Maandelijks archief november 2018

door100% Salarisverwerking B.V.

Lonen stijgen te langzaam!

CPB heeft een idee waarom nu de lonen zo langzaam stijgen

                           

Je werkt niet hard genoeg!

De lonen stijgen maar matig en het Centraal Planbureau (CPB) heeft uitgevogeld hoe dat komt: de productie per werknemer moet omhoog. Met andere woorden: we moeten harder of efficiënter werken.

Vanaf 2014 klom de economie uit het dal van de crisis, maar de lonen stijgen jaarlijks een stuk minder dan vóór de crisis, schrijft het CPB in het rapport ‘Vertraagde loonontwikkeling in Nederland Ontrafeld’. Gemiddeld komt de jaarlijkse loongroei maar net boven de inflatie uit.

beperkte loonstijging door lage productiviteit, waarom nu de lonen zo langzaam stijgen CPB,loonfluctuaties

De belangrijkste oorzaak is volgens het CPB dat de arbeidsproductiviteit al sinds de jaren tachtig steeds langzamer toeneemt en sinds 2014 dus nóg verder is vertraagd ten opzichte van de periode vóór de crisis.

Het is niet zo dat er een kleiner deel van het bbp naar werknemers gaat, dat is even groot als voor de crisis.

Boosdoener is ook niet de flexibele arbeidsmarkt. Flexwerkers en uitzendkrachten hebben gemiddeld een lager loon, maar tijdens de crisis verloren zij ook als eerste hun baan, waardoor de gemiddelde loongroei minder werd afgezwakt.

Ook globalisering, technologische vooruitgang en marktmacht hadden geen ‘eenduidig effect’ op de loonontwikkeling, aldus het CPB. Blijft over: de productiviteit per werknemer moet omhoog.

Maar tegelijkertijd concludeert het planbureau: ‘Weten waar je het moet zoeken, maakt het niet per se makkelijker om er iets aan te doen’.

Zie ook:

salarisverwerking, salarisverwerker, salarisverwerkers, loonadministratie, loonadministrateurs, loonverwerkers, loonverwerker, salarisadministratie, salaris, loon, salarisverwerking online, salarisverwerker online,

door100% Salarisverwerking B.V.

Discriminerende werkgever kan boete krijgen

Discriminerende werkgever kan boete krijgen, extra controle op uitzendbureaus

                       
Werkgevers kunnen straks een boete krijgen als ze een sollicitant niet aannemen vanwege zijn of haar etnische achtergrond, leeftijd of geslacht. Dat staat in een wetsvoorstel van staatssecretaris Van Ark om discriminatie op de arbeidsmarkt harder aan te pakken. De Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) moet daar extra op gaan letten.

De Inspectie SZW gaat ook discriminatie bij uitzendbureaus extra in de gaten houden. Uitzendbureaus moeten nu zelf controleren of bepaalde groepen niet bewust worden uitgesloten, maar begin dit jaar bleek dat die controles in de praktijk weinig voorstelden.

Van Ark stelt dat de uitzendbranche sindsdien stappen heeft ondernomen tegen discriminatie in de sector. Brancheorganisatie ABU zegt dat zijn leden tegenwoordig een anti-discriminatiebeleid moeten hebben en dat onafhankelijke instanties hierop controleren.

Niettemin wil de staatssecretaris de bevoegdheden van de inspectie uitbreiden. Tot nu kon die pas ingrijpen als iemand echt aan het werk was, in de toekomst kan dat ook al tijdens het sollicitatieproces.

“Daarmee dichten we een gat in de wet”, zegt de staatssecretaris.

Mag een potentiële werkgever tijdens een sollicitatiegesprek aan je vragen of je bereid bent om je hoofddoek af te doen of wanneer je weer teruggaat naar je eigen land? Een panel van zes mensen reageert op een verzameling van sollicitatievragen:


Deze (foute) vragen krijgen sollicitanten met migratieachtergrond te horen(zie, NOS opname)

Van Ark wil werkgevers verder gaan verplichten om “beleid te voeren” om discriminatie bij werving en selectie te voorkomen. “Het is heel belangrijk dat een jongere die hard zijn best doet werk te krijgen, merkt dat het niet uitmaakt wat zijn achternaam is”, zegt de staatssecretaris van Sociale Zaken. Uit onderzoek blijkt dat de sollicitatiemail van iemand met een niet-Nederlands klinkende achternaam 9 procent minder wordt geopend dan iemand met een Nederlands klinkende naam.

De staatssecretaris benadrukt dat mensen het recht hebben om te worden beoordeeld op hun kwaliteiten. Zo mag een goed functionerende zwangere vrouw niet “met een smoesje” een vast contract worden geweigerd, stelt Van Ark. Ze vindt dat iedereen moet kunnen meedoen met werk, ongeacht “leeftijd, achtergrond, geslacht, seksuele gerichtheid of handicap”, schrijft zij in een brief aan de Tweede Kamer.

Van Ark zegt dat discriminatie soms moedwillig, maar vaker onbewust gebeurt. Daarom wil ze ook de kennis vergroten over beloningsdiscriminatie bij vrouwen, zwangerschapsdiscriminatie, leeftijdsdiscriminatie, discriminatie van mensen met een beperking en discriminatie op achtergrond.

‘Voegt weinig toe’

Werkgeversorganisatie VNO-NCW is blij dat de staatssecretaris deze nuance benoemt. Toch plaatst de organisatie ook een kanttekening bij het wetsvoorstel. “De extra bevoegdheden van de inspectie zijn vaag en daarmee kwetsbaar. Voor je het weer weet komt er allemaal extra administratie en gedoe bij voor kleine ondernemers zonder dat het in de praktijk iets toevoegt”, laat VNO-NCW in een reactie weten.

Volgens hoogleraar economie Robert Dur is het wetsvoorstel een aardige start. Maar als het kabinet arbeidsdiscriminatie echt wil aanpakken moet het met verdergaande maatregelen komen.

“Het zou goed zijn als de inspectie meer ruimte zou krijgen om mystery calls uit te voeren. Als bedrijven dan betrapt worden op discriminatie dan kun je boetes opleggen of overgaan op naming and shaming,” zegt Robert Dur. Volgens de econoom voelen bedrijven dan een grotere stimulans om daadwerkelijk concrete maatregelen te treffen.

Bron: NOS

Zie ook:

loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Overheid maakt de rekenregels bekend 2019

De aanpassingen vanaf 1 januari 2019

                                 
Deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon per 1 januari 2019 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

    1. Inleiding
    2. Aanpassing daglonen per 1 januari 2019
    3. Minimum(jeugd)lonen
    4. LIV en jeugd-LIV
    5. Uitkeringen op minimumniveau
    6. Toeslagenwet
    7. Gemiddelde premie Sectorfondsen

loonadministratie, loonverwerking, salarisverwerking, salarisverwerkers, salarisverwerker, online salarisverwerker, salarisverwerking online, cloud oplossingen loon, salaris in de cloud, salaris, loon, 100% salarisverwerking, 100% salaris, 100% loon,

1. Inleiding

In deze rekenregels zijn de gevolgen verwerkt van aanpassingen in het bruto wettelijk minimumloon, de sociale premies, belastingtarieven en heffingskortingen per 1 januari 2019 voor uitkeringsbedragen en grondslagen op het minimumniveau. Ook zijn de belangrijkste beleidswijzigingen met betrekking tot deze uitkeringsbedragen opgenomen.

2. Aanpassing daglonen per 1 januari 2019

In een ministeriële regeling (Staatscourant nr 59237 van 24 oktober 2018) is geregeld dat het afgeronde (bruto)minimumloon per 1 januari aanstaande met 1,35% wordt verhoogd. De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW zullen per 1 januari aanstaande eveneens met dat percentage worden verhoogd. Het maximumdagloon wordt per 1 januari 2019 vastgesteld op € 214,28 per dag. Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende 2019 vast op € 55.927 op jaarbasis. Het jaarbedrag wordt afgerond naar beneden op hele euro’s.

3. Minimum(jeugd)lonen

De minimum(jeugd)lonen bedragen per 1 januari 2019 (bruto per maand, per week en per dag, in euro’s, exclusief vakantietoeslag):
minimumloon 2019, wettelijkminimumloon, wml 2019 ,bruto wettelijk minimumloon 2019 , 2019 minimumlonen, loon minimaal, 2019 salaris minimaal, vastgesteld loon minimaal 2019, minimumloon 21 jaar, minimumloon 20 jaar, minimumloon 19 jaar, minimumloon 18 jaar, minimumloon 17 jaar, minimumloon 16 jaar, minimumloon 15 jaar

4. LIV en jeugd-LIV

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming aan werkgevers met mensen in dienst die een loon verdienen rond het minimumloon. De uurlooncriteria voor het LIV volgen de stijging van het minimumloon ten opzichte van 1 januari 2018. Die stijging bedraagt 2,395% op jaarbasis. In de volgende tabel staan de resulterende uurlooncriteria voor het LIV in 2019:

In de rekenregels per 1 juli 2019 volgen de criteria voor het minimumjeugdloonvoordeel (jeugd LIV) in 2019.

5. Uitkeringen op minimumniveau

Bijlage II.1 bevat een overzicht van de AOW- en Anw-uitkeringen. Deze worden afgeleid van het referentieminimumloon. Conform de systematiek van de netto-netto-koppeling zijn de brutobedragen aangepast ten opzichte van die van 1 juli 2018.

Sinds 1 januari 2012 wordt (met uitzondering van de AOW) de dubbele algemene heffingskorting afgebouwd in het referentieminimumloon. Dit houdt in dat de algemene heffingskorting met 2,5 procentpunt per half jaar daalt totdat de algemene heffingskorting één keer wordt meegenomen in het referentieminimumloon. In de periode 2014-2018 is de afbouw met de helft getemporiseerd. Ook in de periode 2019 – 2021 wordt de afbouw getemporiseerd. In deze periode daalt de algemene heffingskorting met 1,875 procentpunt per half jaar. Daardoor wordt per 1 januari 2019 de algemene heffingskorting 1,75625 keer meegenomen in de berekening van het referentieminimumloon (als er de afgelopen jaren niet was afgebouwd, was dit 2 keer).

Voor ouderen is een inkomensondersteuning geïntroduceerd die afhankelijk is van de opbouwjaren op grond van de AOW. Deze inkomensondersteuning is niet verwerkt in de bedragen van bijlage II.1, omdat deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. Na indexatie is het bedrag in 2019, bij een volledige AOW-opbouw, € 302,76 per jaar.

In de bedragen zoals gepresenteerd in Bijlage II.1 is de tegemoetkoming voor Anw’ers niet verwerkt, omdat ook deze geen onderdeel is van de netto-netto-koppeling. De tegemoetkoming voor Anw’ers bedraagt in 2019 € 205,44 per jaar.

Vanaf 1 juli 2015 geldt de kostendelersnorm in de Anw. De norm is per 1 januari 2019 vastgesteld op 50% van het minimumloon. In bijlage II.1 worden de desbetreffende bedragen vermeld.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen, die worden afgeleid van de minimum(jeugd)lonen, worden ook per 1 januari 2019 aangepast. De bedragen per dag (exclusief vakantietoeslag) worden onderstaand weergegeven.

De grondslagen voor de uitkeringen Wajong, WAZ en WAZO voor zelfstandigen
Voor Wajong-gerechtigden onder de 23 jaar worden de hoogtes van de tegemoetkoming per 1 januari 2019 als volgt aangepast:
tegemoetkoming per 1 januari 2019 wajong, wajong -gerechtigden onder de 23 jaar , tegemoetkoming per jaar, Tegemoetkoming Wajong per maand

Ook de minimumloonbedragen, die bepalend zijn voor de hoogte van de WW-uitkering, ondergaan per 1 januari 2019 een aanpassing. De hierna te noemen bedragen zijn bedragen per dag voor toepassing van artikel 33 van de WW (dus inclusief vakantietoeslag).
Uitkeringsgrondslag kortdurende en vervolguitkering WW

6. Toeslagenwet

De Toeslagenwet verstrekt een aanvulling op de loondervingsuitkering krachtens de Werkloosheidswet, Ziektewet (vangnet), Wajong, WAO, WIA, IOW en Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL), indien het inkomen van de betrokkene achterblijft bij het relevante sociaal minimum. Het normbedrag voor gehuwden is gekoppeld aan 100% van het bruto referentieminimumloon. Het normbedrag van alleenstaanden vanaf 22 jaar bedraagt 70% van het netto referentieminimumloon terwijl de normbedragen van 18- t/m 21jarigen zijn gekoppeld aan 75% van de desbetreffende nettominimumjeugdlonen. Ook bij de netto gekoppelde uitkeringen van de Toeslagenwet is rekening gehouden met de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon sinds 1 januari 2012.

In bijlage II.3 zijn de nieuwe normbedragen opgenomen. De toeslag bedraagt het verschil tussen de bruto-uitkering en het betreffende normbedrag, waarbij voor sommigen de toeslag is gemaximeerd.

Vanaf 1 juli 2016 geldt de kostendelersnorm in de TW voor 21-jarigen en ouder. De kostendelersnorm is de afgelopen jaren stapsgewijs verlaagd. Vanaf januari 2019 bedraagt de norm voor 22-jarigen en ouder 50% van het minimumloon. Voor 21-jarigen is gerekend met 55% van het jeugdminimumloon voor 21-jarigen. In bijlage II.3 worden de desbetreffende bedragen vermeld.

7. Gemiddelde premie Sectorfondsen

In de Wet financiering sociale verzekeringen is geregeld dat over uitkeringen een sectorpremie wordt geheven die is gebaseerd op de gemiddelde sectorpremie van het voorgaande jaar. De over uitkeringen te heffen sectorpremie bedraagt per 1 januari 2019 0,77%. Overigens geldt het gemiddelde percentage niet wanneer de uitvoeringsinstelling de uitkering via de werkgever betaalt. In dat geval worden de bedrijfstakpercentages toegepast. Bijlagen I.1 en II.2 hieronder beschrijven de premies en premiegrenzen gedurende heel 2019.

(Premie)grenzen per 1 januari 2019

Mutaties premies 2019 ten opzichte van 2018 (in procenten)

Toelichting mutaties

* a In het basispad van het Regeerakkoord zit voor 2019 een stijging van de basispremie WAO/WIA (Aof-premie), voornamelijk vanwege het compenseren van zorgpremies. Op basis van de augustusbesluitvorming is die compensatie nog iets groter uitgevallen. Daarnaast wordt de basispremie iets verlaagd om te compenseren voor het feit dat de Whk-premie door UWV iets hoger is vastgesteld dan verwacht.
* b De Whk-rekenpremie is voor 2019 door UWV iets hoger vastgesteld dan in 2018.
* c De stijging van de AWf-premie in 2019 zat grotendeels al in het basispad van het Regeerakkoord (onder andere invoering van de compensatieregeling transitievergoeding bij arbeidsongeschiktheid). Daarnaast wordt de AWf-premie verhoogd omdat de gemiddelde sectorfondspremies door UWV lager zijn vastgesteld dan verwacht.
* d De gemiddelde sectorfondspremie is 0,51 procentpunt lager vastgesteld dan in 2018, onder andere in anticipatie op de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans.
* e Met ingang van 2019 is de vervangende sectorpremie (de premie die wordt geheven over Wsw loon en over uitkeringen) niet langer gelijk aan de gemiddelde sectorpremie van het voorgaande jaar, maar aan de gemiddelde sectorpremie van het huidige jaar.
* f In de begroting van VWS worden de tarieven voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw toegelicht.
* g De werkgeverspremies op Caribisch Nederland worden 5 procentpunt lager vastgesteld dan in 2018. Tegelijkertijd wordt het plaatselijk wettelijk minimumloon met 5 procent verhoogd. Hiermee wordt een hoger WML bewerkstelligd, op een voor de werkgever vrijwel kostenneutrale manier.
* h Het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen en het maximumbijdrageloon voor de Zvw is geïndexeerd conform het wettelijk minimumloon per dag (WKA).


Feitelijke bedragen AOW/Anw ,Pensioen/uitkering: AOW: ,Anw:,Vakantie-uitkering: AOW: ,Anw:

Uitkering: Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden ,Vakantie-uitkering: Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden , Bijstandsnorm voor pensioengerechtigden ,

Invoering tweeschijvenstelsel, basistarief en toptarief, ook heffingskortingen, zoals de ouderenkorting en de arbeidskorting – basistarief en toptarief,

door100% Salarisverwerking B.V.

Ondernemers nog steeds geremd!

Regels en papierwerk verhinderd groei ondernemer.

                             
Drie van de vier Nederlandse ondernemers zien hun bedrijf groeien en zien mogelijkheden om nog groter te worden, zo blijkt uit onderzoek van De Ondernemer. Maar met alle wetten en regels waaraan ondernemers moeten voldoen, lukt dat niet altijd.

Veel ondernemers zien mogelijkheden om door te groeien, maar lopen hierbij wel tegen een paar problemen aan. In het onderzoek, uitgevoerd in aanloop naar de Week van de Ondernemer, zegt 27 procent (van de 1000 ondernemers) over te weinig werknemers te beschikken. Van hen geeft 22 procent aan niet voldoende financiële middelen te hebben. Maar ook regelgeving is een grote groeistopper. Van de ondervraagden zegt ruim een kwart dat er veel regels zijn die hun groei in de weg zitten.

De ondernemers zeggen last te hebben het feit dat er veel nieuwe wetten bijkomen of dat wet- en regelgeving telkens verandert. Ook zijn ze veel tijd en energie kwijt aan het invullen van het bijbehorende papierwerk.

“Nederland is het land van de stoplichten en te veel regelgeving”, verklaart een van de respondenten.

Kabinet

Gezien de klachten van ondernemers zou je wellicht niet zeggen dat het kabinet al bezig is de regeldruk te verlagen. Zo verminderen ze het aantal verplichte vergunningen en kunnen ondernemers hun zaken vaker digitaal afhandelen. In het voorjaar maakte het kabinet bekend dat ondernemers, met name in het midden- en kleinbedrijf, vaker betrokken worden bij regelgeving in hun sector. Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken) wil benadrukken dat ondernemers belangrijk werk doen voor Nederland.

Echter, twee weken geleden nog constateerde de commissie voor Economische Zaken en Klimaat (EZK) van de Tweede Kamer zélf dat ondernemers weinig tot niets merken van de goedbedoelde initiatieven van de overheid. Op een internetoproep van deze commissie kwamen meer dan 400 reacties, waarin ondernemers onder meer lieten weten dat zij moeite hebben met dubbele of te complexe regels, die bovendien te snel veranderen.

The Seafood Shop

Viswinkel The Seafood Shop in Amsterdam is een goed voorbeeld hoe lastig de regeltjes het ondernemers kunnen maken. Doel van de gemeente Amsterdam is om in het centrum minder ‘toeristenwinkels’ te hebben. De viswinkel overtreedt volgens ambtenaren de regels omdat ze een frituurpan hebben om kibbeling te bakken en een plank achter het raam die door gasten als tafel wordt gebruikt. The Seafood Shop moet daarom van de gemeente sluiten.

Pepijn de Visscher, mede-eigenaar van de viswinkel:

“Mijn vader is altijd visboer geweest en we wilden simpelweg een fantastische viszaak openen in het centrum van Amsterdam. We vinden het vooral bizar dat, terwijl we de opening aan het voorbereiden waren, de spelregels opeens veranderden. We hadden investeringen gedaan en personeel aangenomen en dan krijg je opeens te horen dat wat je doet niet meer mag. Daar kunnen we geen bedrijf op bouwen. De overheid zou voor ondernemers een betrouwbaar investeringsbeleid moeten creëren.”

Ook Jacco Vonhof, voorzitter van MKB Nederland, ziet hoe ondernemers belemmerd worden door regelgeving. Nederland loopt tegenwoordig achter als het gaat om het verminderen van de regeldruk voor ondernemers, zo stelt hij.

“Een aantal jaren terug was Nederland juist nummer één in het terugdringen van regeldruk. Nu, volgens hetzelfde onderzoek van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, red.), zijn we ingehaald door de omringende landen. De regels worden in de uitvoering nogal eens te complex, waardoor ondernemers gebrek aan vertrouwen voelen van de overheid.”

Berg papier

Met de toename van het aantal instanties en toezichthouders moeten ondernemers zich dagelijks door een berg papier worstelen. Vonhof:

“Terwijl ondernemers natuurlijk liever tijd aan hun bedrijf, klanten en personeel besteden. Neem hun grootste uitdaging: het vinden van gekwalificeerd personeel. Als je voor duurzame inzetbaarheid kiest en loonkostensubsidie wilt aanvragen voor iemand met een zogenoemde afstand tot de arbeidsmarkt, moet je heel veel aanvragen, invullen en vastleggen.”

Om te voorkomen dat een regel een blok aan het been van de ondernemer wordt, moet volgens Vonhof elke ingrijpende wet van tevoren getoetst worden door de ondernemers zelf.

“We willen het aan de voorkant beter regelen, lichter en eenvoudiger. Iedere keer moet nagegaan worden: zit een voorgestelde regel mkb’ers niet onevenredig in de weg? Is een wet wel op hen van toepassing? Wat is de waarschijnlijke uitwerking op kleine bedrijven?” Vonhof noemt als voorbeeld de loondoorbetaling bij ziekte.

“Die wetgeving raakt ondernemers met maar 4 à 5 mensen in dienst onevenredig hard. Dat had blijkbaar niemand vooraf bedacht. Met de MKB-toets kunnen we dat soort ongelukken in de toekomst voorkomen.”

Bron: AD

Wet overgang van onderneming (Wovon), Wovon, uitleg wovon, wat is wovon,

door100% Salarisverwerking B.V.

Meer flexwerkers met niet-westerse migratieafkomst

Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond vaker een flexibele overeenkomst dan mensen met een Nederlandse achtergrond .        

Vooral bij laag- en middelbaaropgeleiden is het verschil groot, concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag in het Jaarrapport Integratie.

salarisverwerking, loonadministratie, uitbesteden loonadministratie, salarisverwerkers, loonverwerking uitbesteden, cloud loon, salaris in de cloud, verwerking personeel, personeel premies, goedkoop hrm management, ess, verzuimregistratie, pensioenen, urenlijsten, personeelsbestanden,

Onder laagopgeleiden heeft bijna de helft van de werkenden met een niet-westerse migratieachtergrond (46 procent) een flexibele arbeidsrelatie, tegenover 33 procent van de mensen met een Nederlandse achtergrond.

In totaal had volgens het CBS 34 procent van de mensen met een niet-westerse migratieachtergrond een flexibele werkrelatie. Dit percentage kwam voor werkenden met een Nederlandse achtergrond op 21.

Bij hoogopgeleiden is het verschil tussen mensen met de genoemde migratieachtergrond en personen met een Nederlandse achtergrond het kleinst, met respectievelijk 21 en 15 procent.

Grotere impact van economische crisis

De arbeidsparticipatie van beide groepen verschilt ook. Van de mensen tussen de 15 en 75 jaar met een Nederlandse achtergrond werkt 68 procent, terwijl de groep met een migratieachtergrond op 57 procent uitkomt.

Tijdens de economische crisis nam de arbeidsparticipatie onder de tweede groep relatief veel af. De afgelopen jaren neemt de participatie onder mensen met een Marokkaanse, Surinaamse of Turkse achtergrond weer toe.

Van de vier grootste groepen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben personen van Surinaamse afkomst het vaakst betaald werk (62 procent). Voor mensen van Marokkaanse afkomst is dit het laagst met 54 procent.

Bron: Nu.nl

Zie ook:

flexibele arbeidsrelatie, flexwerkers, geen vast contract, meerdere banen, verschillende banen, meerdere werkgevers,

close

Veel lees plezier? Delen mag.