar. Voor de berekening van de loonheffing gebruikt u de witte tabel bijzondere beloningen.

Is de werknemer 61 jaar of ouder op 1 januari 2021? Dan is de levensloopuitkering loon uit vroegere dienstbetrekking. De groene tabel bijzondere beloningen is dan van toepassing.
 

Jaarloon voor tabel bijzondere beloningen

Voor de berekening van de juiste loonheffing over het levenslooptegoed, moet u het jaarloon voor de tabel bijzondere beloningen vaststellen. In paragraaf 9.3.6 Handboek Loonheffingen leest u meer over het vaststellen van het jaarloon. Hieronder leest u een aanvulling op deze informatie.

Heeft de levensloopinstelling in 2020 geen loonheffing ingehouden voor de deelnemer aan de levensloopregeling? Dan kunt u het jaarloon op 2 manieren vaststellen:

  • U berekent het jaarloon op basis van de waarde in het economisch verkeer van de levensloopaanspraak.
  • U stelt het jaarloon vast op basis van de waarde in het economisch verkeer vermeerderd met andere belaste uitkeringen die de levensloopinstelling in 2021 aan de deelnemer heeft uitbetaald.

 

Code soort inkomstenverhouding

Voor personen die op 1 januari 2021 jonger zijn dan 61 jaar, vermeldt u code 63 bij de code soort inkomstenverhouding/ inkomenscode. Code 63 geldt voor ‘overige, niet hiervoor aangegeven, pensioenen of samenloop van meerdere pensioenen/lijfrenten of een betaling op grond van een afspraak na einde dienstbetrekking’.

Voor personen die 61 jaar en ouder zijn op 1 januari 2021, gebruikt u code 54. Dit is de code voor ‘opname levenslooptegoed door een werknemer die op 1 januari 61 jaar of ouder is’.
 

Code aard arbeidsverhouding

U hoeft geen code aard arbeidsverhouding in te vullen.
 

Code loonbelastingtabel

De code loonbelastingtabel van de tabel bijzondere beloningen is:

  • Code 010 voor personen die op 1 januari 2021 jonger zijn dan 61 jaar.
  • Code 020 voor personen die op 1 januari 2021 61 jaar of ouder zijn.

 

Gevolgen voor de (ex-)werknemer

Voor een (ex-)werknemer kan de uitkering van het levenslooptegoed de volgende gevolgen hebben:

  • Het vrijgevallen levenslooptegoed telt mee voor het vermogen in box 3.
  • De vrijstelling van het levenslooptegoed in box 3 is niet langer van toepassing.
  • Het verzamelinkomen wordt hoger door het vrijvallen van het levenslooptegoed.
  • Dit kan gevolgen hebben voor de heffingskortingen en eventuele toeslagen.

 

Overgangsrecht

De levensloopregeling is per 1 januari 2012 vervallen. Voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopaanspraak hadden met een waarde van minimaal € 3.000 geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht is aangepast.

Voor nog niet opgenomen levensloopaanspraken, wordt het fictieve genietingsmoment vervroegd van 31 december naar 1 november 2021. Dit om ervoor te zorgen dat de levensloopregelingen voor het einde van 2021 zijn afgewikkeld.

De inhoudingsplicht wordt verlegd naar de instelling, waar het levenslooptegoed is ondergebracht. In het oude overgangsrecht was de (ex-)werkgever inhoudingsplichtig.
 
 
Bron: ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Bij naheffingsaanslagen toelichting corona

De Belastingdienst verstuurt vanaf 18 februari een bijlage bij de naheffingsaanslagen loonheffingen.
          
Hierin vindt u meer informatie over het bijzonder uitstel van betaling. Hebt u de bijlage nog niet ontvangen? In dit bericht leest u welke informatie erin staat.

In de bijlage leest u een toelichting op de volgende situaties:

  • Uw aangifte is niet of te laat binnengekomen bij de Belastingdienst.
  • U hebt bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis gekregen.
  • U hebt niet, niet volledig of te laat betaald.
  • Het bijzonder uitstel is afgelopen.
  • U kunt na afloop van uw bijzonder uitstel nog steeds niet op tijd uw belasting betalen.

Daarnaast heeft de Belastingdienst een schema toegevoegd waarin staat wat u moet doen in de volgende situaties:

  • bijzonder uitstel nog niet eerder aangevraagd
  • bijzonder uitstel gekregen en daarna niet verlengd
  • bijzonder uitstel gekregen en daarna wel verlengd

 

Bijlagen

 
 

Meer informatie

belastingdienst.nl/bijzonderuitstel

 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,

door100% Salarisverwerking B.V.

Handreiking begrip RVU geactualiseerd

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft de handreiking over de regeling vervroegd uittreden ( RVU ) geactualiseerd.
       
In de handreiking is de informatie over de drempelvrijstelling RVU-heffing toegevoegd. Deze vrijstelling geldt voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025.

U vindt de aanvulling in onderdeel 5 van de ‘Handreiking voor de interpretatie van het begrip “Regeling voor vervroegde uittreding” als bedoeld in artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 ’.
 

Vermelding RVU-Heffing


 

5. Tijdelijke drempelvrijstelling RVU-heffing

Als onderdeel van het op 5 juni 2019 door kabinet, werknemers- en werkgeversorganisaties gesloten principeakkoord over de vernieuwing van het pensioenstelsel, is voor RVU’s tijdelijk een drempelvrijstelling ingevoerd. Voor zover de betalingen in het kader van de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven, is geen RVU-heffing verschuldigd.

De voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling zijn als volgt:

  • De RVU uitkering vindt plaats in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025;
  • Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 geldt een uitloopperiode. Gedurende deze periode kan de drempelvrijstelling worden toegepast, mits de beëindigingsovereenkomst uiterlijk 31 december 2025 getekend is en de werknemer uiterlijk op 31 december 2025 de leeftijd heeft bereikt die (maximaal) 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt;
  • De drempelvrijstelling geldt zowel voor een uitkering ineens, als voor periodieke uitkeringen ingevolge een RVU;
  • De drempelvrijstelling is enkel van toepassing op uitkeringen uit een RVU die plaatsvinden in de periode vanaf 36 maanden voorafgaande aan de AOW-leeftijd van een werknemer;
  • De drempelvrijstelling is maximaal het in artikel 32ba, zevende lid, Wet LB genoemde bedrag en wordt berekend per maand, aan de hand van het aantal maanden vanaf de (eerste) uitkering tot aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer, met een maximum van 36 maanden. Vindt de (eerste) uitkering dus plaats op een moment dat gelegen is op minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden. Bovendien wordt een gedeelte van een maand naar boven afgerond;
  • Bedraagt een vergoeding ingevolge een RVU meer dan het bedrag van de drempelvrijstelling, dan is over het meerdere de RVU-heffing verschuldigd.

Wordt aan bovenstaande voorwaarde voor wat betreft de 36-maandsperiode voor de AOW-leeftijd niet voldaan, dan is de RVU-drempelvrijstelling niet van toepassing en is RVU-heffing verschuldigd over de volledige uitkering.

 
 
Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioenen
 
 
pensioenregeling , pensioen, pensioenfonds, pensioenaanbieder , nabestaandenpensioen, pensioenpotje, aow, oudedag voorziening, sparen voor later,

door100% Salarisverwerking B.V.

Aflopende en verlengde noodmaatregelen voor de loonheffingen

In de afgelopen maanden heeft het kabinet extra fiscale maatregelen die getroffen zijn vanwege de coronacrisis.
       
In verschillende besluiten heeft de staatsecretaris daar uitvoering aan gegeven door middel van concrete goedkeuringen. In aanvullende verdragsovereenkomsten met België en Duitsland zijn afspraken gemaakt over de interpretatie en toepassing van de verdragsbepalingen bij bepaling van de fiscale situatie van grensarbeiders.

 
De beleidsmaatregelen en aanvullende verdragsbepalingen hebben een tijdelijk karakter en zullen daarom worden ingetrokken zodra de omstandigheden dit mogelijk maken.

Vanwege de aanhoudende financiële effecten van de coronacrisis heeft het kabinet besloten een aantal fiscale maatregelen te verlengen.

Tot 1 april 2021 kunnen de bestaande vaste reiskostenvergoedingen door de werkgever nog onbelast worden vergoed, ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. De goedkeuring geldt niet voor de 30%-regeling (extraterritoriale kosten) en ziet verder alleen op vaste vergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg c.q. zijn keuze heeft gemaakt (bijvoorbeeld bij een cafetariasysteem).
 

Tot 1 juli 2021 verlengde crisismaatregelen:

  • In het geval dat een werkgever of werknemer vanwege de coronamaatregelen een wettelijke administratieve verplichting in redelijkheid niet, niet tijdig of niet volledig nakomt en dit voor zover mogelijk herstelt zodra dat kan, neemt de Belastingdienst daarover een soepel standpunt in.
  • Akkoord met België. Gedwongen thuiswerkdagen van grensarbeiders mogen, onder voorwaarden, worden aangemerkt als werkdagen in de staat waar die werkzaamheden zonder de coronamaatregelen zouden zijn verricht. U vindt de diverse afspraken over grensarbeid in de Overeenkomst NL-B van 8 mei 2020, Staatscourant 2020, 25956.
  • Akkoord met Duitsland. Gedwongen thuiswerkdagen van grensarbeiders mogen, onder voorwaarden, worden aangemerkt als werkdagen in de staat waar die werkzaamheden zonder de coronamaatregelen zouden zijn verricht. Nederland stelt eenzijdig ook enkele specifieke Duitse corona-gerelateerde (netto) uitkeringen bij inwoners van Nederland vrij. U vindt de diverse afspraken over grensarbeid en bepaalde netto-uitkeringen vanuit het Duitse sociale zekerheidsstelsel die ontvangen worden vanwege de COVID-19-pandemie in de Overeenkomst NL-D van 10 april 2020, Staatscourant 2020, 21381.

 

Crisismaatregelen die voor heel 2021 gelden:

  • de goedkeuring ter zake van een evenredig lager gebruikelijk loon bij omzetdaling van 30% over heel het jaar 2021 ten opzichte van de omzet over heel het jaar 2019.
  • de tijdelijke verruiming van de vrije ruimte (werkkostenregeling), 3% over de eerste € 400.000 van de totale fiscale loonsom en 1,18% voor het restant van de fiscale loonsom dat meer bedraagt dan € 400.000.

 
De actuele stand van zaken kunt u vinden op belastingdienst.nl.
 
 
 

Gerelateerd

Wijzigingen in de aangifte loonheffingen 2021
Formulier ‘Melding Loonheffingen Afmelding werkgever’ beschikbaar
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021
3e ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2021’ gepubliceerd
 
 
Nieuwsbrief Loonheffingen 2021Uitgave 3-28 januari 2021, loonheffing, aangifte,